Het stekkerkeerpunt

Peugeot 3008 Hybrid dashboard

Zo zeg. Twee komma zes liter op 100 kilometer. Dat is 1 op 38 en nog wat voor een week en 529 kilometer rijden. Ik zie het auto’s met verbrandingsmotor niet dagelijks voor elkaar boksen. Al helemaal niet met ruim 1800 kilo massa.

Het vette spaarvarken is de 3008 HYbrid4 van Peugeot. Dat propte een stevige 1.6 turbomotor plus twee elektromotoren in de populaire crossoverdoos, hing er een stekker aan en stemde de componenten zo goed op elkaar af dat het ding met een batterij van 13,2 kWh tot zestig kilometer elektrisch rijdt. Ik heb het geprobeerd, hij kan het echt. De Opel GrandlandX is er overigens ook met dit testosteronpakket, nu PSA een soort merkengrabbelton is geworden.

Daar gaan we het niet over hebben. We moeten praten over de staat van zijn van de plugin. De markt wordt op dit moment overspoeld met stekkerhybrides. Ik schat dat één op de drie auto’s die me als autotester worden aangeboden een plugin is. De Europese CO2-oekaze van 95 gram per kilometer dwingt fabrikanten met een innovatiestoornis tot gezwinde actie. En de plugin-techniek vergt nu eenmaal iets minder vernuft dan het optuigen van een volwaardige Europese Tesla-concurrent. Die inhaalslag, zie de modellengamma’s, gaat duidelijk niet over rozen.

Tot nu toe had ik drie majeure bezwaren tegen plugins. Een: Het elektrische bereik was marginaal. Twee: Daardoor zetten die met accu’s en motoren volgeladen, veel te zware krengen het met een leeggereden accu onbeschaamd op een zuipen – weg milieuwinst. Drie: Elke plugin was een ecologisch compromis op weg naar de volledig schone auto, dat de transitie naar elektrisch met valse beloften traineerde. Ik ergerde me kapot aan de krankzinnig onrealistische verbruiksopgaven van de fabrikanten. Cijfers van 1,5 of 2 liter op honderd kilometer waren schering en inslag.

Inmiddels heb ik de plugin schoorvoerend omarmd als interessant en steeds efficiënter overgangsmodel van benzine naar elektrisch. Dat heeft in de eerste plaats te maken met de snelle ontwikkeling van de techniek.

De eerste plugins stelden inderdaad geen donder voor. Als je met de Outlander PHEV of Volvo V60 Hybrid twintig kilometer ver kwam mocht je al in je handen knijpen. Gaandeweg zijn de reële actieradiussen meer dan verdubbeld. Met de drie laatste test-plugins op mijn agenda – Skoda Superb iV, Kia Xceed PHEV en de Peugeot - haalde ik zonder moeite vijftig kilometer en meer. Op dat kantelpunt slaat de balans door naar het positieve. De auto’s blijven zwaar, maar dat zijn EV’s ook. In

doordeweeks woon-werkverkeer zal de gemiddelde leaseklant van maandag tot en met vrijdag met zijn PHEV geheel elektrisch kunnen rijden, mits de bestuurder zijn verantwoordelijkheid neemt door zo vaak mogelijk te laden.

Dat deed ik met de Peugeot consequent. Bijkomend voordeel van een kleine accu: dat gaat met zo’n kleine accu ook zonder snellader vrij snel. Zo kon ik in de regio Drenthe-Groningen een week tevreden rondrijden zonder een druppel benzine te gebruiken. Daar heb je dus geen Tesla meer voor nodig. De benzinemotor hoefde uitsluitend onderweg van en naar de importeur bij te springen. Na 529 kilometer hoefde ik maar iets meer dan 13 liter bij te tanken.

Onvoorstelbaar eigenlijk. Dat de plugin door fabrikanten met EV-ontwikkelingsstoornissen nu voornamelijk wordt ingezet om Europa koest te houden en evolutionaire reservetijd te winnen is daarmee niet meer zo’n bezwaar meer. De lelijke eend begint vervaarlijk op een zwaan te lijken.

Lezersreacties (33)

Reageren

Maak melding van misbruik

Let op! Deze functie is niet bedoeld om zelf een commentaar toe te voegen. Optioneel kun je er een opmerking bij plaatsen.

Er is iets mis gegaan. Probeer het later nog eens of e-mail ons.