Deze Amerikaanse verlichting zou Europese auto’s veiliger kunnen maken
Rood/oranje lichtjesfeest
Er gaan stemmen op om Europese en Amerikaanse eisen en normen op autogebied gelijk te trekken, of tenminste wederzijds te respecteren. Qua verlichting loopt Europa meestal voorop, maar er is één Amerikaanse regel die het Europese verkeer wel degelijk veiliger zou maken.
Ondergetekende wordt helemaal warm vanbinnen bij het zien van een knalrood knipperlicht en kickt op oranjekleurige dagrijlichten en stadslichten, maar daar zit geen rationele kant aan. Veiliger kunnen we deze Amerikaanse verlichtings-uitspattingen onmogelijk noemen. Met Europese verlichtingsnormen zijn de verschillende functies immers veel duidelijker van elkaar gescheiden dan in Noord-Amerika. Oranje is hier (vrijwel) altijd een richtingaanwijzer, wit betekent voorkant en rood is een achter- of remlicht. Simpel.
Als het er inderdaad ooit van komt dat Amerikaanse en Europese auto-eisen worden samengevoegd, zou het vermoedelijk dan ook het verstandigst zijn om op veel vlakken de Europese regels te volgen. Europa blijkt op dit vlak ook wat minder conservatief dan Amerika, en is bijvoorbeeld toeschietelijker als het gaat om het toelaten van geavanceerde dynamische richtingaanwijzers en matrix- en laser-ledkoplampen. Bovendien hebben we hier al sinds mensenheugenis verplicht een knipperlicht aan de zijkant van het voertuig en een mistachterlicht achter, onderdelen van de autoverlichting die in Amerika nog altijd in de categorie ‘optioneel’ worden geplaatst.
De 'side marker'
Toch loopt ook Amerika soms voorop. Zo is het derde remlicht hier uitgevonden in de jaren ’80, een lampje dat toch een hoop ongelukken voorkomt. En dan is er ook nog de lampensoort waar we ons in dit artikel specifiek op richten: de ‘side marker’. Het ‘zijmarkeringslicht’ is er sinds 1968 verplicht voor alle personenauto’s, maar is in Europa nooit officieel ingevoerd.
De 'side marker' is sinds 1968 verplicht in de VS, en hier te zien op een Mustang uit dat jaar
De ‘side marker’ moet niet worden verward met het zijknipperlicht en is een permanent brandende lamp die aan de voorzijde oranjekleurig is en achter rood. Op die manier is een auto niet alleen simpelweg beter zichtbaar van opzij, maar kun je bij slecht zicht ook meteen zien welke kant een auto op rijdt en hoe groot die auto ongeveer is. De lampjes zitten namelijk verplicht zo ver mogelijk naar voren respectievelijk naar achteren al ‘praktisch is’, al komt dat afgaande op de praktijk niet op een centimetertje.
Oranje voor, rood achter: duidelijker kunnen we het niet maken
Amerikaanse side markers moeten niet alleen lampjes zijn, maar ook reflectors. Dat verklaart waarom de lampunits tot op de dag van vandaag zichtbaar rood en oranje zijn, ook als de verlichting is uitgeschakeld. We kunnen ons goed voorstellen dat veel autoliefhebbers met name aan de voorzijde liever een kleurloos lensje zien, en dat wordt dan ook veelvuldig achteraf (en illegaal) gedaan in Noord-Amerika. Uit veiligheidsoogpunt is er echter weinig af te dingen op de side marker.
Goedkoper
De Chrysler Town&Country gebruikt één lampje voor achterlicht, remlicht, richtingaanwijzer én side marker. Lekker goedkoop!
Overigens is het niet zo dat er in Europa helemaal geen auto’s geleverd worden met side markers. Vaak is het simpelweg goedkoper om ze te laten zitten, zodat over de hele wereld dezelfde lichtunit kan worden gebruikt. Dit geldt dan met name voor achterlichten, waarbij het vaak voldoende is om een klein deel van de verlichting ‘om de hoek’ te laten schijnen.
Er staat dan ook nergens in de regels dat een ‘side marker’ een apart lampje moet zijn, alleen dat er aan beide kanten een brandend en reflecterend lampje moet zijn in de voorgeschreven kleur. Aan de achterzijde kan er dus vrij eenvoudig worden voldaan aan de eisen door de achterlichten te voorzien van een extra reflector en ver om de hoek door te trekken, al is er meestal wel degelijk sprake van een extra lichtbron.
De huidige Mazda MX-5 heeft 'afgedopte' gaten direct voor de voorste en achter de achterste wielkasten.
Wie erop gaat letten, kan de sporen van ‘side markers’ overigens wel degelijk ook terugvinden bij auto’s die volgens Europese specificaties zijn gebouwd. Zo zijn de door de side markers achtergelaten ‘gaten’ voor en achter de wielkasten bij de Mazda MX-5 zichtbaar afgedopt, en kun je van de accessoirelijst (witte!) reflectoren halen als alternatieve invulling voor dat gat.
De 'side marker' in het achterlicht van een Lexus LC500 licht in Europa niet op.
In andere gevallen zijn de lampjes simpelweg uitgeschakeld (Lexus LC500, achter) of van een andere functie voorzien (Knipperlicht, Porsche 911, voor). Vaak blijft er bij uitschakelen alleen een reflector over. In het verleden werd die reflector dan ook nog vaak oranje gemaakt, omdat een roodkleurige reflector aan de zijkant eigenlijk geen ‘ding’ is in Europa. Zonde, want zo verliest wat overblijft van de side marker ook nog de functie als ‘richting-aanduider’.
Vaak werd het gat van de Amerikaanse side marker in Europa opgevuld met een oranje reflector.
Volvo S40/V40
Dat zien we ook bij auto’s die nooit in Amerika geleverd zijn, maar toch side markers hadden of hebben. Een voorbeeld hiervan is de Citroën C6, die in voor- en achterlichten oranjekleurige zijmarkeringslichten zonder reflector had. De eerste in Europa geleverde auto met echte 'side markers' was bij ons weten de Volvo S40/V40, die al in de jaren 90 en voor wie dan ook vier oranje side markers had in Europa. In Amerika werden de achterste lampjes in rood uitgevoerd, maar verder waren de lampjes wereldwijd hetzelfde.
Later kwamen er tal van voorbeelden met een rood zij-ledje of zelfs oranjekleurig markeringslichtje in de koplamp, al ontbreekt dan doorgaans wel de reflector.
Natuurlijk zijn we ook benieuwd naar jouw mening. Moet dit rood/oranje lichtjesfeest wat jou betreft zo snel mogelijk in Europa worden ingevoerd, of is dit in deze tijden van meterslange ledkoplampen en -achterlichten net zo achterhaald als een cassettebandje?