Naast de Capri had Ford nog een concurrent voor de Opel Manta: dubbeltest met Taunus Coupé
Twee Ford-tegenhangers voor Manta
- Robert van Overbeeke
- FOTO'S Pieter E. Kamp
- Vergelijkende test
Van de allemansauto’s van Ford en Opel bestonden in de jaren 60 en 70 altijd coupé-varianten. Voor mensen die net iets meer wilden, zonder erg af te wijken van de ‘standaardtechniek’. Destijds zag je ze zó vaak, dat je hun uiterlijk als vanzelfsprekend beschouwde. Achteraf bezien zijn toch fraai, ook al ging het puur om de verpakking. De Opel Manta is een van de bekendste coupés uit die jaren en hij was natuurlijk de tegenhanger van de Ford Capri. Voor deze klassiekerconfrontatie pakken we echter het coupé alternatief van Ford, de Taunus Coupé. Het geeft maar aan hoe populair coupés toen waren.
In de vroege jaren 70 vechten Opel en Ford een verwoede strijd om de toppositie in de Nederlandse verkoopstatistieken. Ook de kopers van hun producten staan diametraal tegenover elkaar. Het is als met de Beatles en de Rolling Stones, of Ajax en Feyenoord: je bent aanhanger van Ford of van Opel, maar niet van allebei. De beide merken staan voor uiteenlopende filosofieën over hoe een auto hoort te zijn. Een Opel-man zal nooit een Ford-fan worden en omgekeerd. Dat merkgevoel gaat vaak generaties mee. Je koopt een Opel of Ford omdat je vader dat merk rijdt en je opa ook.
Om alle familieleden tevreden te kunnen stellen, hebben beide merken een uitgebreid modellengamma met een brede keuze aan motoriseringen en uitrustingen. Begin jaren 70 bereikt de diversiteit zijn hoogtepunt. Naast de gezinsauto’s in diverse formaten zijn er stationwagon, chique coupés en sportieve GT/E’s (Opel) of GTXLR’s (Ford). Voor elk wat wils.
Knudsen-Taunus
Wij vergelijken twee coupés van beide merken: een Ford Taunus 1300 L Coupé uit 1972 en een Opel Manta 1600 S uit 1971. Deze generatie Manta staat bekend als de Manta A ter onderscheiding van zijn opvolger, deze generatie Taunus als de Knudsen-Taunus, genoemd naar de ontwerper van zijn neuspartij, de Amerikaan Semon ‘Bunkie’ Knudsen, die in 1968 de hoogste baas van Ford werd, en afkomstig was van GM. Hij had de neus afgeleid van die van de muscle-car Mercury Cougar en was verantwoordelijk voor het Amerikaanse lijnenspel van de Taunus. Na 19 maanden moest Knudsen wegens te grote progressiviteit overigens alweer het veld ruimen, maar dat terzijde.
Manta coupéversie van de Taunus, dus dit kan prima
Beide origineel Nederlandse auto’s hebben een onwaarschijnlijk lage kilometerstand: de Taunus 31.000 km, de Manta 44.000 km. Waarom we geen Ford Capri tegenover de Manta zetten? Had gekund, maar met zijn lage zit en lange neus vinden we dat meer een zelfstandig model, dat duidelijk sportiever van opzet is dan de Manta, die we als een Ascona Coupé zien. En de Ascona was de tegenhanger van de Taunus; vandaar. En natuurlijk hebben we ook wel eens een Manta met een Capri vergeleken.
Ford is elegante fastback
Het lijnenspel van beide koetswerken is ronduit fraai. Destijds zag je deze modellen zo vaak, dat het je niet meer opviel hoe goed hun exterieurs waren. Nu het zeldzaamheden zijn geworden, valt dat des te meer op. Een strakke, elegante fastbacklijn bij de Ford, die zo lijkt af te stammen van zijn Amerikaanse broertjes Galaxie of Mustang fastback. Het is geen hatchback; de achterklep begint pas onder de achterruit.
Opel Manta A heeft Ferrari-stijl achterlichten
De Opel oogt voor Europese ogen wat sportiever met zijn ingebouwde achterspoiler, dubbelloops Ferrari-stijl achterlichten en ‘boos kijkende’ haaienneus met dubbele koplampen. Als gimmick ontbreken de B-stijlen en frames rond de zijruiten. Het plaatwerk is wat ronder en boller, en het geheel doet enigszins denken aan een vis. Dat was kennelijk ook de bedoeling, want een manta is immers een soort rog. Net voor de voorportieren is als ornament een gestileerde manta bevestigd.
Opel Manta
Ford Taunus
Binnenin hetzelfde als een Ascona en een Taunus
De elegantie en sportiviteit beperken zich bij beide testkandidaten tot de buitenkant. Binnenin is er niets waarmee deze coupés zich onderscheiden van de bijbehorende sedans, niet eens een toerenteller. Je waant je in een standaard Taunus respectievelijk Ascona. De bekleding is van skai, de dunne stuurwielen – vooral dat van de Ford oogt iel – zijn van bakeliet en we treffen alleen het hoognodige aan in de spartaanse interieurs. Het laag gemonteerde instrumentarium van de Ford bestaat uit drie schijnbaar even grote klokken, maar de buitenste twee bevatten slechts kleine meters, voor koelwatertemperatuur en benzinevoorraad. De buitenring ervan is leeg. Een plaatje houtfineer rond de klokken van de Manta en achterruitverwarming vormen de enige luxe in deze auto. Deze Taunus heeft weliswaar ook achterruitverwarming, maar dan via een achteraf aangebracht plakruitje. Kortom: typisch Duitse karigheid.
In beide auto’s zien we links één ‘stengel’ aan het stuur, hoofdzakelijk voor de bediening van de knipperlichten. De bediening van de ruitenwissers (twee snelheden, geen interval) en verlichting verloopt in beide gevallen via knoppen op het dashboard, die van de verwarming en ventilatie via drie schuifregelaars.
Opel Manta
Ford Taunus
Veel bagageruimte
Doordat de stoelen vrij hoog zijn gemonteerd is de hoofdruimte in de Taunus voor- én achterin beperkt. Achterin houdt ook de beenruimte niet over. Knus is het er wel, met die kleine raampjes en de kloeke C-stijl. Dat alles geldt ook voor de Opel Manta, maar de hoofdruimte is in die auto overal rianter.
Onder de achterklep openbaart zich bij de rivalen een verrassend ruim bagagecompartiment: er past 340 liter in de Taunus, en zelfs 427 liter in de Manta. En dat voor coupés! Beide auto’s werden destijds dan ook vaak ingezet als gezinswagen. De achterste zijruiten van de Taunus kunnen een stukje opengeklapt worden, zodat er op de achterbank frisse lucht genoten kan worden; in de Manta kunnen ze niet open.
Opel Manta
Ford Taunus
Voor in de Ford zit je op tamelijk zachte stoelen, die weinig steun geven aan rug en benen. Na een halfuurtje begin je je rug wel te voelen. In de Manta zijn de stoelen iets steviger, en de rugleuningen wat langer, maar veel ondersteuning moet je evenmin verwachten.
De Manta-pedalen kun je desnoods met soldatenkistjes bedienen; in de Taunus zal dat niet lukken: daar zitten ze zitten vrij dicht bij elkaar. Het korte pookje dat in de Ford recht omhoog uit de vloer prikt, schakelt prettig, maar de afstand van de linker- (1-2) naar de rechtergang (3-4) is nogal groot. In de Manta staat de pook schuin en daarmee in het verlengde van je arm, net als bij Alfa’s uit de jaren 60. Ergonomisch voelt dat logischer aan; waarom hebben auto’s dat niet meer? De Manta schakelt soepel en simpel, zij het met wat grotere slagen dan die van de Taunus.
Opel Manta
Ford Taunus
Makkelijk te rijden
De Ford-motor reageert gretig op het gas, en de koppeling werkt licht en goed doseerbaar. De Keulenaar stuurt strak en precies, en alleen bij parkeersnelheden merk je dat stuurbekrachtiging ontbreekt. Zijn draaicirkel is met 9,6 m een meter kleiner dan die van de Opel en dat blijkt wanneer je moet keren: de Ford draai je in één keer om, met de Opel moet je steken. De Manta reageert minder alert op het gas, maar de koppeling en de stuurinrichting werken even licht en goed doseerbaar. Qua remwerking doen beide auto’s niet voor elkaar onder: ze vertragen goed zonder veel krachtinspanning te vergen.
Omdat het na zoveel jaar lastig te vinden is zijn deze versie motorisch niet vergelijkbaar
Uiteraard zijn de motoriseringen van deze testkandidaten niet met elkaar vergelijkbaar: een 1,3-liter tegenover een 1,6-liter zetten is niet helemaal eerlijk. Tja, het vinden van bergelijkbare coupes in deze staat is een uitdaging dus we nemen het voor lief. Maar … op de weg blijkt het verschil nauwelijks merkbaar. De Ford 1,3-liter draait zo gretig dat hij geen merkbare moeite heeft om met het verkeer mee te komen. Het op gang komen duurt wel wat langer dan bij de Manta, maar constant 120 km/h op de snelweg is geen probleem. Het motorgeluid verdwijnt bij die snelheid naar de achtergrond, en de Ford ligt zo stabiel op de weg dat je je in een grotere auto waant. Het onderstel was dan ook ontwikkeld om veel meer vermogen aan te kunnen. Voor de Taunus waren namelijk ook motoren van 1,6 liter, 2,0 liter en zelfs van 2,3 liter (V6) leverbaar.
Opel Manta
Ford Taunus
1.6 van Manta moet afgesteld worden
Voor de Manta was naast de 1,6-liter een 1,9-litermotor (en later ook een ‘budget’ 1,2-liter), dus ook dat onderstel kan meer vermogen aan. Opels 1,6-liter laat zich hoger in de toeren wel wat duidelijker horen dan de Ford-motor. Ook lijkt hij minder happig op het maken van veel toeren. Daarom voelt hij niet vlotter aan dan de Ford, al ligt zijn topsnelheid uiteraard hoger en presteert hij op papier beter. Aan het gewicht kan het niet liggen, want dat is vergelijkbaar. Volgens de eigenaar moet de motor nodig worden afgesteld en is het gezapige gedrag daaraan te wijten.
De Ford heeft het comfortabelste onderstel van de twee, maar het scheelt weinig met dat van de Manta. Over comfort gesproken: de recht voor beide voorstoelen gemonteerde, brede ventilatieroosters in de Taunus leveren een aangenamere luchtstroom op dan de ronde openingen in de Manta die je vanuit het midden aanblazen.
Sportief uiterlijk, maar prestaties zijn dat niet
Het sportieve uiterlijk van de testkandidaten is veelbelovend, maar de prestaties stemmen hiermee helaas niet overeen. Het zijn gewoon een standaard-Taunus respectievelijk -Ascona in een mooi jasje. Ze kunnen probleemloos als gezinsauto dienstdoen, vooral de Manta met zijn dik 400 liter slikkende bagageruimte. Mensen langer dan 1.90 m kunnen de Taunus beter mijden, tenzij ze het geen probleem vinden om steeds met hun haar tegen het hemeltje te strijken. De gretige 1,3-litermotor van de Ford kan ons meer bekoren dan de wat luie 1,6-liter van de Opel. Omdat de Manta meer allround is dan de Taunus, gaat onze voorkeur nipt uit naar de Opel. Want de fun zit bij deze auto’s in iets anders dan puur het rijden. Deze twee coupes roepen bij sommigen een bepaald (merk)gevoel op, en dat zal de doorslag geven. Je bent nu eenmaal of voor Ford, of voor Opel ...
Technische gegevens
| Ford Taunus 1300 L coupé (1972) | Opel Manta 1600 S (1971) | |
| Motor | 4-cil. in lijn | 4-cil. in lijn |
| Cilinderinhoud | 1.294 cc | 1.584 cc |
| Max. vermogen | 43 kW (59 pk) | 59 kW(80 pk) |
| bij | 5.500 tpm | 5.200 tpm |
| Max. koppel | 98 Nm | 118 Nm |
| bij | 3.000 tpm | 3.800 tpm |
| Aandrijving | achterwielen | achterwielen |
| Aantal versnellingen | 4 | 4 |
| Wielophanging v/a | onafh. met schroefveren (v), starre as met schroefveren (a) | onafh. met schroefveren (v), starre as met schroefveren (a) |
| Remmen v/a | schijfremmen/
trommelremmen | schijfremmen/
trommelremmen |
| Afmetingen (l x b x h) | 4,27 x 1,71 x 1,33 m | 4,29 x 1,63 x 1,36 m |
| Wielbasis | 2,58 m | 2,43 m |
| Max. bagageruimte | 340 l | 427 l |
| Gewicht | 930 kg | 950 kg |
| Topsnelheid | 135 km/h | 163 km/h |
| 0-100 km/h | 20,4 s | 13,4 s |
| Vanafprijs (1973) | € 4.598 | € 5.122 |
Deze test is eerder gepubliceerd in AutoWeek Classics
Lees ook

De ooit zo normale Opel Ascona en Ford Taunus zijn 50 jaar later net zo speciaal als Manta en Capri

De originele volkshelden tegen elkaar: Ford Capri vs. Opel Manta

Deze exclusieve Opel Manta A had een zescilinder, maar er mocht geen Opel-logo op

Opel Manta GSe Elektromod - Eerste rijtest
