Alfa Romeo, BMW en Porsche komen meteen bovendrijven als het om echte liefhebbersmerken gaat, maar kan Hyundai ook een liefhebbersmerk zijn? Arjan Post uit Nieuwegein ontfermt zich maar wat graag over het Nederlandse deel van dit Koreaanse erfgoed.
“Deze heeft nieuwe mistlampen. Dat is uniek, want die zijn nergens meer te koop. Maar ik heb er nu drie setjes van liggen.” Hiermee maakt Arjan Post (53) meteen duidelijk dat hij genoegen schept in kleine, maar bijzondere details. Het is tekenend voor de man uit Nieuwegein, die zich ontfermt over auto’s die door vele anderen geen blik waardig worden gegund. Oudere Hyundai’s worden meestal immers toch gezien als consumptiegoederen, praktische vervoersmiddelen die aan het einde van hun werkzame leven simpelweg op de sloop belanden.
Dat het ene automerk meer liefhebbers trekt dan het andere, is uiteraard niet gek. Een merk als Alfa Romeo speelt doelbewust en doorgaans met veel succes in op je emoties, waarbij sportiviteit en design vaak om de hoofdrol vechten en de historie eveneens heel belangrijk is. Dat er voor huis-tuin-en-keukenmodellen ook genoeg liefhebbers te vinden zijn, bewijzen we iedere maand met AutoWeek Classics.
Toch zijn er ook daarin weer gradaties. Aan Opels, Volkswagens en Fords bewaren hele volksstammen warme herinneringen, terwijl de Amerikaanse en Japanse merken een ander soort liefhebber aanspreken. Dat merken uit andere verre oorden die status nog niet hebben bereikt, heeft vooral met het (gebrek aan) historie te maken. De eerste BYD-liefhebber moeten we nog tegenkomen en zelfs de Koreanen, in het geval van Hyundai sinds 1978 in Nederland, vallen nog grotendeels buiten het blikveld van liefhebbers.
Voor Scoupé, Lantra, Pony en Excel
Het autobloed kruipt echter waar het niet gaan kan en Arjan Post is daarvan het levende bewijs. Zijn omvangrijke Hyundai-verzameling beperkt zich zelfs grotendeels tot één specifieke modelreeks uit de jaren 90, hoewel hij hier en daar wel eens een uitzondering maakt. “Eigenlijk ben ik continu op zoek”, vertelt Arjan. Die zoektocht richt zich op de Scoupé, Lantra, Pony en Excel, feitelijk allemaal varianten van hetzelfde model. Dat model vloeit voort uit een eerdere generatie en heeft zijn wortels in het midden van de jaren 80, maar voor Arjan telt alleen de latere, meer afgeronde generatie.
Keurig opgesteld naar carrosserievorm en jaar
Speciaal voor ons bezoek staan zijn auto’s keurig opgesteld naar carrosserievorm en jaar. Dat levert toch wat weemoed op, want meer ‘nineties’ dan deze Hyundai wordt een auto eigenlijk niet. Afgeronde koplampen, wonderlijke bekledingsmotiefjes en blije lakkleuren leiden af van de eigenlijk heel traditionele opzet van de auto’s, zoals we dat zo vaak zagen in deze periode. Voor Arjan is het ook nostalgie die aan de basis van de Hyundai-liefde staat. Dat gaat bij hem wat verder dan het straatbeeld van dertig jaar geleden, want Post werkte vanaf 1992 langdurig bij verschillende Hyundai-dealers. Hij was daar meestal verantwoordelijk voor het magazijn en zag het merk in die periode uitgroeien van een nieuwkomer met budgetauto’s tot een serieuze speler.
Met vallen en opstaan, trouwens, want met de komst van de nieuwe Excel halverwege de jaren 90 werd het volgens Post ineens veel minder druk in de showroom. Maar toen de SUV’s Santa Fe en Tucson arriveerden, was de weg omhoog definitief gevonden. Deze extra stoere gezinsauto’s waren door de destijds nog niet aan CO₂-uitstoot gerelateerde bpm relatief goedkoop, terwijl dealers bakken met geld verdienden aan accessoires als bull-bars, audio en navigatie. Gouden tijden, herinnert Arjan zich.
Pronkstuk
Toch ligt zijn hart bij modellen uit de periode daarvoor, de vroege jaren 90. Behalve de Excel-familie mogen we daar wat hem betreft ook de grotere Lantra en Sonata bij rekenen, hoewel geen van die auto’s momenteel onderdeel is van de collectie. Iedere Hyundai in de collectie heeft zo zijn eigen unieke verhaal, met een donkerrood duo uit 1993 als opvallend en doelbewust bij elkaar gezocht ‘setje’. Het gaat om een vijfdeurs Pony en een vierdeurs Excel in luxe GLS-trim, met chroom rond de ramen, meegespoten bumpers en tijdscorrect lichtmetaal. Meer ‘nineties’ dan dit worden auto’s niet snel, en dat weet ondergetekende – bouwjaar 1988 – erg te waarderen. “Die Pony is een 25-Special”, vertelt Arjan. “Net als de driedeurs die ernaast staat. Dat was het actiemodel waarmee Hyundai zijn 25-jarig bestaan in Nederland vierde”.
De driedeurs Pony in kwestie is knalrood en lijkt totaal niet op de op de GLS gebaseerde vijfdeurs, maar die variatie mocht er kennelijk gewoon zijn. De leukste Pony-variant is uiteraard de Scoupé, waarbij het pronkstuk van de collectie een eveneens knalrood exemplaar uit 1990 is. “Als ik er maar eentje zou mogen houden, werd het die”, erkent Arjan. Met zijn tweekleurige carrosserie, hoekiger neusje en geblokte achterlichten is dit vroege exemplaar er echt een van een uitgestorven soort, zeker in deze vrijwel smetteloze staat.
Ieder detail
Als we langs Arjans collectie slenteren, passeert het ene leuke weetje na het andere de revue. Wist je bijvoorbeeld dat de auto die wij tussen 1989 en 1994 als Excel kenden, elders in Europa in de showroom stond als Pony sedan? Post: “We vervingen na aankomst bij die dealers zelf het typeplaatje achterop.” In die jaren hadden de Nederlandse dealers wel meer te doen, blijkt na een blik op een vakkundig in een spoiler weggewerkt remlicht. “Die derde remlichten waren nooit aangesloten als de auto’s in Nederland arriveerden. Dat moesten wij bij de dealer zelf doen. Met de mistlampen was het andersom: deze had er twee achter, en wij moesten de rechterlamp eruit draaien.”
Post lijkt zich ieder detail uit het Hyundai-verleden nog te herinneren, ook als het gaat om de verschillende uitvoeringen. “De GS is de goedkoopste versie van de Scoupé; die heeft geen grijze onderkant. De GT had de grijze onderkant wel, maar nog steeds geen stuurbekrachtiging. De GTX had wel stuurbekrachtiging en lichtmetaal.”
Post is een wandelende catalogus
Losse opties, bekledingsvarianten, kleuren en accessoires: Post blijkt een wandelende catalogus. De link met de Nederlandse markt is in alles aanwezig. Dat het hier in alle gevallen om origineel Nederlandse auto’s gaat, is dan ook geen toeval: “Dat vind ik toch het mooiste.” Toch is Arjan Post wonderlijk genoeg geen Pietje-precies. Hier en daar zien we best een krasje en een deukje; het lakwerk laat zijn leeftijd bij sommige auto’s goed zien en als Post bepaalde wielen niet mooi vindt, schroomt hij niet om op een beschaafde manier van ‘volledig origineel’ af te wijken.
Wat beweegt deze man dan wel tot het verzamelen van zoveel mogelijk auto’s uit een ogenschijnlijk vrij onbeduidende modelreeks? De eerdergenoemde nostalgie speelt daarbij een belangrijke rol, maar er is meer aan de hand. Arjan is inmiddels zo’n beetje de beschermengel van de Scoupé, Excel en Pony geworden en runt naast zijn werk als lijnbuschauffeur een bedrijfje dat in onderdelen voor met name Koreaanse auto’s handelt. Hyundai-dealers door het hele land vinden in hem een dankbare manier om van oude onderdelen af te komen en dankzij die verzamelwoede is het nu weer mogelijk om dat ene spiegeltje, knipperlichtje of knopje te bemachtigen voor je oude Hyundai.
Toch is ook die zakelijke, praktische kant niet wat Post in deze situatie heeft gehad. Een zekere vorm van zorgverlening wel. Zorg voor de auto’s, wel te verstaan: “Dit is uniek en ik weet niet of er nog mensen zijn die dit nog willen bewaren. Dus als ik ze niet koop, belanden ze toch op de sloperij.”
Foto's Willem Verstraten
