Met de Renault 15 heeft de familie Mensen het meest beleefd, vandaar dat die jaren-70 coupĂ© het middelpunt van de bescheiden verzameling vormt. Henk houdt de autoâs samen met zijn broer en zijn neef in goede conditie door ermee te blijven rijden.
Henk is de oudste uit het gezin Mensen. Samen met broer en zus groeit hij op in de buurt van Stadskanaal. Vader Mensen is in de jaren 60 en 70 automonteur bij de Renault-dealer in de Groningse gemeente. Hij brengt de liefde voor autoâs en Renault in het bijzonder over op zijn kinderen. De belangstelling voor het merk ontstaat op de piepkleine achterbank van de Renault 15, die je eerder als twee losse zittingen met een bult in het midden moet zien. Arme zus: zij zit altijd in het midden als het gezin op vakantie gaat. Heel comfortabel gaat het er achterin bepaald niet aan toe. Ga maar na: de wielbasis bedraagt slechts 2,44 meter en de breedte 1,63 meter. Schouder aan schouder en opgetrokken knieĂ«n die drukken in de rugleuningen van de kuipstoelen.
Kinderen vonden tweedeurs R15 niet erg
Hoe komt Mensen senior op het idee om een Renault 15 te kopen, terwijl er in die jaren ook een veel praktischere Renault 12 in de prijslijsten staat? âDaarvoor moet je bij ons zijn, mijn zus, broer en ik. We hadden eerst een 12 uit 1970, die heeft hij op ons verzoek ingeruild op een 15 uit 1973â, begint Henk. âWij vonden de 15 allemaal een heel mooie auto. Dat de coupĂ© slechts twee portieren heeft, deerde ons niet. Wij tieners zijn lenig, zo redeneerden we.â
Toch blijft de Renault 15 niet heel lang, want vader krijgt de kans een ingeruilde 16 TL over te nemen. Die mogelijkheid neemt hij gretig aan. Een Renault 16 is heel wat in die jaren. Snel na de koop kreeg hij spijt: hij miste zijn 15. En wij ook. Dus haalden we vader over om er weer een te kopen.â Die optie dient zich al snel aan: in januari 1979, als de koudste winter sinds 1963 in volle hevigheid losbarst, ruilt meneer Groen zijn gele (âJaune Tournesolâ) 15 GTL alweer in. âDie was pas tweeĂ«nhalf jaar oud en had net 30.000 gelopen. Vader zat dicht bij het vuur, dus verruilde hij de zeer ruime 16 voor de krappe 15. Maar ja: we vonden met zân allen de Renault 15 zo mooi dat we het inleveren van comfort graag op de koop toe namen. Ik was op mijn zeventiende al boomlang. Vergeet ook niet dat de 15 in de zomer door al dat glas bloedheet werd onderweg naar ons vakantieadres in Limburg of Zeeland. In het najaar reden we rond met beslagen ramen.â
Dagelijkse auto tot 2006, nu 120.000 op de teller
De Renault 15 blijft tot 2006 in de familie als dagelijkse auto, ook al wordt er niet zo heel veel mee gereden. Henk: âNu staat er ongeveer 120.000 op de teller. Vader legde woon-werkverkeer af op de fiets. Moeder maakte jarenlang gebruik van de auto voor bejaardenvervoer en vrijwilligerswerk. Nu niet meer voor te stellen, maar die mensen moesten âgewoonâ achterin klauteren. En er weer uit zien te komen. In de tussentijd hebben we de auto twee keer gerestaureerd, maar in 2006 was het over en uit: ook al wilde vader hem houden, moeder vond het welletjes. Het in- en uitstappen begon haar tegen te staan, evenals de beslagen ramen in de herfst. Vader ruilde de 15, tot zijn grote verdriet, in op een Clio-automaat, waarmee ze tot op de dag van vandaag, zij het mondjesmaat, nog rijden.â
Teruggekocht
Einde van het tijdperk Renault 15? âNiet helemaal. Wij waren bezig met het aanleggen van een kleine Renault-verzameling en daarin mag een 15 natuurlijk niet ontbreken. Wie schetst onze verbazing dat we onze 15 konden terugkopen! Al ging dat niet zonder discussie. De Renault-dealer in Dalen waar onze 15 was ingeruild, verzamelde oude, bijzondere exemplaren. Hij wilde âonzeâ 15 niet terugverkopen aan ons. Pas na zijn overlijden wilde zijn schoonzoon er afscheid van nemen. Dat was in 2015. We moesten wel weer aan de bak om hem weer in toonbare, rijdende conditie te krijgen, maar dat lukte wonderwel. De matige verkrijgbaarheid van onderdelen begint hem parten te spelen; het is inmiddels wel een auto van meer dan een halve eeuw oud. En nu vormt hij het middelpunt van de collectie, die onder meer bestaat uit een R8, een Fuego en een Alpine A310. Allemaal autoâs met elk hun eigen karakter. De diep donkergroene Renault 8 is in al zijn simpelheid leuk om in de buurt mee te spelen, vooral omdat motor en aandrijving zich achterin bevinden.â
Er zijn ook nog een Renault 5 GT Turbo en een Vel Satis
De Alpine A310 vormt de andere kant van het spectrum, zo vertelt Henk. âSpectaculaire vormgeving, laag bij de grond en een hitsige motor achterin. Er is ook nog een Supercinq, een Renault 5 GT Turbo. Die is van een heel ander kaliber, een van de betere hot hatches. De Fuego is juist de perfecte allrounder, al wat moderner dan de 15, ook vanwege zijn automatische transmissie. Mijn dagelijkse auto is een Vel Satis 2.0 T, een nogal onderschatte auto. Wat een kwaliteit, wat een comfort, Renault op zân best. Maar de Renault 15 staat op nummer één, omdat we er met zân allen het meest mee hebben beleefd. En laat ik eerlijk zijn: hij is van een tijdloze schoonheid. De bumperpartijen, de elegante, smalle achterlichten die worden verbonden door een reflectorstrip, de sportstoelen met hun âspace ageâ-vormgeving en die handige derde deur zijn mooie details. Kijk eens hoe die omhoog wordt gehouden met die ingenieuze scharnierconstructie. En de hoedenplank van staal die meescharniert. Zo maken ze dat niet meer. De klep van de Fuego kan alleen met een stok omhoog blijven staan, doordat de dempers elke paar jaar op zijn. Een treffend voorbeeld hoe de industrie toen al op de spaarmodus overschakelde.â
Als de Ford-dealer niet zou zijn overgeschakeld ...
Als ons vraaggesprek is afgelopen, rijdt er ineens een Clio het pad op. Vader en moeder Mensen hebben de stoute schoenen aangetrokken om een bezoek te brengen aan zoonlief Henk. Hebben ze lucht gekregen van ons bezoek? Vader Mensen laat weten dat hij nog altijd erg enthousiast wordt als het gespreksonderwerp over zijn favoriete automerk gaat. âIk ben altijd met autoâs in de weer geweest. Naast en na mijn werk sleutelde ik aan eigen autoâs. Die kocht ik op, ik repareerde ze en verkocht ze door. Dat lukt me niet meer. Mijn hoge leeftijd (Mensen senior is 93, red.) speelt me op. De soepelheid is uit mijn lijf. Maar ik geniet nog van elk ritje met de Clio.â Is hij altijd een Renault-adept geweest? âOm eerlijk te zijn: het had ook Ford kunnen zijn geweest als de Ford-dealer waar ik ben begonnen niet zou zijn overgeschakeld op Renault ...â
Technische gegevens Renault 15 GTL (1977)
Motor 4 cil. in lijn, 1 nokkenas, ketting, 2 kl./cil., carburateur
Cilinderinhoud 1.289 cc
Max. vermogen 44 kW / 60 pk bij 5.500 tpm
Max. koppel 96 Nm bij 3.500 tpm
Aandrijving voorwielen via handgesch. 4-bak
Remmen v/a schijven/trommels
Afmetingen (l x b x h) 4,25 x 1,63 x 1,32 m
Wielbasis 2,44 m
Bandenmaat 155/80 R13
Gewicht 965 kg
0-100 km/h 16,3 s
Topsnelheid 150 km/h
Verbruik gemiddeld 8,5 l/100 km
Nieuwprijs (1976) ca. ⏠7.941 / fl. 17.500
Productieaantal ca. 209.887
Geschiedenis Renault 15
De Renault 15 is de praktischere tweelingbroer van de sportievere Renault 17. Beide modellen komen in 1971 op de markt en zijn ontworpen door de jonggestorven Michel Boué, die ook verantwoordelijk is voor de eerste Renault 5. Hij tekent de 15 met gewone achterste zijruiten en rechthoekige koplampen in een chromen omlijsting. De 17 krijgt juist schuin oplopende achterste zijruiten en louvres in de dikke, zichtbelemmerende C-stijl en vier ronde koplampen, bedoeld voor de sportiever ingestelde klandizie. Het dashboard van beide modellen heeft vier losse tellers met elk hun eigen overkapping en een tweespaaks stuur met vierkante gaten. Er zijn drie uitvoeringen leverbaar: TL, GTL en TS. Technisch zijn ze afgeleid van de Renault 12. Ze maken gebruik van bestaande wielophangingen en motoren, waaronder de Cléon Forte. Het zijn geen coupés in de traditionele zin van het woord, want ze hebben een praktische derde deur, die toegang verleent tot de zeer bruikbare bagageruimte.
In 1976 krijgen ze een nieuw front en een moderner dashboard. Speciaal voor de Formule 1 Grand Prix van Nederland geeft Renault het enige actiemodel uit van de 15, de GTL Grand Prix. Gespoten in geel, groen of oranje met een zwarte striping over de flanken en speciale wielen komen er 250 stuks op de markt. Om de coureurs aan het publiek voor te stellen, via de zogenoemde rijdersparade, rijden 32 geprepareerde Renaults 15 over het circuit. In 1979 gaan de 15 en de 17 uit productie om plaats te maken voor de Fuego.
Foto's Louis Blom
