Waarom viaducten en bruggen een ander wegdek hebben

A12 Galecopperbrug Utrecht (ANP)

Wie geregeld op de snelweg rijdt, is het waarschijnlijk al eens opgevallen: het wegdek op bruggen en viaducten rijdt minder prettig dan de rest van de snelweg. Maar wat is daar eigenlijk de reden voor? 

ZOAB

Eerst is het goed om te weten dat de meeste Nederlandse snelwegen tegenwoordig voorzien zijn van een wegdek van ZOAB. Die afkorting staat voor ‘Zeer Open Asfalt Beton’. Dit type asfalt is zeer geschikt voor het verwerken van regenwater. Hierdoor ligt er minder water op de weg en wordt de kans dat automobilisten met aquaplaning te maken krijgen kleiner.

Minder water op de weg heeft nog een voordeel: de hoeveelheid opspattend water wordt verminderd. Hierdoor hoeven de ruitenwissers minder hard aan het werk en kunnen bestuurders beter zien. Ook is ZOAB minder gevoelig voor spoorvorming en vermindert het de geluidsoverlast van verkeer. 

ZOAB is poreus en in hoge mate doorlatend. Water gaat door de bovenste laag heen, waarna het meestal wordt afgevoerd naar de berm of een goot, aan de zijkant van de snelweg. 

Afwatering 

Kunstwerken, zoals Rijkswaterstaat bruggen en viaducten noemt, zijn zelden voorzien van ZOAB. Het ontbreken van ZOAB heeft meerdere oorzaken. Een daarvan is het feit dat veel bruggen en viaducten niet ontworpen zijn voor een dikkere laag asfalt. Als er ZOAB wordt aangebracht, dan zal er ook nog een laag niet doorlatend asfalt onder moeten liggen. Dit brengt een hoop gewicht met zich mee, waar niet elke kunstwerk op berekend is.

Het is echter niet onmogelijk om ZOAB te gebruiken bij dit soort bouwwerken, maar het vereist wel een hoop technische aanpassingen om het kunstwerk te voorzien van goede afwatering. Het is immers onmogelijk om bij een kunstwerk water af te voeren naar een berm en daar te laten infiltreren. Daarom wordt er op bruggen en viaducten vrijwel altijd gekozen voor minder doorlatend asfalt als wegdek.