Danny is te jong om ooit een nieuwe Nissan 200 SX te kunnen kopen. Daarom restaureert hij zijn 200 SX en kan hij niet wachten tot hij achter het stuur kan plaatsnemen. Marten kocht in september 1989 een demo-auto en reed er sindsdien 309.000 kilometer mee. Een ontmoeting tussen twee generaties met dezelfde voorliefde.
Gaan de fotoreportage en het interview wel door? Er is zware regenval en mogelijk hagel voorspeld. “Hoezo vraag je dat?”, antwoordt Marten verbaasd. Vanwege de vele regen, de liefhebberij van de Nissan 200 SX en het willen sparen van de auto? “Welnee, ik heb niet zoveel tijd meer op deze aardbol, dus ik wil zo veel mogelijk genieten van mijn 200 SX.” Dus rijdt Marten van Brabant naar Mijdrecht, waar hij straks Danny ontmoet. Beide heren schelen 57 jaar in leeftijd, maar delen hun liefde voor Nissans betaalbare sportcoupé uit 1989.
De Nissan 200 SX is geliefd om zijn fraaie lijnenspel, de naadloos in de carrosserie opgenomen bumpers, de klapkoplampen, het minimalistische interieur met zijn typisch Japanse vormen en schakelaars, de turbomotor met zijn explosieve karakter, maar vooral om zijn rij- en drifteigenschappen. Schrijver dezes heeft er een zwak voor, had begin 1989 de witte TX-28-NG testauto en reed er in een week tijd 1.500 kilometer mee. Van Groningen naar de heuvels in Limburg, van Zandvoort, waar ex-coureur Hans Deen de banden in drie rondjes kaal reed, naar Ootmarsum voor een overnachting in de Wiemsel. Mooie herinneringen.
Restauratie in twee delen
Marten Tilstra is 80 jaar jong en al lang en breed met pensioen. Hij was in zijn werkzame leven bij Rijkswaterstaat onder meer verantwoordelijk voor de herinrichting van de snelweg A2 tussen Maarssen en knooppunt Holendrecht. “Ik heb geen verstand van auto’s. Ik ben destijds gevallen voor de styling van de 200 SX, niet voor de prestaties. Ik zou zelfs nooit meer een turbo-auto kopen, al heb ik ooit 224 km/h op de snelheidsmeter gehad. Niet in Nederland hoor.”
Danny de Dood is pas 23 jaar en nog maar net aan zijn werkzame leven als automonteur begonnen na succesvolle afronding van zijn BBL-opleiding (Beroeps Begeleidende Leerweg). Hij kon zijn stage rimpelloos laten overgaan in een vast arbeidscontract. Sleutelen is zijn lust en zijn leven, maar moderne auto’s doen hem niet zo veel. “Vandaar dat ik voor woon-werkverkeer een Subaru Justy heb en als ontspanningsproject de 200 SX. Nou ja, ontspanning ...”
Ze schelen dus 57 jaar in leeftijd, met als overeenkomst hun gezamenlijke liefde voor de Nissan 200 SX. Met het grote verschil dat die van Danny pas twee jaar in bezit en in restauratie is bij de huidige eigenaar. Het exemplaar van Marten is al ruim 36 jaar eigendom van een en dezelfde eigenaar en ziet er spik en span uit na bijna 309.000 kilometer. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Marten kosten noch moeite spaart om zijn troetelkind in topconditie te houden. Zijn metallic donkergrijze 200 SX is in twee delen gerestaureerd: in 2020 en 2021 de achterste helft vanwege roestvorming rond de sponningen van de achterzijruiten. In 2024 volgde de voorzijde van kokerbalken tot en met het schutbord. Ook motor en transmissie zijn van top tot teen nieuw opgebouwd. “Zonder mijn garage-eigenaar en tevens 200 SX-liefhebber Johan van Loon zou ik de Nissan nooit kunnen rijden”, erkent Marten. “Daarom bewonder ik Danny ook zo. Zijn moed om deze monsterklus aan te pakken en straks af te ronden met alle voldoening van dien. Petje af.”
Vertraging
Danny had zijn 200 SX in augustus 2025 in gebruik willen nemen, maar die ambitie heeft hij moeten laten varen. “Er zit te veel tegen. Bestelde onderdelen kloppen niet, deugen niet of komen niet aan en dat vertraagt het project. Daarbij heeft een cilinder slechts zes bar en lijdt de motor aan dusdanig sterke oxidatie en interne roest dat ik mijn toevlucht moest zoeken in een ander onderblok. Uiteindelijk heb ik een samengestelde motor, bestaande uit een ander onderblok, maar met de origineel bij deze auto geleverde cilinderkop. Die is zo goed als klaar. Ik wacht nog op nieuwe bouten en moeren. Dat staat lekker fris. Dan kan ik meteen het kleppendeksel spuiten.”
Ook de carrosserie lijdt aan typische S13-misère, vertelt Danny. Roest tiert welig tussen chassisbalken en schutbord, op de kofferklep, achter de achterlichten en aan het eind van de dorpels. “De zogeheten sponsspoiler op de achterklep is van een vochtopnemend materiaal, waardoor er altijd vocht en vuil tussen spoiler en klep blijft staan. Het zijn geen auto’s die gespaard worden. Vele zijn kapotgereden op circuits of tijdens al dan niet legale straatraces. Nu wordt deze S13-generatie samen met de S12, S14 en S15 gekoesterd. Ze zijn met name na de covidperiode explosief in waarde gestegen. Ik ben blij dat ik er een kon bemachtigen tegen een redelijke prijs, zij het met veel gebreken.”
Een goed exemplaar kost volgens Danny momenteel ruim boven de €25.000, hoewel er maar weinig volledig originele S13’s rondrijden. “Ook die van mij zal ik uiteindelijk aan mijn eigen wensen aanpassen. Je kunt al zien waar het naartoe gaat: het oorspronkelijk rood vervang ik door antraciet. Dat is meer mijn smaak.”
Zandvoort
Voor Marten begint het op zaterdag 19 augustus 1989. “Mijn vrouw en ik gingen voor een nieuwe Suzuki Alto voor haar naar de dealer. Voor de showroom stond echter een voor mij onbekende, oogstrelende coupé. Ik viel er op slag voor. Na een proefritje was ik verkocht, voor de rest van mijn leven. Ik deed mijn Ford Scorpio ervoor weg. De Ford is de eerste en enige auto die ik heb weggedaan voor een andere auto en ik heb er lange tijd enorm veel spijt van gehad. Met die grote Ford, het was een van de eerste exemplaren uit juli 1985, kon je lange reizen maken in groot comfort. Vandaar de spijt. Maar deze Nissan maakte alles goed.”
Marten betaalde in september 1989 bijna 45.000 gulden, inclusief inruil van de Scorpio, voor zijn met ruim 8.000 kilometer ‘ingereden’ 200 SX, om er direct mee naar de berg Olympus in Griekenland te rijden. Onderweg kon hij aan de auto wennen om er vervolgens nog meer verliefd op te worden. “Het is een heerlijke auto om vlot mee te rijden en te genieten van de fantastische wegligging.”
Marten groeide op 700 meter van het circuit van Zandvoort op en was er als kind vaak te vinden. “Mijn vader was landmeter bij de gemeente en heeft het circuit uitgezet. Ik zag als kind hoe de racewagens in de jaren 50 in van autodealers afgehuurde garages werden geprepareerd om vervolgens over de weg naar het circuit te worden gesleept. Stond ik met mijn neus bovenop de Ferrari’s, de Maserati’s en de Vanwalls.”
Marten was ook niet weg te slaan bij Rob Slotemakers Antislipschool, maar de ambitie om coureur te worden ontbrak, erkent hij ruiterlijk. “Pas nadat ik de Nissan had aangeschaft, schreef ik me in voor een rijvaardigheidstraining bij de ANWB. Van Gijs van Lennep leerde ik de fijne kneepjes van goede wagenbeheersing. Hij vond me aanvankelijk rijden als een ouwe lul, omdat ik de auto niet kon laten uitbreken op de cirkelbaan”, lacht Marten. Later houdt hij zijn driftvaardigheid bij op grote, lege parkeerterreinen, waar hij in regen en sneeuw de achterkant met plezier laat zwaaien. Nu houdt hij het rustig en vertelt trots dat de remschijven én de achterste remblokken pas na het passeren van de 308.000-kilometergrens zijn vernieuwd.
ICT of automonteur
Bij Danny begon het Japanse autovirus al tijdens zijn vroege tienerjaren. “Een vertrouwd patroon eigenlijk. Eerst sleutelen aan brommers en eenmaal 18 jaar maakte ik voor mezelf de keus tussen motorfietsen of auto’s. Het dak boven je hoofd maakte de keus toch makkelijk.” Dat Danny van al dat hobbymatig sleutelen zijn beroep zou maken, was in zijn ogen minder vanzelfsprekend. “Ik houd van techniek. Machines, robots, computers. Hoe gecompliceerder, hoe leuker. Een ICT-opleiding lag voor de hand, maar mijn ongeduldige karakter speelde me parten. Ik houd van rondlopen en niet van stilzitten.”
Dus koos hij uiteindelijk voor een MBO Autotechniek 3, als BBL-opleiding aan het ROC. Eén dag in de schoolbanken en vier dagen meelopen in de werkplaats. Intussen groeide zijn interesse voor zogenoemde JDM-cars, met name de Mazda RX-7. BMW’s E30 M3, E36 M3 en de E36 Touring konden op zijn warme belangstelling rekenen. “De Nissan Skyline R31 en E32 prijken bovenaan mijn verlanglijstje, maar ja, die zijn onbereikbaar. Deze 200 SX dook twee jaar geleden op op een socialmediakanaal. Het was niet mijn bedoeling er een te kopen, maar het was een noodverkoop, waardoor de prijs erg gunstig was. Oorspronkelijk een in Duitsland geleverde auto en al sinds 1996 in Nederland. Hij was in 2004 gestald, omdat de motor het had begeven.”
Na de aankoop begon Danny zich te verdiepen in de historie van het model. “Het design spreekt me aan, de koplampen, het zwarte glasshouse en de vloeiende lijnen. Ik vind 169 pk niet veel voor het soort auto, maar daarin komt verandering. Ik zag al snel dat er veel werk aan zat. Pas nadat ik de Nissan volledig had ontmanteld, ontdekte ik hoeveel werk. Gelukkig hebben we in het boerenbedrijf van mijn ouders alle gereedschappen en een hefbrug voorhanden. En ik heb twee rechterhanden, ook al ben ik linkshandig.”
De staat van de 200 SX viel Danny erg tegen. “Niets viel mee, maar filmpjes op YouTube helpen. Zo’n restauratie is een enorm leerproces. Ik heb mezelf bijvoorbeeld leren lassen met behulp van die video’s. Nu deins ik voor geen enkele tegenslag meer terug. Ik moet toch doorzetten, want anders zou alles voor niets zijn geweest. De andere kant van de medaille is dat het juist motiveert. Nu maak ik zelf filmpjes om anderen te motiveren hun projecten tot een goed eind te brengen.”
Niets anders
Martens 200 SX is de drie ton gepasseerd. Heeft de Nissan die afstand probleemloos afgelegd? “Over de kwaliteit niets dan goeds. Het is een zeer betrouwbare auto. Niemand die me destijds vertelde dat je een turbo-auto behoedzaam moet warmrijden en een minuutje moet laten draaien na een lange rit. Dit om de turbine tijd te geven af te koelen en het toerental te laten afnemen. De 200 SX kon het aan, tot bij 160.000 kilometer het spruitstuk bleek te zijn. Al die 35 jaar heeft hij me één keer in de steek gelaten en dat kan ik Nissan niet eens aanrekenen. Wel de garage, want die negeerde een ABS-waarschuwingslampje op het dashboard. Dat leverde een vastgeslagen differentieel op, waardoor ik al mijn geleerde kneepjes in de praktijk moest brengen om de auto niet te laten crashen. Waar gehakt wordt, vallen spaanders. Zo passeerden een niet-vastgedraaide bout, twee keer een kapotte V-snaar te wijten aan een niet gecontroleerde aircopomp en een straal water op mijn benen na de hermontage van de nieuwe voorruit de revue.”
Marten houdt letterlijk alles bij wat zijn Nissan betreft. Elke tankvulling, elke onderhoudsbeurt, elke reparatie, elke schroef noteert hij in het logboek. Stapels rekeningen heeft hij verzameld in vier overvolle archiefdozen en hij heeft als getallenfreak zelfs grafieken van kosten zoals brandstofverbruik en bandenslijtage gemaakt. “Zo ben ik erachter gekomen dat doorrijden met dezelfde auto duurzamer is dan een nieuwe auto kopen. Met duurzamer bedoel ik goedkoper.”
Marten geeft 200 SX niet uit handen
Heeft Danny ooit gereden met een originele 200 SX? “Een stukje met zo’n typische driftauto, want een standaard 200 SX kom je nooit tegen. Dus kun je zeggen dat ik er nog nooit in heb kunnen rijden. In die zin moet ik ervaringen opdoen, opbouwen met de 200 SX, zoals Marten dat al die 36 jaar heeft kunnen doen.” Marten is echter niet van plan om ook maar iemand met zijn auto te laten rijden. “Ik geef hem niet uit handen, want ik ben veel te bang dat hij mijn auto in een muur parkeert of op het dak van een huis of op een andere manier molesteert”, houdt hij lang vol. “Mijn zoon wilde er graag mee rijden toen hij zijn rijbewijs had gehaald. Met typische 20-jarige leeftijdsbravoure knalde hij ervandoor met de Nissan, al mijn adviezen om het rustig aan te doen negerend. Toen hij het te bont dreigde te maken, heb ik hem terugverwezen naar de passagiersstoel en me voorgenomen nooit meer het stuur uit handen te geven.”
Twintiger met wagenbeheersing
Toch zwicht Marten uiteindelijk als we blijven aandringen. Aan Danny om te bewijzen dat er ook twintigers met wagenbeheersing rondrijden. Hij neemt subiet Martens angst weg door perfect met gaspedaal en koppeling om te gaan. Hij weet precies bij welk toerental de turbodruk gaat opbouwen. Stuurt de auto soepel door de bochten rond Mijdrecht. Alsof de 200 SX zijn dagelijks vervoer is, zo rijdt hij ermee. Marten kan gerust zijn. De rit motiveert Danny andermaal om aan zijn eigen 200 SX-project te blijven werken. Want hij gaat de Justy vervangen als woon-werk-hobbyauto.
Voor Marten bestaat er geen andere auto meer dan zijn 200 SX. “Ooit had ik een zwak voor de 300 ZX, maar de 200 SX is tijdloos. Zijn proporties kloppen, het design verveelt niet, hij is ergonomisch perfect gezien mijn lichaamslengte en hij is praktisch dankzij de grote achterklep. Wegdoen is niet aan de orde. Zolang ik kan en mag rijden, blijft de 200 SX. Mocht het ooit gebeuren dat ik niet meer achter het stuur kruip, draag ik hem over aan iemand die hem op waarde weet te schatten en hem origineel houdt. Die krijgt alle historie erbij cadeau.” Of dat zijn kleinzoon is? “Die zou de Nissan verbouwen, zodat hij mee kan doen met driftwedstrijden. Dat kan ik als originaliteitsfreak niet velen. Dus laat ik Johan van Loon het eerste bod doen.”
Geschiedenis Nissan 200 SX
Tussen 1988 en 1993 verkoopt Nissan maar liefst een kwart miljoen exemplaren van zijn tweede generatie 200 SX, alias Silvia, in liefhebberskringen Drift Legend geheten. Er zijn twee carrosserievarianten: de tweedeurs hatchback zoals wij die in Europa kennen en de traditionele tweedeurs coupé, die alleen in Japan en de VS leverbaar is. In ons land komt de 200 SX omgedoopte Silvia, brutaal geadverteerd met de slogan ‘Als u meer wilt dan een dikke 190’, begin 1989 op de markt tegen een prijs van zo’n 60.000 gulden. Er is een motorvariant, de CA18DET 1,8-liter turbomotor die 169 pk op de been brengt, gekoppeld aan een vijfbak of een automaat. De 200 SX is rijkelijk voorzien van extra’s zoals airco, elektrisch bedienbare zijruiten en spiegels. In Japan is zelfs al het HICAS-II-vierwielbesturingssysteem leverbaar. De concurrentie is hevig, want je kunt voor hetzelfde bedrag ook een Honda Civic CRX, een Toyota Celica of een Volkswagen Scirocco II kopen, maar dat zijn allemaal voorwielaandrijvers. Een vergelijkbare Porsche 944 is twee keer zo duur. Door zijn vriendelijkere aanschafprijs ten opzichte van de dure 300 ZX, het moderne CAD-design, klapkoplampen, zijn lage gewicht (nog geen 1.200 kg) in combinatie met zijn 50/50-verdeling en de multilink-achterwielophanging is deze 200 SX onder liefhebbers een parel. Ook in driftkringen is zijn reputatie snel gevestigd.
De S13 is er in drie varianten. Te beginnen met de pre-facelift Zenki (betekent eerste in het Japans) die herkenbaar is aan de ‘varkensneus’ voorbumper, in 1991 gevolgd door de Chuki (Japans voor middelste) en herkenbaar aan de gladgetrokken voorbumper en grotere overhang. De laatste versie, ook wel Kouki genoemd, verschijnt in 1994. Nissan biedt hem alleen op de thuismarkt aan, omdat de exportmarkten sinds 1993 al opvolger S14, oftewel de 240 SX in de showroom hebben staan. De Kouki is de meest gezochte versie vanwege zijn nogmaals aangepaste uiterlijk met zwaardere spoilers en skirts. In 1998 is het gedaan met de S13, na ongeveer 250.000 stuks. Lange tijd kon je een S13 oppikken voor enkele duizenden euro’s om er je woon-werkverkeer mee af te leggen en in het weekend te offeren aan driftpartijen. De meeste exemplaren zijn weggeroest, geslacht, geofferd, vergaan. Doordat er zo weinig goed over zijn, stijgen de prijzen hard. Een gekoesterde auto brengt nu meer dan €20.000 op.
Zwakke plekken tref je in het mechaniek, inclusief het differentieel, de wielophanging en de carrosserie, die niet bijster goed tegen roest is opgewassen. Er zijn talloze aandachtspunten, zoals de veerpoten, het trefpunt chassisbalken-schutbord, onder de voorruit bij de ruitenwissers, dorpels, spatbordranden achter, achter de achterlichten en de achterklep als die is voorzien van de zogeheten sponsspoiler. Die is van een soort schuim dat water opneemt, waardoor er tussen spoiler en lakwerk altijd water blijft zitten. Na de S14 verschijnt in 1999 de S15, de laatste in de reeks. Nissan beëindigt in 2002 na dertig jaar het fenomeen ‘S’.
Foto's Louis Blom
