Vergeet even de waan van alledag, vergeet die fonkelnieuwe testauto’s in de AutoWeek-parkeergarage en kijk in de spiegel. En vraag je af: wat zou ik voor mezelf kopen voor €10.000? Dat was de opdracht aan onze redacteuren. En dit is het resultaat.
Damiaan Hage: ‘Een tikkeltje verstandig blijven’
Met dit budget is prima te werken. Natuurlijk zou ik m’n verstand uit kunnen schakelen en iets heel aparts kunnen kiezen, zoals een Mercedes S-klasse uit de jaren 90 of een Lexus LS. Maar dat zijn wel auto’s die behoorlijk veel kosten met zich meebrengen en ik rijd minstens 40.000 km per jaar. Ik moet dus iets verstandiger zijn. Ik houd wel van het gevoel van een ‘echte’ auto en wil een beetje ruimte om me heen – dus minimaal D-segment. Ik had ooit een Mazda CX-5 uit 2012 en dat vond ik een serieus fijne auto. Daardoor heb ik wel een zwak voor Mazda gekregen. Maar eigenlijk heb ik niets met SUV-achtige auto’s, dus ik zou met dit budget op zoek gaan naar een Mazda 6 van na 2013. Die rijdt uitstekend, wordt mooi en er is een redelijke keuze in. Ik zou vanwege de kosten liever voor een benzinemotor gaan dan voor een diesel, en ik wil graag zelf schakelen. Een sedan of Sportbreak maakt me niet zo gek veel uit, ik vind het beide fraaie modellen. Als er een GT-M-versie beschikbaar is met alle luxe, dan ben ik helemaal in m’n nopjes en zul je me de komende jaren niet meer horen.
Marco Gorter: ‘Niet alleen een vervoermiddel’
Een auto om alles mee te doen. Echt alles. Want of je nu bij AutoWeek werkt of er ooit hebt gewerkt: auto’s zijn waarschijnlijk iets waar je gepassioneerd over bent. Het is dus meer dan een vervoermiddel; het is ook nog een genotsmiddel. En dat dan voor €10.000, waarvoor je tegenwoordig een halve Dacia Spring Electric koopt. Dan opteer ik voor iets wat er saai uitziet, maar stiekem best uniek is: een BMW 528i van de F10-generatie en dan heel specifiek eentje van de allereerste lichting. Dit is een vrij unieke BMW. Enerzijds was de terecht veelgeroemde 8-traps automaat van ZF net geïntroduceerd, anderzijds was het downsizen nog niet doorgeslagen. Alleen in het eerste bouwjaar kon je de F10 dus krijgen met atmosferische 3-liter zescilinder. In combinatie met die heerlijke automaat. En dan is de F10 überhaupt een fantastische auto met een mooi interieur, geweldig comfort en net dat dynamische randje om ’m vermakelijk te maken. Een 258 pk sterke 528i moet net lukken binnen dit budget en dan rij je wat mij betreft in iets bijzonders. Zonder dat iemand het doorheeft.
Frank Jacobs: ‘Zeldzaam pareltje’
Een Mercedes-Benz 190 natuurlijk! Wat mij betreft een van de mooiste huis-tuin-en-
keukenauto’s ooit gebouwd, en ook nog eens goed in elkaar gezet. Een hele tijd geleden maakte ik een reportage over een zeldzame uitvoering, de Azzurro, die ik naast onze toenmalige duurtest-A200 zette als een soort oud en nieuw. En wat kom ik tegen, al zoekende naar een betaalbare W201? Een van de slechts 950 Azzurro’s die in 1993 in de laatste productiemaanden van de 190 de fabriek verlieten. De Azzurro had de Avantgarde-uitvoering als basis, verpakt in een betoverend mooie, diepblauwe laklaag en, als je er ook nog het Sportline-pakket bij bestelde, per zitplaats verschillend gekleurde biezen. Dit exemplaar is werkelijk ondergedompeld in luxe met leer, rondom elektrische raambediening, (nep?)carbon, cd-wisselaar en zelfs stoelverwarming. Goed, daar heb ik een gloeiende hekel aan, maar het staat cool. Deze auto staat al enige tijd stil, maar is ongetwijfeld redelijk snel weer tot leven te wekken. Bijna drie ton op de klok, maar hé, wel NAP, dus je weet zeker dat de schade echt is. En een verse apk die nog tot september 2009 geldig is. Oké, hij is iets boven budget, maar aangezien de verkoper in de advertentie al ruimte voor onderhandeling in het vooruitzicht stelt, tik ik dit pareltje wel af onder de 10k. Pssst, iemand een Rolls kopen?
Jan Lemkes: ‘Niet al te klein graag’
De uitgeverij waarvan AutoWeek onderdeel is, wil ‘vergroenen’ door woon-werkkilometers met een niet-elektrische auto steeds minder te vergoeden. Diezelfde uitgever is verantwoordelijk voor mijn maandelijkse salaris, dus u mag raden naar mijn mening over dat beleid. Toch ben ik niet gek, en ik zou dus op zoek gaan naar een elektrische auto om die kilometers tenminste fatsoenlijk vergoed te krijgen. Met 10.000 euro budget zit de beste elektrische occasion – de Tesla Model 3 – er helaas niet in, dus ga ik voor een Hyundai Ioniq Electric van de eerste generatie. Voldoende bereik voor een retourtje, lekker efficiënt en als Premium bovendien ramvol luxe, inclusief een heerlijk schuifdak. Natuurlijk zou een nog kleinere EV voor dit doel ook kunnen, maar ik voel me niet prettig in al te kleine auto’s. Zo’n Ioniq is saai, maar comfortabel en voldoende ‘auto’ om met plezier een aanzienlijk deel van mijn tijd in door te brengen. Koop ik er voor de ritten met het vijfkoppige gezin nog wel even een wat ruimere benzineauto bij. Het Ioniq-mes snijdt zo aan twee kanten: een hogere kilometervergoeding én minder kilometers voor de ongetwijfeld onzuinige ‘gezinsbak’.
Michiel Willebrands: ‘Comfortabele karakterbak’
Een daily driver hoeft van mij niet sportief te zijn; daar ben ik wel achter nadat ik mijn Mini Cooper S uit 2002 hiervoor een tijdje heb ingezet. Comfort, ruimte, karakter en voldoende vermogen, dat vat het voor mij wel zo’n beetje samen. Wat betreft comfort denk ik niet alleen aan een prettig onderstel, maar ook aan goede stoelen en een lekkere rijhouding. Dan komt Volvo al snel om de hoek kijken; Volvo’s zitten eigenlijk altijd uitstekend, zelfs na jarenlang intensief gebruik. Een Volvo op leeftijd durf ik dan ook best aan als dagelijks vervoer. Een V50 is me net niet karakteristiek genoeg. Een V90 vind ik een machtige kar, maar die zit – met een enkele uitzondering – nog niet in de sub-10K-hoek. Blijft over de V70. Niet geheel toevallig precies de auto die ik momenteel als daily heb: een Classic uit 2000 met 170-pk vijfcilinder. Die kostte lang geen tien mille, dus als ik nu dan toch mag uitkiezen … dan ga ik voor eentje van de volgende generatie. Wel een pre-facelift, die vind ik mooier. Een vijfpitter, uiteraard; het oor wil ook wat. Zo kom ik uit op bijvoorbeeld deze witte (het is weer eens wat anders), licht ver-R-de, 2.4T uit 2002 met een bescheiden 186.000 kilometer op de klok. Een Zweedse import met een vraagprijs van €8.945. Da’s pittig, maar waarschijnlijk koop je daarvoor wel een stevige, ruime en comfortabele karakterbak waarmee het probleemloos daily driven is.
Joy van Haelen: ‘Liever eentje met een gebrek’
Tien mille stukgooien op een occasion? Zo’n dure auto heb ik serieus nog nooit gekocht. Normaal gesproken speur ik juist naar auto’s mét gebreken. Zelfs als het mijn dagelijkse auto moet worden; ik fix het zelf wel even, dat scheelt aanzienlijk in de aanschaf. Bovendien heb ik simpelweg geen dure smaak. Een auto van ná 2010 heb ik nog nooit gehad. Stiekem zou ik voor die €10.000 het liefst tien nieuwe pekelprojecten op de kop tikken, maar vooruit: laat ik met dat vaste kantoorleven voor de verandering eens iets fatsoenlijks kiezen. Mijn eerste ingeving was een tweede generatie Volvo V70R. Briljant, maar die cilinderwanden willen nog wel eens scheuren. Voor je het weet, heb ik alsnog een onbetrouwbaar project op de oprit staan, óf schiet een goed exemplaar ver over het budget heen. Daarom kies ik voor de perfecte, degelijke concessie: diezelfde generatie V70, maar dan met de robuuste 2.4 T5-motor. Je komt ze relatief weinig tegen, maar het is een heerlijk betrouwbare en praktische vijfcilinder. Een smetteloos exemplaar lag voorheen dik buiten mijn budget, maar voor dit bedrag kan ik eindelijk flink uitpakken en zorgeloos genieten van die iconische roffel. Wat blijkt: ik kom met dezelfde V70 aanzetten als Michiel!
Marc Klaver: ‘Genieten van verfijnde techniek’
Een auto om je dagelijkse kilometers mee te maken, maar ook om van te genieten. Althans, dat laatste telt voor mij wel. Ik kan simpelweg niet louter met ratio een auto kopen. Ooit gedaan en die relatie duurde niet lang. Elders in deze occasionspecial vind je mijn ode aan de zescilinderdiesel. Niet dat ik een groot dieselfan ben, maar van verfijnde techniek kan ik oprecht genieten en de allerfijnste diesel is wat mij betreft de zes-in-lijn van BMW, en dan de recentere versies in het bijzonder. Binnen dit budget zou ik dan de gelukkige eigenaar kunnen worden van een 5 Serie F10 sedan van na de facelift, dus vanaf 2013. Bij voorkeur een donkerbruine (donkerblauw mag ook) Luxury Line met beige lederen interieur. Het wordt voor dit geld een exemplaar met flink wat praktijkervaring, maar als er zorgvuldig mee omgesprongen is, hoeft dat geen probleem te zijn. Dan doel ik op een 530d met 258 pk en 560 Nm koppel. Een waanzinnig gecultiveerde machine die zijn kracht op een ongelooflijk verfijnde manier en met het grootste gemak via een achttraps automaat naar de achterwielen (ik wil geen xDrive) afgeeft. Een lichte beroering van het gaspedaal drukt je al in je stoel, bij voorkeur de optionele comfortzetel. Nooit heb je het gevoel de techniek zwaar te belasten; er is altijd een surplus aan stuwkracht. Het geluid van deze Euro 6-zescilinder evenaart dat van de benzineversie en het dieselklopje geeft er zelfs een sprankelend randje aan. En snor je in alle rust met 100 km/h over de snelweg, dan staat de naald van de toerenteller op 1.300; met hetzelfde gemak gaat hij twee keer zo hard over het asfalt bij de oosterburen. Prettige bijkomstigheid is het aangenaam lage brandstofverbruik, vooral buiten de bebouwde kom. Doe een beetje je best en je haalt 1 op 20.
Een 530d van deze generatie, maar dan wel een van na de facelift.
Cornelis Kit: ‘Lekker zitten en een beetje praktisch’
Doordat we bij uitgever DPG deels thuis kunnen werken en ik slechts aan de andere kant van de stad woon, is mijn auto voor woon-werkverkeer bepaald geen kilometervreter. Het verbruik en de kilometerkostprijs zijn dan ook niet direct doorslaggevend bij de keuze. Comfort en ruimte zijn dat daarentegen juist wel; ik wil gewoon lekker kunnen zitten als ik aansluit in de spits. En hij moet ook een beetje praktisch zijn; je moet er prima met z’n vieren plus bagage mee op pad kunnen. Op mijn shortlist staan een Volvo 960 stationcar en een Mercedes R-klasse. Op onze occasionpagina’s staat op het moment van schrijven een schitterende 960, maar dat is een 2.5 met handbak; ik wil de drieliter met automaat. Bij de R-klasses is de keuze groter. De voornaamste eisen zijn een lange wielbasis en geen driezitsbank, maar twee stoelen achterin. Luchtvering is geen must (eerder een risico, maar dat durf ik aan) en vierwielaandrijving en een glazen dak hoeven ook niet per se, maar zijn evenmin reden voor afwijzing. Een V8 is leuk, maar een V6 mag ook. En dat komt goed uit: autobedrijf Drost biedt een lekker compleet uitgeruste R350 4Matic aan, een lange luchtgeveerde zeszitter met nog geen twee ton op de klok en nog de markante prefacelift-neus. De hebzucht is gewekt.
Stéphan Vermeulen: ‘Een 54-kWh accupakket!’
Ik wil nog helemaal geen andere occasion. Mijn BMW i3 94 Ah doet het met zijn 33 kWh grote accupakket nog prima. In de zomer levert hij dik meer dan tweehonderd kilometer actieradius en dat is voor mijn gebruik voldoende. Maar stel nu dat de inmiddels bijna tien jaar oude elektrische topper last krijgt van accudegradatie en de range schrikbarend snel terugloopt ... Dan wil ik hem nog steeds niet wegdoen. De i3 is met zijn carbon en aluminium een heel lichte EV met fantastische prestaties. Hij is daardoor voor een oudere EV ook zuinig. In de zomer krijg ik hem onder de 14 kWh/100 kilometer, wat zelfs voor een moderne kleine EV netjes is. Dus stel, het wordt toch een keer wat minder, dan koop ik voor die €10.000 wel een nieuw accupakket. Er zijn inmiddels al meerdere bedrijven die dat voor de BMW i3 aanbieden. En dat pakket bestaat uit modernere accutechniek, waarbij de capaciteit zelfs hoger is dan wat BMW zelf ooit geleverd heeft: 54 kWh, en dat moet vierhonderd kilometer aan actieradius kunnen brengen. Dat zou toch geweldig zijn! Dan kan ik mijn i3, in mijn ogen de eerste elektrische klassieker, tot in lengte van dagen blijven rijden. Duurzaamheid ten top.
Joas van Wingerden: ‘De vader van de mijne’
Hoewel je als testredacteur bij AutoWeek vaak van de ene in de andere testauto stapt, heb ik toch nog gewoon twee eigen auto’s voor de deur staan. Eentje voor de hobby, een Peugeot 205 uit 1995, en eentje voor de dagelijkse kilometers als er geen testauto beschikbaar is. Die laatste, mijn daily driver,is een Audi A4 Avant uit 2017. Die valt niet binnen het budget van €10.000, maar in het verleden heb ik vrijwel standaard in deze categorie gewinkeld om een auto voor dagelijks gebruik te zoeken. Het is voor mij dus ook niet echt een ingewikkelde zoektocht om binnen dit kader een auto te vinden die ik zou kopen: dat wordt de ‘vader’ van mijn eigen auto. Een auto die ik zelfs al eens gehad heb. Ik ga voor een Audi A4 Avant van een generatie ouder, uit 2012. Net als mijn eigen auto heeft hij een benzinemotor en automaat en ziet hij er voor Audi-begrippen lekker klassiek uit. Gewoon bescheiden lichte wielen, verchroomde accenten en een donker kleurtje. Helaas is deze zo te zien wel zwart; ik had liever een donkerblauwe gehad zoals mijn eigen auto. Ook ben ik stiekem wel blij dat ik tegenwoordig wat meer te besteden heb, want de B9 staat als een stuk betrouwbaarder te boek dan deze B8.
Lars Krijgsman: ‘Een zegen en een vloek tegelijk’
Het probleem van te veel leuk vinden is dat je niet weet wat je moet kopen. Ik ben daadwerkelijk op jacht naar een andere auto. Aangezien we momenteel geen kinderen hebben, zijn de mogelijkheden eindeloos. Dat is een zegen, en een vloek. Ik kijk al tijden verlekkerd naar een 3-serie 330i Touring (F31). Voor de langere termijn nog verstandig ook. Eerder passeerden een Mercedes-Benz E-klasse (W212) en zelfs een CLS de revue. Opmerkelijke keuzes voor iemand die nog nooit Duits maar voornamelijk Japans heeft gereden. Voor €10.000, waar we op deze pagina’s aan gehouden worden, vind ik daarvan geen exemplaren waar ik echt hebberig van word of die ik aandurf. Mijn voorzichtigheid vormt zich geregeld een obstakel; daar ben ik mij van bewust. Dan toch maar een Lexus IS 300h, die toch al hoog op de wensenlijst staat? Dat kun je voor tien mille wel vergeten. Een fantastische BMW 6-serie ‘van de Bangle-generatie’ dan maar? Om maar iets aan de andere kant van het spectrum te noemen. Wat betrouwbaarheid betreft is een 630 dan de enige optie, maar daarvan is het aanbod ook uiterst beperkt. Toch maar een 3-serie Touring, maar dan een veel bescheidener 316i met 136 pk en een schappelijke kilometerstand van zo’n 185.000. Maar niet zomaar een: dit exemplaar is een High Executive Line en zit dus ramvol verwennerij. Bovendien heeft hij geen privacy glass en staat hij op een van de mooiste setjes lichtmetaal die op het model leverbaar waren. En dat voor maar €8.450! Het panoramadak en een sprankelender kleurtje bedenken we er maar bij.
Luc Vranken: ‘Voor het hier en nu en daarna’
Vroeger zou ik zijn gegaan voor een occasion waarmee je alles kunt. Als je jong bent, moet je van alles en daar pas je dan je auto op aan. Maar die tijd is geweest. Nog vroeger zou ik een sportief ding hebben gekocht. Waar je vroeger een auto moest hebben die past bij je jonge gezin met opgroeiende kinderen, ga ik nu geen occasion uitzoeken voor de kleinkinderen. Het houdt een keer op. Wat zou ik hier en nu kopen, dus voor mijn situatie op dit moment? Deze Honda CR-V uit 2012. Met een kilometerstand waarmee ik hem nog niet zou uitnodigen voor Klokje Rond. Het is een occasion, dus uniek, dus helaas met donkere bekleding. En zwarte lak had ook niet gehoeven voor mij, maar de rest klopt. Het is een Honda, en dat is een mooi merk dat ik nog nooit heb gehad. Het is een SUV en daar ben ik aan toe. Het is een SUV waar je niet instapt, maar inloopt. Bediening is heerlijk geraffineerd. Het ruimteaanbod is goed en de technische reputatie is meer dan in orde. En je ziet hem niet op elke hoek van de straat. Voor €1.000 of €1.500 minder heb je ook een CR-V met handbak en van bouwjaar 2010. Maar deze is lekker luxe en die automaat is toch wel lekker en past de auto goed. Alleen nog even die 950 euro eraf onderhandelen ...
Roy Kleijwegt: ‘Nog altijd modern, goed en praktisch’
We zitten in een levensfase met jonge schoolgaande kids, dus ruimte is nodig en bovendien zullen ze alleen maar groeien. Gelukkig zijn de tijden van buggy’s en kinderwagens wel voorbij, want wat vreet dat een ruimte! Evengoed willen we natuurlijk een prima achterbank en een goede kofferbak. Zelfs ik zit zo in de hoge trend dat iets als een Ford S-Max me te binnen schiet. Maar we krijgen wel angstig veel kilometers op de teller voor dit budget. En waarom geen stationwagon? Natuurlijk! Een Mondeo dan? Ook hier gaan we naar héél oud of veel kilometers voor dit geld en dan is betrouwbaarheid toch wel een dingetje. Een Toyota Avensis Wagon? Die gaan niet stuk en zijn goed te betalen. Maar zoveel saaiheid gaat me echt te ver. Tot mijn verbazing is de laatste Mazda 6 (productie net gestopt, maar wel veertien jaar oud) redelijk goed verkrijgbaar. Ja, 200.000 km, maar gewoon een 2.0 zonder turbo; die gaan wel even mee. Dit terwijl hij modern oogt en goed rijdt. Na de facelift werd hij beter, maar je kan niet alles hebben. Dit wordt hem!
Wat zou jij kopen voor €10.000?
