Danny de Dood is te jong om ooit een nieuwe Nissan 200 SX te kunnen kopen. Daarom restaureert hij zijn 200 SX en kan hij niet wachten tot hij achter het stuur kan plaatsnemen.
Jongeren met een oude auto zijn er meer dan je zou verwachten. Auto’s uit de jaren 80 zijn momenteel erg in trek onder twintigers en dertigers. Ook de klassieke Japanse auto wordt op handen gedragen. Danny de Dood (22), automonteur van beroep, raakte geïnteresseerd door vrienden met een Mazda MX-5. “Die auto opende mijn ogen en wakkerde mijn interesse voor Japanse auto’s aan. Ik vond hem alleen niet snel genoeg. Ik had al een lijstje met leuke auto’s. Daar stonden ook de BMW 3-serie E30 en E36 op. Maar sinds de MX-5 staan de Mazda RX-7 en de Nissan Skyline R31 en R32 bovenaan mijn lijst met favorieten. Helaas zijn al die auto’s onbereikbaar. Ik dacht dat de Nissan 200 SX ook buiten mijn bereik lag. Totdat dit exemplaar opdook op een socialmediakanaal. Maar de timing was verkeerd, want ik had net een Subaru Justy aangeschaft waarmee ik naar mijn werk kon rijden. Aan de andere kant was de prijs zo aanlokkelijk dat ik hem niet kon laten staan.”
ICT of automonteur
Waar komt Danny’s passie voor auto’s vandaan? “Ik heb een agrarische achtergrond. Mijn ouders bestieren een grote boerderij waar volop techniek aanwezig is. De trekker natuurlijk, daar valt genoeg aan te sleutelen. Maar ik heb geen gevoel voor het boerenvak. De regelgeving is dusdanig ingewikkeld en vooral het gebrek aan consistent beleid maakt dat ik het bedrijf niet zal overnemen. Ik houd van techniek. De Puch Maxi opvoeren deed ik al op mijn twaalfde. Daarmee kon ik op het boerenterrein rondcrossen. Naarmate ik ouder werd, groeide mijn interesse voor auto’s en motorfietsen. Op een moment sta je dan voor de keuze. Het werd de auto, omdat ik een dak boven mijn hoofd wel zo comfortabel vind.”
Danny moest nog een belangrijkere keuze maken. Die tussen een opleiding in de ICT en automonteur. “Het was niet zo vanzelfsprekend dat ik van hobbymatig sleutelen mijn beroep zou maken. Naast machines gaat mijn interesse ook uit naar robots en computers. Hoe gecompliceerder, hoe leuker. Een ICT-opleiding lag voor de hand, maar mijn ongeduldige karakter speelde mij ook parten. Ik houd van rondlopen en niet van stilzitten. Dus koos ik voor een mbo autotechniek 3, als bbl-opleiding (beroepsbegeleidende leerweg, LB). Eén dag in de schoolbanken en vier dagen meelopen in de werkplaats van mijn stageadres. Met deze opleiding kan ik eerste monteur worden. Aan het eind van de stageperiode bood datzelfde bedrijf me een vaste baan aan als automonteur. Hier voer ik allerhande reparaties uit aan moderne auto’s. Zeer gevarieerd werk, aan zeer uiteenlopende auto’s. De ene dag aan een camper, de volgende aan een SUV. Hoewel ik persoonlijk niet zo veel heb met auto’s van nu. Veel elektronica, veel storingzoeken met de laptop aan de obd-stekker. Dat maakt oude auto’s zo aantrekkelijk; daaraan kun je naar hartenlust sleutelen. Vandaar dat ik thuis altijd een hobbyproject heb. De Justy heb ik bijvoorbeeld verstevigd met een stang en een ‘harness bar’ en ik heb hem verlaagd.”
Goedkoop duurkoop?
Toen kruiste de 200 SX zijn pad. “Deze rode dook twee jaar geleden op op een socialmediakanaal. Het was niet mijn bedoeling er een te kopen, maar het was een noodverkoop, waardoor de prijs gunstig was. Hij is in 1989 nieuw geleverd in Duitsland en is sinds 1996 in Nederland. De toenmalige eigenaar had hem in 2004 gestald, omdat de motor het had begeven. Na de aankoop begon ik mij te verdiepen in de historie van dit model. Het design spreekt me aan: de koplampen, het zwarte glasshouse en de vloeiende lijnen. Ik vind 169 pk niet veel voor het soort auto, maar daarin komt verandering.”
Grotere turbo en intercooler
Er zat veel werk aan de Nissan, dat had hij al gezien. “Pas nadat ik de auto volledig had ontmanteld, ontdekte ik hoeveel werk. Gelukkig hebben we in het boerenbedrijf van mijn ouders alle gereedschappen en een hefbrug voorhanden. Bovendien heb ik twee rechterhanden, al ben ik linkshandig. De staat van de auto viel erg tegen. Veel bouten en moeren braken af en de motor was totaal vergaan. Daarbij heeft één cilinder slechts zes bar in plaats van elf en lijdt de motor aan dusdanig sterke oxidatie en interne roest dat ik mijn toevlucht moest nemen tot een ander onderblok. Nu heb ik een samengestelde motor, bestaande uit een ander onderblok, maar met de origineel bij deze auto geleverde cilinderkop. Die is zo goed als klaar. Natuurlijk met een grotere turbo en intercooler, want ik wil meer dan 200 pk. Nu nog wachten op nieuwe bouten en moeren. Dat staat lekker fris. Dan kan ik meteen het kleppendeksel spuiten.”
Helaas zijn auto’s van deze periode niet erg goed tegen roest behandeld. “De carrosserie lijdt aan typische S13-misère”, erkent Danny. “Roest tiert welig tussen chassisbalken en schutbord, op de kofferklep als die van de sponsspoiler is voorzien, achter de achterlichten en aan het eind van de dorpels. De zogeheten sponsspoiler is van een vochtopnemend materiaal, waardoor er altijd vocht en vuil tussen spoiler en klep blijft staan. Het zijn geen auto’s die gespaard worden. Veel exemplaren zijn kapotgereden op circuits of tijdens al dan niet legale straatraces.”
Danny beschouwt zo’n restauratie als een groot leerproces. Zo kreeg hij dankzij YouTube-video’s het lassen onder de knie. Nu deinst hij voor geen enkele tegenslag meer terug. “Ik moet toch doorzetten. Anders zou alles voor niets zijn geweest. De andere kant van de medaille is dat het juist motiveert. Nu maak ik zelf filmpjes om anderen te stimuleren hun projecten tot een goed eind te brengen.”
Onderdelen
Hoe zit het met de onderdelen? “Er mist nog wel het een en ander. Bovendien moet ik kapotte delen vervangen die niet meer te repareren zijn. Deze auto’s worden niet meer weggegooid. Ze worden gekoesterd en zijn vooral na de covidperiode explosief in waarde gestegen. Een goed exemplaar doet al ruim meer dan €20.000. Met als gevolg dat reserveonderdelen, als die al verkrijgbaar zijn, peperduur zijn.”
Danny ontdekte tot zijn grote leedwezen dat er nieuw hoegenaamd niets meer leverbaar is. “Geen plaatwerk, geen lijstjes, geen modelnaamstickers, geen bekleding. Niets. Zelfs naar nieuwe motoronderdelen kun je fluiten. Alles moet van donorauto’s komen en daarvoor betaal je de hoofdprijs. En 'New Old Stock'-onderdelen zijn helemaal onbetaalbaar voor mij. Toch helpen de socialmediakanalen. Van overal ter wereld worden onderdelen aangeboden. Zo kan ik mijn 200 SX toch weer rijdbaar maken en maak ik hem helemaal naar mijn wens.”
Je kunt al zien waar het naartoe gaat: het oorspronkelijke rood vervangt hij door rood metallic. “Dat is meer mijn smaak. De motorruimte heb ik gun metall grey gespoten, zodat de motor met zijn metallicrode kleppendeksel beter tot zijn recht komt als de kap openstaat. De originele wielen vind ik te smal en origineel staat de auto te hoog. Er komen Kansai 17-inch racevelgen onder en nieuwe coil-over vering en demping.”
Avonduren en weekend
Danny had al met zijn Nissan 200 SX willen rijden, maar die ambitie heeft hij moeten laten varen. “Er zitten maar 24 uur in een dag, hè? Daarvan negen op het werk. Dus de avonduren en het weekend houd ik zo veel mogelijk vrij voor de Nissan. Daarnaast zit er te veel tegen om snel te kunnen werken. Bestelde onderdelen kloppen niet, deugen niet of komen niet aan en dat vertraagt het project. Voor een ongeduldig persoon als ik is dat balen. Het is niet anders. De wachttijd gebruik ik om de 200 SX te verbeteren op punten waaraan ik anders minder aandacht zou geven.”
We zijn benieuwd hoe Danny de 200 SX wil gebruiken. Alleen bij mooi weer? “Ik heb nog amper gereden met zo’n auto. Een keer met zo’n typische driftauto en laatst met een volledig originele. Een standaard 200 SX kom je zelden tegen. Bij zo’n auto mis ik wel wat pit. Daarom krijgt mijn auto een grotere turbo en intercooler. De rit heeft me gemotiveerd om nog harder aan mijn 200 SX-project te werken. Ik vind het, afgezien van het motorvermogen, een fijne auto. Ik zit er goed in, het interieur is prachtig. De cleane vormgeving, de druktoetsen en het mooie cluster van schakelaars en ventilatieroosters rond de stuurkolom en het uitzicht op de klapkoplampen als die uit zijn. Als mijn auto helemaal klaar is, ga ik ervan genieten. Naar straatraces, naar meetings met andere 200 SX-eigenaren en naar mijn werk. Want ik ga hem niet sparen. Bovendien moet ik de Justy nog aanpakken. Dat wordt mijn volgende project.”
Inmiddels duizenden kilometers erbij
Het harde werken aan de 200 SX is beloond: de Nissan rijdt. Na ons eerste bezoek tijdens de restauratie kregen we een update. Danny heeft zijn droom werkelijkheid zien worden dankzij zijn doorzettingsvermogen en de opoffering van bijna al zijn vrije tijd. Er zijn inmiddels duizenden kilometers bijgekomen, die natuurlijk gepaard gingen met de nodige afstelling aan de zelfprogrammeer-module van de ECU. De grote Garrett GT256R-turbo zonder VTG komt laat op gang, maar geeft de 200 SX dan ook een enorme boost. Tijdens de proefrit rond Mijdrecht word ik echt in mijn stoel geduwd. Voor extra betrouwbaarheid en beschikbaarheid monteerde Danny moderne bobines uit VW’s 1.4 TSI-motor. Originaliteit stond niet centraal in zijn plannen. De geliefde X-spoilerset kwam over uit Japan, waar hij op de 180 SX Type X zat, terwijl de dakspoiler afkomstig is van Full Car Tuning. De AN Sport Riverside lichtmetalen wielen zijn afkomstig van een donorauto. De led-achterlichten geven de 200 SX een moderne twist, vindt de trotse bezitter.
Foto's Louis Blom
Modelgeschiedenis Nissan 200 SX (S13)
De Nissan 200 SX is geliefd om zijn fraaie voorkomen, met de in de carrosserie opgenomen bumpers, de klapkoplampen, het minimalistische interieur met zijn typisch Japanse vormgeving en schakelaars, de turbomotor met zijn explosieve karakter, maar vooral om zijn rij- en drifteigenschappen.
Tussen 1988 en 1993 verkoopt Nissan liefst een kwart miljoen van zijn tweede generatie 200 SX, alias Silvia. Er zijn twee carrosserievarianten: de tweedeurs hatchback zoals wij die in Europa kennen en de traditionele tweedeurs coupé die alleen in Japan en de VS leverbaar is.
In ons land komt de 200 SX begin 1989 op de markt tegen een prijs van zo’n 60.000 gulden. Er is één motorvariant, de CA18DET 1,8-liter turbo die 169 pk levert, gekoppeld aan een vijfbak of een automaat. De 200 SX is rijk uitgerust, met standaard onder meer airco en elektrisch bedienbare zijruiten en spiegels. In Japan is er zelfs al het HICAS-II vierwielbesturingssysteem leverbaar. De concurrentie is hevig. Je kunt voor hetzelfde bedrag ook een Honda Civic CRX, een Toyota Celica of een Volkswagen Scirocco II kopen, maar dat zijn allemaal voorwielaandrijvers. Een vergelijkbare Porsche 944 is twee keer zo duur. Door zijn vriendelijkere aanschafprijs ten opzichte van de dure 300 ZX, het moderne CAD-design, klapkoplampen, zijn lage gewicht van nog geen 1.200 kilo in combinatie met zijn 50/50-verdeling en de multilink-achterwielophanging is deze 200 SX onder liefhebbers zeer gewild.
Ook in driftkringen is zijn reputatie snel gevestigd. De S13 wordt verdeeld tussen de pre-facelift Zenki (betekent ‘eerste’ in het Japans) en herkenbaar aan de ‘varkensneus’-voorbumper, in 1991 gevolgd door de Chuki (Japans voor middelste) en herkenbaar aan de gladgetrokken voorbumper en grotere overhang. De laatste versie, ook wel Kouki genoemd, verschijnt in 1994. Die biedt Nissan alleen op de thuismarkt aan, omdat de exportmarkten sinds 1993 al de opvolger S14, de 240 SX, geleverd krijgen. De Kouki-variant is de meest gezochte vanwege zijn nogmaals aangepaste uiterlijk met zwaardere spoilers en skirts. In 1998 is het gedaan met de S13, na ongeveer 250.000 stuks. Doordat er zo weinig goede exemplaren over zijn, stijgen de prijzen hard.
Een gekoesterde auto brengt nu meer dan €20.000 op. Typische problemen vind je in het mechaniek, inclusief het differentieel, de ophanging en de carrosserie, die niet bijster goed tegen roest is opgewassen. Hier vind je genoeg plekken waar je je aandacht op moet vestigen: veerpoten, trefpunt chassisbalken/schutbord, onder de voorruit bij de ruitenwissers, dorpels, spatbordranden achter, achter de achterlichten en de achterklep als die is voorzien van de zogeheten sponsspoiler. Die is van een soort schuim dat water opneemt, waardoor er tussen spoiler en lakwerk altijd water blijft zitten. Na de S14 verschijnt in 1999 de S15, de laatste in de reeks. In 2002 beëindigt Nissan na dertig jaar het fenomeen S.
