Signalement
| Uitvoering | Cooper E Favoured |
|---|---|
| Versnellingen | 1, Automaat |
| Bouwjaar | 2024 |
| Jaar van aanschaf | 2026 |
| KM-stand bij aanschaf | 15.000 km |
| KM-stand laatst | 15.000 km |
Auto’s zijn leuk…
Om alle experts maar meteen de pas af te snijden: elektrisch rijden is wèl leuk, althans dat is mijn mening. En natuurlijk was de ‘echte’ Cooper een heerlijk autootje, waar je ongegeneerd mee kon gooien en smijten. Maar comfort nul komma bokje, na een uurtje had je pijn in je rug en horen en zien verging je. Ik kan het weten, ben een Boomer en heb er in gereden. Zo’n auto past niet meer in deze tijd, tenzij je hem als rally auto gaat inzetten.
OK, maar er zijn nog benzine Mini’s en die zijn ook leuk. Toch?
Zeker wel, maar de calculerende burger (en met een automotive verleden als leaseboer ben ik dat) kijkt ook naar zaken als running costs, naast rijplezier.
Dus is een jong gebruikte Cooper E in mijn optiek een prima aanschaf. We gebruiken hem (of is het haar?) voornamelijk als 2e auto voor ritjes naar de ‘grote stad’ of naar onze grootsteedse kinderen.
Waarom dan na 2 jaar een andere Mini? Simpel, net 100 km meer range en daarmee perfect voor het gebruiksdoel, waar we bij de oude Mini soms met samengeknepen achterwerk de laatste kilometers aflegden. Jazeker, we hebben laadpasjes, maar als het niet hoeft…. Enfin, u begrijpt het wel.
Er gaan stemmen op die de laatste serie geen echte Mini meer vinden. Het ronde, bijna aaibare is eraf, de vele vliegtuigcockpit achtige knopjes zijn verdwenen en met name de achterkant is wel erg strak. Klopt allemaal en zoals bij veel zaken ga je je er of aan wennen, of je blijft het lelijk vinden. Het moge duidelijk zijn dat wij tot de eerste categorie behoren.
Hij lijkt groter, maar is even lang als de oude. Je zit iets hoger, net wat minder het gevoel dat je met je billen bijna op de straat zit en dat klopt, want de accu’s zijn in de bodem verwerkt en in de oude onder de achterbank.
Kortom, we vinden hem mooi genoeg, zeker in de Favoured uitvoering, waar bijna alles op zit dat je kunt bedenken (behalve elektrisch bedienbare stoelen: jammer).
Een andere omissie is het feit dat Mini een abonnements systeem voor sommige zaken hanteert. Zo mis ik ACC, waar ik jaarlijks een ongezellig bedrag voor zou mogen neertellen. Niet dus.
Wel handig is dat de telefoon van de bestuurder altijd direct verbindt met de auto, al stapt de bijrijder eerder in. Slim!
Zijn de ontwerpers dan echt briljante geesten? Nou nee. Mijn vermoeden is dat een stel Duitse ingenieurs van moeder BMW opdracht kregen om “ze real British sing” te ontwerpen, met behoud van Deutsche Gründlichkeit. Een beetje Austin Powers achtig, voor wie de films kent. Dus leuke Britse vlag achterlichten en ronde koplampen, net als vroeger.
Helaas moeten ze, na een avond hard doorzakken of snuiven het centrale scherm hebben bedacht, door een ander reviewer treffend als pannenkoek omschreven.
Nu kom ik alleen met mijn na-na-geslacht in een pannenkoekentent, maar als eriets met zoveel smaakjes zou worden geserveerd, ben ik bang dat de kotszakjes niet aan te slepen zouden zijn. De hoeveelheid random op het scherm gesmeten icoontjes is verbijsterend. Voordeel is wel dat mijn eega alles zonder leesbril kan ontcijferen, want het staat best ver van je af. Gelukkig is er ook een head up display.
Ook de, overigens fraaie, 18 inchvelgen zien er uit alsof ze eerst door een drenzende kleuter in gruzels op de grond gesmeten zijn, waarna voornoemde kleuter een draai om zijn oren kreeg van papa en alles weer in elkaar moest zetten. Chaotisch is zwak uitgedrukt, maar nogmaals, het effect is plezierig. Nog een minpuntje? Vooruit dan; als je de rugleuning van de voorstoelen wilt ontgrendelen moet je aan een soort lusje (wel gerecycled spul natuurlijk) trekken. Super onhandig, weer zo’n resultaat van die lange avond met die liters bier denk ik. Überhaupt is de achterbank een plek waar alleen kleine kinderen of onze viervoeter zich thuis voelen.
Dat het panoramadak niet open kan is een dingetje van deze tijd, maar daar zeuren we niet over, net zo min als over de kofferbak. Daar kan je met moeite een tekkel in parkeren, dus onze Canis Familiaris weigert categorisch om daar in te springen.
Goed, tot zover de beschrijving van de auto. Rijdt ie nog een beetje? Wis en waarachtig wel. Je zit iets minder laag zoals vermeld, dus het go-cartgevoel is iets minder, maar die fase hebben we al enige tijd achter ons gelaten. Ondanks de lage, 18 inch banden, is het veercomfort zeker niet slecht. Het is een beetje van ‘daar is een hobbel en nu is ie weer weg’. Het verbruik na de eerste 1500 kilometer lijkt zo rond de 13,5 kWh per 100 km te liggen, dus dat stemt tevreden.
We laden thuis aan onze eigen laadpaal en dat leidt, samen met 16 zonnepanelen, tot een alles aanvaardbare TCO voor ons elektrische en Plug in Hybrid autoparkje. En die paar kilometers die we in ons benzine speeltje rijden, die zijn natuurlijk ook leuk.
Auto’s zijn leuk, daarmee begon ik dit verhaaltje en dat is ook het motto van de sportscar specialist waar ik mijn speelgoed altijd kocht.
Elektrisch, hybride of ouderwetse brandstof, iedereen moet kiezen wat hij of zij leuk vindt en kan betalen. Met respect voor andersdenkenden. Dan blijft het leuk op de weg!
- Betrouwbaarheid
- Prestaties
- Comfort
- Kosten
- Zou u weer een auto van dit merk kopen? ja
Beoordeel deze review
Geef uw mening over schrijfstijl en bruikbaarheid. Bij tenminste vijf binnengekomen waarderingen zal de gemiddelde beoordeling getoond worden.








Lezersreacties (0)
Reageren