Al wekenlang drentelen de twee Toyota-adepten op de redactie onrustig rond de bureaus op de newsdesk. "Wanneer wordt die Toyota FT-86 nou officieel?" Dit weekeinde, aan de vooravond van de Tokyo Motor Show kwam het wachten tot een einde. Eindelijk weer eens een Toyota met bezieling. Een fraaie afwisseling de grauwe middenklassers en de magnetrons-op-wielen die Toyota ons de laatste jaren heeft voorgezet. "De passie is terug!" klinkt het gejuich vanuit Japan. En zo is het maar net, want die GT 86 is een auto om van te watertanden.
Om de 'passie terug te krijgen' had Toyota wel even een zetje nodig van het zustermerk Subaru. Want die nieuwe coupé, is eigenlijk helemaal geen Toyota. Technisch is het op en top een Subaru – kijk maar naar de boxer, kijk maar naar het platform en het onderstel. Bij dit project doet Toyota de marketing en de vormgeving en Subaru is de stille kracht en verzorgt de techniek. Tot in de perfectie aan toe, zoals altijd.
Best tragisch, dat het merk dat ons in het verleden een hele serie leuke Celica's gaf en de maker is van de beroemde Supra's nu de handen ineen moet slaan met een ander merk om tot een werkelijk begeerlijke Toyota te komen. De GT 86 mag er wezen, maar ik wacht nog even met het naar buiten hangen van die vlag. Subaru kan deze truc zelf namelijk vast een stuk beter. "Wanneer wordt die BRZ nou officieel?"

