Niets ten nadele van Tesla’s Supercharger-netwerk, maar qua luxeniveau kan Tesla nog wat van Renault leren. Dat ontdekten we in Frankrijk, tijdens een uiterst comfortabele laadsessie bij wat eigenlijk Mobilize had moeten heten.
Ondergetekende herinnert zich nog goed hoe hij zijn hoofd vol ongeloof schudde toen Elon Musk jaren geleden aankondigde met een speciaal laadnetwerk voor het toen nog minuscule Tesla te komen. Dat kon nooit, dacht ik toen, maar wel dus.
Inmiddels zijn er echter allerlei laadnetwerken. Meestal zijn die niet van autofabrikanten, maar van energie- of brandstofleveranciers, automobiele joint-ventures of speciaal daarvoor opgerichte start-ups. Door die overdaad aan snelladers zijn er sinds Tesla maar een handjevol automerken geweest die zich nog aan een eigen laadnetwerk hebben gewaagd. Porsche is daar een van. Het Porsche-‘netwerk’ is echter erg beperkt. Je komt de zogenaamde Porsche Lounges eigenlijk alleen in het zuiden van Duitsland tegen, maar dan kun je mooi wel in een lounge met airco genieten van een kopje koffie. Op eigen kosten, uiteraard.
Renault doet iets soortgelijks in z’n thuisland, maar uitgebreider. Het Renault-snellaadnetwerk ging van start onder de naam Mobilize. Die spin-off werd opgericht voor al die dingen die wel met auto’s te maken hebben, maar die dat niet direct zijn. De Mobilize Duo is een klein elektrisch stadsautootje voor deelautogebruik, maar ook financiële diensten en laders vielen onder Mobilize. Renault kwam in 2025 op het Mobilize-plan terug, maar de laders zijn er nog. Ze staan allemaal in Frankrijk en heten nu ‘Renault Plug-Inn’. De Renault-logo’s zijn onmiskenbaar aanwezig; het zwart/oranje kleurenthema is even onmiskenbaar dat van Mobilize. Plug-Inn-locaties staan meestal in de buurt van Renault-dealers en aan het einde van 2026 moeten er 93 locaties zijn. Die locaties krijgen niet allemaal een ‘lounge’ zoals de Porsche-laders, maar in Saint Jean de Maurienne, niet ver van Grenoble, hadden wij deze zomer geluk. Met onze Subaru E-Outback-duurtester – gloednieuw inderdaad, dankjewel – kwamen we min of meer bij toeval bij deze lader terecht. Met zes 320 kW-laders valt hij nu eenmaal op op de kaart; de nabijheid van een McDonald's kwam ons ook goed uit.
Het Renault-laadplein, inderdaad op een dealerterrein, maakt in de praktijk veel indruk. De laders zijn nieuw en snel en de lounge is een aangename en brandschone verrassing. De ruimte met airconditioning is onbemand, maar je kunt er niet zomaar binnenlopen. De toegangscode voor het deurslot staat op de lader, al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat iedere omstander die code in theorie zo op kan vragen bij een ladende auto. Of uit de foto's bij dit verhaal kan halen, mocht die code nog werken.
Eenmaal binnen is het koel en treffen we toiletten, banken, stoelen, tafels en stopcontacten aan. Hier is het aangenaam werken als dat van toepassing zou zijn. Een scherm toont onafgebroken Renault-reclames, uit de speakers klinkt een aangenaam muziekje. Voor koffie en een versnapering kunnen we bij twee ogenschijnlijk goed bijgehouden automaten terecht. Uiteraard kost dat geld, maar over een kop koffie van €1,60 hoor je ons echt niet klagen. Al met al een uiterst plezierige ervaring, al kunnen we ons voorstellen dat het veel moeite en geld kost om zo’n lounge zo mooi, strak en fris te houden. In deze staat is dit echter wel degelijk een waardevolle toevoeging, zeker als je weet wat het alternatief is. Bij andere laders heb je immers al geluk als er een tankstation in de buurt is en moet je soms zelfs genoegen nemen met de kale, koude of hete leegte van een bedrijven- of parkeerterrein. De prijzen zijn trouwens ook niet gek: zonder abonnement betaal je hier 59 cent per kWh. Dat kan bij Tesla goedkoper, maar bij veel andere snellaadaanbieders ben je aanzienlijk meer kwijt.






