Renault 4 klassiek, club, sleutelen, onderdelen, werkplaats
 
Reportage

Dankzij deze enthousiaste sleutelaars kunnen we nog lang van de oer Renault 4 op de weg genieten

Al tien jaar lang bezoekt AutoWeek Classics de zogeheten sleuteldagen. De eerste was die van de Renault 4 Club Nederland. Omdat deze vereniging dit jaar 35 jaar bestaat en het Viertje zélf 65 kaarsjes mag uitblazen, gingen wij nogmaals langs.

In 2016 reisden we daarvoor af naar Enschede, maar sinds een aantal jaren is het in de zuidelijke Betuwe gelegen Beneden-Leeuwen de vaste stek. In een voormalig garagebedrijf is het uitstekend geoutilleerde magazijn van de Renault 4 Club Nederland gevestigd, kortweg ‘R4 Kwartier’ geheten. Samen met twee bruggen, een werkruimte waar met name motoren worden gereviseerd en een kantine is het hier bijna maandelijks een komen en gaan van eigenaren en liefhebbers om aan hun Viertjes te sleutelen of om ervaringen uit te wisselen.

Renault 4 klassiek, club, sleutelen, onderdelen, werkplaats

Zo ook deze zonnige zaterdag. Buiten zien we diverse hatchbacks en bestellers (4F4 en 4F6) staan in verschillende stadia van afbraak en opbouw. Van een wit exemplaar is weinig meer over dan een karkas. De bordeauxrode 4 ernaast lijkt zich daarbij vergeleken in een rijklare staat te bevinden, maar toch staat hem een grondige restauratie te wachten, zo vernemen we als we een hap nemen van een mergpijpje. Dat laatste met dank aan gastvrouw Renate Meijering, die als alternatief ook roze koeken heeft meegebracht. Vast om het 35-jarig bestaan van de club te vieren, denken we.

De eerste brugbezoeker is een 4F6 uit 1984, eigendom van Sjoerd van ’t Oever uit het even verderop gelegen Heerewaarden. Eerder een man van daden dan van woorden. Er staat dan ook het nodige op het programma: werken aan fusees en aandrijfas, en remleidingen vervangen. “Tja, de apk-voorkeuring gaf deze tegenvallers aan. Gelukkig zit de club dichtbij.”

Hij vervolgt: “Vroeger reed ik Citroën 2CV en ik heb ook Saabs 95 en 96 gehad. Op een gegeven moment begon het klassiekervirus wat te kriebelen, maar omdat de Eend-prijzen tegenwoordig zo hoog zijn, koos ik voor de Renault 4. Ik heb de ZS-600-G nog niet lang, wil hem optisch zo laten. Je mag zijn leeftijd zien, vind ik, maar technisch moet hij in orde zijn.” Het scheelt daarbij dat Sjoerd technisch is aangelegd; ook zijn Zweedse vierwielers onderhield hij grotendeels zelf.

Renault 4 klassiek, club, sleutelen, onderdelen, werkplaats

La Poste

Toch heeft Sjoerd af en toe hulp nodig, al was het maar met het bijschijnen van licht om te zien waar het euvel zich precies bevindt. Hulptroepen genoeg! Zo is daar René Yntema, die met zijn knaloranje 4 GTL vanuit Veenendaal is gearriveerd. Hij is een van de helpende handen vandaag. Clubvoorzitter Frits Luikenaar: “Het is de bedoeling dat eigenaren zelf aan hun auto’s sleutelen. Onze technici bieden daarbij een ondersteunende rol.”

Renault 4 klassiek, club, sleutelen, onderdelen, werkplaats

René’s 4 is een latertje, van bouwjaar 1992. “Hij komt uit Zuid-Frankrijk en was oorspronkelijk wit. De eerste eigenaar was een beeldhouwer; hij vervoerde er stenen mee en dat was te zien: vanbinnen was hij helemaal kapot. In 2014 kocht ik hem en ben ik hem gaan restaureren. Ik wilde een restauratie die opviel, zonder de originaliteit geweld aan te doen. Alle aanpassingen moeten dus weer tenietgedaan kunnen worden.” Die aanpassingen betreffen een lederen interieur waarbij de carrosseriekleur subtiel terugkomt, luxe vloermatten, chromen ruitenwissers en zijspiegels, en wielen van de Renault 5 Alpine, eveneens voorzien van een oranje biesje. Indrukwekkend!

René deed alles zelf, behalve het lassen, “maar veel laswerk was niet nodig”. Omdat hij graag weer eens een auto met dashboardschakeling wilde, koos René voor het model waarmee hij ooit zijn automobiele carrière begon. “Bovendien zijn Viertjes gemakkelijker te vinden dan het oer-Vijfje, waar eveneens de pook uit het dashboard priemt en de uitlaat vóór het linker achterwiel eindigt. Als ik die nog eens zou kunnen vinden …” Wil René dan zijn luxe oranje ‘doosje’ daarvoor wegdoen? “Ik heb ook nog een La Poste; een geel/blauwe 4 die van de Franse Posterijen is geweest. Dat zou eveneens een inruilkandidaat zijn, want de oranje 4 vind ik toch wel erg leuk, alhoewel sommigen hem té mooi vinden.”

Renault 4 klassiek, club, sleutelen, onderdelen, werkplaats

Nog wél in restauratie is de rode 4 van Maarten Schuurman uit Tiel. Zijn GTL uit 1985 is dan ook enkel aanwezig op zijn smartphone. “Ik liep er in 2023 toevallig tegenaan. Het had ook een Mini, Kever of Trabant kunnen zijn, maar het werd weer een Viertje.” Weer? “Ja, want ik heb ook nog een zwart-witte, ‘De Koe’ genaamd.” Wij zouden, gezien zijn compacte afmetingen, eerder denken aan een kalfje, maar goed. Maarten is er content mee. En met zijn rode exemplaar, waaraan hij dit jaar de laatste hand wil leggen.

Renault 4 klassiek, club, sleutelen, onderdelen, werkplaats

Genoeg voorraad

Terwijl René zijn eigen 4 van wat extra motorolie voorziet, maken wij een praatje met Frits, magazijncoördinator Henk Sulsters en revisiespecialist Peer Albregts. “Sleuteldagen organiseren we al sinds het ontstaan van de club; het R4 Kwartier is sinds een aantal jaren de vaste locatie. Hier hebben we alles bij de hand: bruggen en een uitgebreid onderdelenmagazijn”, horen we. Henk is er in z’n nopjes mee. “Ja, we hebben hier genoeg voorraadonderdelen, die soms ook nog nieuw worden gefabriceerd, en plaatwerk. Geen wonder: de 4 is meer dan acht miljoen keer gebouwd. Toch merken we dat bepaalde stukken schaars beginnen te worden, zoals achterassen. Onderdelen voor de oudste modellen, zoals de eenvoudigere 3, zijn er ook nog wel, maar die worden duurder.”

Peer vult aan: “In een aparte ruimte reviseer ik motoren. Dat is goed te doen, en mocht er een onderdeel niet voorradig zijn, dan maak ik dat desnoods zelf. Daarbij bouw ik een ruime marge in: een gereviseerde krachtbron mag niet na een halfjaar defect zijn. Voordat ik een motor inbouw, laat ik hem eerst een poosje ‘wandelen’ op de proefbank die we hier hebben staan.” Naast dit alles is de 4 een auto die niet moeilijk in elkaar steekt en waaraan veel zelf te doen valt. Frits: “Langzamerhand merken we dat de 4 belangstelling van de jeugd krijgt. Niet zo verwonderlijk: het is een vrij simpele, maar erg praktische auto; alles past erin. Daarbij is hij sympathiek en niet duur in onderhoud. Een waterpomp heb je bijvoorbeeld voor vier à vijf tientjes. Wellicht gaan we eens een vader-en-zoon-dag organiseren, zodat we jongeren écht kunnen laten kennismaken met alle ins en outs van deze leuke klassieker.”

Renault 4 klassiek, club, sleutelen, onderdelen, werkplaats

Paaien

Na deze gespreksronde gaan we de werkplaats weer in, waar we René over een dashboard gebogen zien zitten. Het blijkt het instrumentenpaneel uit een blauwe 4F6 Combi uit 1984 te zijn, die buiten staat, met gastvrouw Renate ernaast. “Als kind vond ik het Viertje al leuk. Ik kan me herinneren dat ik vroeger zei dat ik later ook een auto met schuifraampjes – ‘klosjes’ - wilde, en sinds dertien jaar is deze Combi van mij. Een Renault 4 is autorijden met een glimlach, ook al biedt hij niet het comfort van een moderne auto.”

Terwijl we het interieur bekijken, valt inderdaad het ‘lege’ dashboard op. “Er is iets met de elektra. De snelheidsmeter werkt niet, net als enkele indicatielampjes.” Maar is het dan niet de bedoeling dat je het zelf probeert op te lossen, eventueel met behulp van een techneut? “Ja, maar ik doe het andersom: René probeert het op te lossen en ik help hem, indien nodig. Daarom heb ik die koeken ook meegenomen, om de technici te paaien!” En wij maar denken dat de versnaperingen met het 35-jarig jubileum te maken hebben … Maar paaien of niet, René krijgt het euvel niet opgelost: “De stekkerverbindingen zijn niet in orde. Wellicht is een nieuwe draadboom nodig. Maar dat is een klus van vier uur en dat gaat vandaag niet lukken.” Renate zit er niet echt mee. “Ik gebruik wel gps om de snelheid te meten.”

Renault 4 klassiek, club, sleutelen, onderdelen, werkplaats

Aandrijfas is een bekend probleem van het Viertje

We lopen de werkplaats weer in. Hier wordt een claxon gerepareerd, daar wordt een lekkage aan de versnellingsbakolie bekeken - door Frits, want het is zíjn 4 Clan (actiemodel) uit ’92 die op de brug staat. Gelukkig is dit wél gemakkelijk op te lossen: “Er ontbrak een plugje.” Frits vond zijn 4 bij een handelaar die hem van de eerste, oudere eigenaar uit Poitiers kocht. En ook de clubvoorzitter is ooit in het ‘Koekblikje’ begonnen. “Dat was 52 jaar geleden. Ik was 18 jaar en wilde een auto. Voor honderd gulden kon ik er eentje overnemen. Geen geld natuurlijk, maar toch heb ik er nog 24.000 kilometer plezier van gehad. Ik ben er bijvoorbeeld mee naar Frankrijk en Zwitserland gereden. Maar kort daarna ‘draaide’ de aandrijfas eruit , een bekend ‘fenomeen’ van het Viertje. Mijn volgende 4 kostte nog minder: 75 gulden - tegenwoordig nog geen €35! Daarna volgden grotere Renaults: tweemaal een 10 en een 16. Die laatste was een heerlijke auto, ik zou hem zo weer kopen.”

Maar dat is niet nodig: het plugje is geplaatst, het incontinentieprobleempje is daarmee opgelost. Zodat ook Frits de terugreis naar Didam kan aanvaarden. Nog even en Henk sluit de garagedeuren, om ze over vier tot vijf weken weer te openen voor een nieuwe lichting 4-sleutelaars.

Renault 4 klassiek, club, sleutelen, onderdelen, werkplaats

Renault 4 en Renault 4 Club Nederland

In 1958 begint Renault te werken aan een opvolger voor het ‘Bolhoedje’ 4CV. Het succes van de Citroën 2CV inspireert de ‘Régie’ om eveneens aan voorwielaandrijving te denken - plus al het andere goede van de Eend (vier portieren, veel binnenruimte), maar dan beter, moderner uitgevoerd. Dus een watergekoelde viercilinder in plaats van een luchtgekoelde tweepitter en een achterklep die in het dak scharniert. Drie jaar later is het zover: de 4 maakt zijn opwachting op de IAA in Frankfurt in september 1961. Hij is er in verschillende smaken, waarbij de spaarversie (met een 603-cc motor, daar waar de 4 een krachtbron van 747 cc heeft en achterste zijruitjes, noch chroom) 3 zou gaan heten. Bij gebrek aan succes verdwijnt de 3 (Franse fiscale pk’s) al na een jaar. De 4 begint dan juist aan een enorme opmars. Er verschijnen luxere versies, krachtigere motoren en carrosserievarianten. Meest bekend zijn naast de hatchback de besteluitvoeringen. Deze Fourgonnettes (later: 4F4 en 4F6) geheten varianten zijn net als de normale 4 met een driebak en een elektrisch circuit van 6 volt uitgerust. Vanaf 1968 is een vierbak standaard en sinds 1971 is 12V de norm. Uiterlijke wijzigingen kent de Vier bijna elk jaar wel: nu eens wijzigt het Renault-embleem, dan weer maakt chroom plaats voor kunststof.

Als in 1968 concurrent Citroën het vrijetijdsvoertuigje Méhari brengt, blijft Renault niet achter: de Plein Air is een cabrioletuitvoering zonder portieren, maar met diep uitgesneden zijpanelen. Die Plein Air maakt - eveneens in 1971 - plaats voor de Rodéo, maar het succes van de Méhari wordt niet bereikt. Maar dat deert niet, want als model overtreft de 4 het succes van de 2CV ruimschoots. Daar waar van de Eend tussen 1948 en 1990 dik vijf miljoen exemplaren worden gebouwd, doet het Viertje het met ruim 8,1 miljoen stuks tussen 1961 en 1995 veel beter. Het zal de bestverkochte Franse auto blijven tot de Peugeot 206. Al die Viertjes bouw je niet zomaar: in liefst 27 landen is hij geassembleerd.

Klassieke Renault 4 en 5

Dat jongeren inderdaad de oude Renault 4 weten te waarderen, bleek al uit dit verhaal over de Friese Brecht.

Toenemende eisen op met name uitstoot- en veiligheidsgebied doen de belangstelling voor de 4 vanaf de tweede helft van de jaren 80 afnemen. In ons land is de 4 tot in 1986 leverbaar. De in Frankrijk gebouwde TL en GTL blijven in het thuisland nog leverbaar, maar onder de (actiemodel)benamingen ‘Savane’ en ‘Clan’, die het tot 1993 uithouden. Het bestelaanbod bestaat alleen nog maar uit de 4F4, die tot 1988 leverbaar is. Het uitzwaaimodel heet toepasselijk ‘Bye Bye’ en is voorzien van een genummerde plaquette die terugtelt van 1.000 tot 1. De laatste Renault 4 rolt in 1995 in Marokko van de productieband.

Vier jaar eerder, in 1991, wordt de Renault 4 Club Nederland opgericht, die al snel honderd leden telt. Later groeit dat door tot ruim 1.700. In die jaren is de 4 nog een alledaagse gebruiksauto die goedkoop te rijden is en veel van die rijders zijn clublid. Allengs verdwijnt de 4 uit het straatbeeld en neemt het ledental af. Tegenwoordig zijn het er zo’n 700 en zit er weer een lichte groei in. Volgens clubvoorzitter Frits Luikenaar komt dat doordat de jeugd de Renault 4 leert kennen als een handige, goedkoop te rijden auto met een vrolijke uitstraling en vooral veel binnenruimte.

Naast Nederlanders kent de Renault 4 Club Nederland Belgische en Duitse leden (België heeft weliswaar een eigen Renault 4 club, maar geen onderdelenmagazijn) en zelfs clubleden uit Noorwegen en Australië! Die worden geïnformeerd via de website, het driemaandelijkse clubblad De Vrijbuiter en de digitale nieuwsbrief Vrijbuiter 2.0. De evenementencommissie organiseert jaarlijks een aantal clubevenementen, waarbij die in de zomermaanden de mogelijkheid tot overnachten geven. Incidenteel zijn er bijzondere evenementen, zoals buitenlandse reizen, Renault-evenementen of fabrieksbezoeken.

Foto's Maurice Volmeyer

Lees ook

Lezersreacties (2)

Reageren

Maak melding van misbruik

Let op! Deze functie is niet bedoeld om zelf een commentaar toe te voegen. Optioneel kun je er een opmerking bij plaatsen.

Er is iets mis gegaan. Probeer het later nog eens of e-mail ons.