Klassieke coupés
 
Vergelijkende test

Naast aartsrivaal Capri had de Opel Manta heel veel concurrenten, zoals de Fuego en de Sapporo

Vergelijkende test Opel Manta 1.6 S (1976) - Renault Fuego GTS (1982) - Mitsubishi Sapporo 2000 GL (1981)

Minder auto voor meer geld: nuchter bekeken is dat wat een coupé biedt. Precies dit maakt deze autosoort voor velen juist zo aantrekkelijk. In de jaren 70 en 80 was de belangstelling voor coupés groot en het aanbod eveneens.  De bekendste voorbeelden zijn de Opel Manta, de Ford Capri en de Volkswagen Scirocco. Maar natuurlijk waren er nog heel veel meer. De Manta laten we nu eens aantreden tegen twee andere coupés uit de middenklasse, ook nog eens uit andere landen dan Duitsland: Mitsubishi Sapporo, Opel Manta en Renault Fuego.  

Verwennerij is het, zo’n coupé. Een auto die je niet koopt vanwege de praktische eigenschappen, maar gewoon omdat je hem mooi vindt. Zeer geschikt ook voor de man of vrouw die de wereld wil vertellen dat een normale, verstandige gezinsauto aan hem of haar niet is besteed; men mocht eens denken dat er kinderen zijn die moeten meerijden! Of dat de gekozen professie het verplaatsen van goederen noodzakelijk maakt en daarmee de aanschaf van een stationwagon, destijds nog een heus werkpaard. Hoe dan ook, wie zich aangetrokken voelt tot een coupé, moest (en moet) bereid zijn om meer te betalen voor minder auto. Er zijn geen achterdeuren en er is beduidend minder interieurruimte beschikbaar.

Klassieke coupés

Een coupé kostte wel meer

Hoeveel mocht die luxe dan kosten? Wanneer we in de prijslijsten van 1980 kijken en uitrustingsverschillen niet meerekenen, blijkt dat Mitsubishi de kleinste meerprijs berekende. De Sapporo 2000 GSR kostte destijds afgerond 1.400 gulden meer dan een Galant 2000 GLX, wat neerkomt op 7,5 procent extra. Bij Opel betaalde je voor een Manta 1.6 S bijna 1.900 gulden meer dan voor een Ascona 1.6 S, een verschil van 10 procent. Renault hanteerde naar verhouding de hoogste meerprijs; de Fuego GTS kostte 2.600 gulden meer dan de (minder krachtige) 18 GTS, wat omgerekend een plus van 13 procent is. We hebben het hier over auto’s die destijds in de prijsklasse van 20 tot 24 mille vielen - we rekenen het maar niet om naar euro’s. Er was toen bijzonder veel concurrentie. De testauto’s moesten het vooral opnemen tegen de Ford Capri, Volkswagen Scirocco en Toyota Celica; iets minder bekend was de Datsun Silvia en verder waren er hardtopversies van modale auto’s als de Mazda 626. Een prijsklasse hoger kwam je de Alfa Romeo GTV en de Lancia Beta Coupé tegen - en dan hebben we het nog niet eens over alles wat daar nog boven kwam, van Opel Monza tot Jaguar XJ-S. Een lange introductie van deze test, om aan te geven dat het segment van de coupé floreerde in het tijdperk van onze drie testauto’s.

Klassieke coupés

Manta, Manta

Manta - zeg de naam en de associaties vliegen je gevraagd en ongevraagd om de oren. De Opel die kan bogen op de langste productieperiode in de geschiedenis van het merk is juist vanwege zijn tweeledige karakter een waar icoon geworden. Zelfs zijn vrienden en vijanden kun je in verschillende kampen indelen: hij is op het schild gehesen door zowel forensen en rallyrijders als tuners en hij is hartgrondig beschimpt door iedereen die zich niet met zijn volkse karakter wilde associëren. Manta is cult, een status waaraan de vermaarde New Kids en bijvoorbeeld de film 'Manta Manta' sterk hebben bijgedragen. De auto die we in dit verhaal portretteren, is binnen dit kader juist de onschuld zelve. Zie hem eens staan, in dat maagdelijke wit, een beetje onzeker leunend op zijn stalen standaardwielen. Deze auto uit 1976, het eerste volle productiejaar van het model, staat erbij als de prima ballerina aan wie alle bovengenoemde festiviteiten stilletjes voorbij zijn gegaan. Het is een automatic met de bescheiden 1.6-motor van 75 pk. Aan deze auto is behalve zijn lage daklijn niets sportiefs te ontdekken. Deze mooie, zuivere Manta is in deze reportage niettemin de ambassadeur van de gehele modelserie, omdat hij zo fraai tegenwicht biedt aan zijn soms zo danig verfomfaaide soortgenoten. Hij laat zien hoe de Manta ooit aan zijn carrière is begonnen: als een sierlijke coupé, weliswaar veel zakelijker gelijnd dan zijn voorganger, maar met zuivere, strakke lijnen. 

Klassieke coupés

Renault Fuego, typisch een auto voor genieters

De Renault Fuego presenteert zich als de meest flamboyante van het stel. Een bijzonder mooie auto, zeker in het kenmerkende blauw metallic en met de optionele lichtmetalen wielen die op de topmodellen werden geleverd. Aan de Fuego kleeft geen imago van tuning, terwijl hij evenmin op een illuster autosportverleden kan terugblikken. Nee, de Fuego is typisch een auto voor genieters, die de fraaie vormgeving evenzeer waarderen als de bij deze generatie Renaults zo kenmerkende, zeer comfortabele inslag. Daar komen we zo op terug. Uiterlijk doet hij denken aan de Renault 18, zodat het niet vreemd is dat de auto weleens werd en wordt aangeduid als Renault 18 Fuego of 18 Coupé. 

Klassieke coupés

Sapporo met op de Amerikaanse markt gerichte styling

De Mitsubishi Sapporo is voor velen waarschijnlijk de grote onbekende van het drietal. Hij neemt in vergelijking met de Manta en Fuego qua uiterlijke presentatie het meeste afstand van de sedan waarop hij is gebaseerd - in dit geval de Galant. De Sapporo onderscheidt zich bovendien van de Manta en Fuego met zijn nadrukkelijk op de Amerikaanse markt gerichte styling; het is een echte hardtop-coupé met zijn stijlloze portierruiten en de ontbrekende B-stijl. Opvallend is dat hij net als de Fuego een panoramische achterruit heeft, zij het dat die nog wordt gevolgd door een separaat kofferdeksel, net als bij de Manta. Bij het kiezen van de technische layout bewandelden alle drie de fabrikanten dezelfde weg: de motor ging telkens in lengterichting voorin, met de transmissie erachter. Opel en Mitsubishi kozen daarbij traditioneel voor achterwielaandrijving en Renault al even gewoontegetrouw voor de aandrijving op de voorwielen. Opvallend aan de Fuego is dat de motor helemaal voorin de neus ligt, voor de vooras dus, en niet erachter zoals bij eerdere Renaults als de 16. Overigens gebruikt onze Fuego het motorblok van de 16 TX. De Fuego GTS en alle Sapporo’s werden standaard met een vijfbak geleverd en waren bovendien leverbaar met een automaat. Bij Opel was een vijfbak een fenomeen dat pas in latere modeljaren zijn weg naar de Manta vond; wel waren er altijd automaten leverbaar. 

Klassieke coupés

Automaat maakt Manta minder leuk

In de gereden Manta 1.6 S is de automaat niet direct een aanbeveling, zo moeten we vaststellen. Er is veel geblaat, maar weinig wol; de motor geeft een amechtig gehijg ten beste, maar stelt daar slechts povere prestaties tegenover. De automaat slurpt duidelijk veel vermogen uit de motor en wil pas de kickdown activeren wanneer je daar door vol gas te geven het commando voor geeft. Ach, we moeten het deze zwakste broeder maar niet te zwaar aanrekenen - er waren voor snelle rijders altijd ook (veel) sterkere versies beschikbaar. Niettemin is de Manta 1.6 S automatic geen slak op de weg; hij kan zich in de vaart der volkeren voldoende staande houden. Wat helpt, is dat hij voelbaar aangenaam licht is. Dat maakt hem vanzelfsprekend niet sportief; daar is meer voor nodig. De Opel, die overigens een heerlijk herkenbaar geluid voortbrengt, heeft een erg dun stuur met een indirecte overbrenging en dan helt hij in vlotte bochten ook nog eens behoorlijk over. Het onderstel beoordelen we als vrij hard en weinig subtiel op oneffenheden. De zit is veel hoger dan je zou verwachten in een auto als deze; we draaiden de leuning daarom maar wat verder naar achteren om niet echt ‘op de bok’ te zitten. De stoelen bieden een redelijke steun, maar vooral doordat je er vrij diep in wegzakt. Het interieur, waar zwart plastic en skai de toon zetten, is in de eerste plaats doelmatig en eenvoudig. Het maakt de Opel onbewust ook een tikje sportief. Al met al een erg basale, haast rudimentaire auto die veel meer dan de andere twee uit een veel ouder tijdperk stamt. Waarschijnlijk zou dat oordeel anders zijn geweest wanneer we een 2.0 S met handbak hadden gereden. Maar ja, voor onze reportages zijn niet zomaar eventjes alle typen en uitvoeringen verkrijgbaar. 

Opel Manta B

Renault Fuego

Mitsubishi Sapporo

Fuego grossiert in comfort

We stappen over in de Fuego. Een wereld van verschil ten opzichte van de Manta. Hier laten niet alleen vijf jaar leeftijdsverschil zich gelden, maar ook de Franse versus de Duitse inzichten om een interieur aan te kleden. De Renault-ontwerpers hebben duidelijk hun best gedaan om er iets gezelligs van te maken, wat blijkt uit de vriendelijker en meer gevarieerde kleurstelling en het serieuzer opgezette dashboard. De Fuego grossiert vooral in comfort; hij wil duidelijk de  behaaglijkste van het stel zijn. Dat blijkt uit de erg zachte stoelen (met badstof showroomhoezen in lakkleur, daaronder zwart skai en grijze stof) die helaas bar weinig steun bieden. En hoewel je er diep in wegzakt, raakt je kruin toch het dak. Het grote stuurwiel staat mooi recht voor je neus, maar munt bepaald niet uit in nauwkeurigheid. Hij helt niet zo erg over als de Manta, maar ontbeert toch elke vorm van inspirerend of sportief weggedrag; het is echt een en al comfort wat hier de klok slaat. Voor Renault-adepten heerlijk, anderen kan het best tegenstaan. In elk geval heeft de Franse fabrikant hier heel duidelijk kleur gekozen. In oude testverslagen is overigens vrij uitvoerig stilgestaan bij het overstuurkarakter van de Fuego bij gas loslaten in snelle bochten, als gevolg van de abrupte gewichtsverplaatsing van achteren naar voren. Zo ver is ons testwerk ditmaal niet gegaan. Net als de Manta heeft de geteste Fuego GTS een 1.6-motor, hier met een vijfbak. Het blok is mooi stil en ontbeert jammer genoeg een kenmerkende sound, op wat bijgeluiden uit de aandrijflijn na. De prestaties zijn mild, maar voldoende voor het type auto. Erg fijn is hoe soepel de Fuego schakelt.

Opel Manta B

Opel Manta

Renault Fuego

Renault Fuego

Mitsubishi Sapporo

Mitsubishi Sapporo

Sapporo voelt heel volwassen, maar niet sportief

De tweeliter viercilinder van de Mitsubishi Sapporo laat het kenmerkende, hoge gezoem horen dat de aanwezigheid verraadt van twee contraroterende balansassen, die met de dubbele snelheid van de krukas draaien om de natuurlijke onbalans van de viercilinder te elimineren. Een stokpaardje van Mitsubishi, dat in de folders repte over een motor die hierdoor de souplesse zou hebben van een achtcilinder! Toegegeven, de 4G63-motor draait erg mooi en geeft bij het accelereren een leuke grom prijs. Onderin gebeurt er niet zoveel; het loont bij de Mitsubishi de moeite om ver door te trekken in de versnellingen, zodat de tweeliter steeds lekkerder in zijn vel komt te zitten. Bij vollast komt de tweede trap van de carburateur in actie, met een extra duw in de rug als gevolg. De Sapporo nodigt juist door zijn fijne motor uit tot sportief rijden, terwijl de auto zelf allesbehalve sportief is opgezet - hij ademt juist luxe en lijkt gemaakt voor ontspannen toeren. Hij is vrij zwaar en voelt ook zo aan, terwijl het onderstel geen bijzondere voorzieningen heeft - het is technisch allemaal rechttoe, rechtaan, in de goede zin des woords. De vijfbak schakelt - zoals destijds spreekwoordelijk voor een Japanse auto - erg soepel; je voelt de pook goed in de versnelling vallen. Maar helaas is de besturing (net als in de andere twee auto’s niet bekrachtigd) heel vaag rond de middenstand, alsof je in een Amerikaan rijdt. Het overhellen, waarvan je het ergste vreest, valt juist weer mee. De zitpositie is goed, de beste van de drie auto’s zelfs, terwijl het in twee tinten gestelde interieur gerieflijk overkomt; het is erg verzorgd afgewerkt en maakt een degelijke indruk. De Sapporo is de meest volwassen auto van de drie en de prettigste om lange afstanden mee af te leggen. 

Opel Manta B

Opel Manta

Renault Fuego

Renault Fuego

We laten de flamboyance prevaleren: Fuego! 

De karakters van de drie auto’s verschill

Mitsubishi Sapporo

Mitsubishi Sapporo

en onderling sterk. De Manta kennen we als een auto die graag de stoerste wil zijn en dat gewoonlijk ook zeker is. De frêle verpakking van dit erg vroege exemplaar, in combinatie met de zwakke motor en automatische bak, beletten hem ditmaal echter om die rol te spelen. Het voelt als een zeldzame gelegenheid om de Manta zo puur te mogen meemaken. De Fuego is de beauty van het stel, die je razendsnel inpalmt met zijn typisch Franse charme, waardoor je hem zijn weinig inspirerende aandrijflijn en wegligging spontaan vergeeft. De Sapporo mogen we de verrassing van de dag noemen; de outsider waarvan we niet zo goed wisten wat we konden verwachten, maakte indruk met zijn onverwacht plezierige motor, terwijl de rijeigenschappen goed, maar niet uitbundig zijn. Het is ook de modernste en meest volwassen auto. Maar is dat nu wat we in een coupé zoeken? Integendeel. We laten de flamboyance prevaleren: Fuego! 

Opel Manta B

Opel Manta

Renault Fuego

Renault Fuego

Mitsubishi Sapporo

Mitsubishi Sapporo

Geschiedenis Opel Manta B (1975-1987)

De tweede generatie van de Opel Manta verschijnt in 1975 op de IAA, waar hij het podium deelt met de eveneens nieuwe Ascona. Technisch zijn de modellen identiek. De Manta is minder uitbundig gelijnd dan zijn voorganger; opvallend is vooral het front, dat net als bij sommige Vauxhall-modellen (Firenza, Cavalier) achterover helt. Opel levert de Manta steeds in een groot aantal uitvoeringen, zowel op het gebied van motoren als luxe. Als goedkope instapper voert Opel korte tijd de 1200 S (1.196 cc) met 60 pk, evenveel als de 1600 N (1.584 cc) levert. De letters geven een indicatie van de pit van de motor; N staat voor een lagere compressieverhouding en de toepassing van normale benzine, de S voor hoge compressie en superbenzine. Zo levert de 1600 S al 75 pk, terwijl de 1900 S (1.897 cc) op 90 pk zit. De topversie is aanvankelijk de 1900 E, die alleen in de 105 pk sterke GT/E wordt geleverd. Verder zijn er diverse combinaties mogelijk met de uitvoeringen De Luxe, Berlinetta en SR. Vanaf 1978 is er een andere motoraanduiding, zodat de nieuwe 1900 N (75 pk) de 1.9 N wordt. De 2.0 E (1.979 cc, 110 pk) neemt de plek van de 1900 E in. Om het nog gecompliceerder te maken, vervangen in 1979 de 2.0 N en 2.0 S (90 en 100 pk) de oude 1900 S. Belangrijk is de komst van de Manta CC (Combi-Coupé), een driedeurs. In 1982 verschijnt er een nieuwe, voorwielaangedreven Ascona, maar dat betekent allerminst het einde van de Manta, die dat jaar een nieuwe 1,3-liter basismotor krijgt (1.297 cc, 60/75 pk). In 1984, als de Manta al negen jaar oud is, volgt een optische en technische facelift. Naast de 1.3 S komen de 1.8 S (1.769 cc, 90 pk), 2.0 S en 2.0 E. Het topstuk is dat jaar de extreme Manta 400 (2.410 cc, 144 pk), een homologatiespecial voor de rallysport die de Ascona 400 opvolgt. Het gamma wordt daarna steeds iets verder verkleind, met de 1.8 S en uiteindelijk alleen de 2.0 GSi (als opvolger van de GT/E) als laatste versies. In 1988 is het gedaan met de Manta, die in 1989 wordt opgevolgd door de Calibra. 

Opel Manta GSi

Opel Manta GSi

Geschiedenis Mitsubishi Sapporo (1978-1984)

Niet Sapporo, maar Galant Lambda is de oorspronkelijke naam van de Japanse coupé uit dit verhaal. Om dat te kunnen duiden, is een duik in de historie van het merk noodzakelijk. De Galant is al sinds 1969 een van de steunpilaren onder het internationale modelgamma van Mitsubishi. Telkens gaat het om een vierdeurs sedan, die ook is gebouwd als stationwagon en als tweedeurs coupé, die gewoonlijk Hardtop wordt genoemd. De modelserie verschijnt in 1974 ook in Nederland op de markt. Als in 1976 een nieuwe versie uitkomt onder de naam Galant Sigma, gaat de eveneens nieuwe Hardtop in eigen land verder onder de nieuwe naam Galant Lambda. Voor de export hanteert Mitsubishi echter de naam Sapporo, die verwijst naar de Japanse stad waar enkele jaren eerder de Olympische Winterspelen zijn gehouden. De Sapporo, die naast de iets kleinere Celeste als tweede coupé in het Mitsubishi-gamma komt, is in technische zin gelijk aan de Galant. Hij wordt in eerste instantie geleverd als 1600 SL (1.597 cc, 75 pk), 2000 GSL (1.995 cc, 90 pk) en 2000 GSR (idem, 98 pk). Voor modeljaar 1981 krijgt de Sapporo een facelift, waarbij een nieuw front wordt gecombineerd met een nieuw dashboard. Dit is ook het jaar dat hij gezelschap krijgt van de sterk vernieuwde Galant, die ‘Sigma’ als bijnaam verliest, en waarmee hij optisch dan weer helemaal in de pas loopt. De 1600-versie verdwijnt uit het gamma, dat verder de modellen 2000 GL en GLS automatic (1.997 cc, 102 pk) en 2000 GSR (idem, 111 pk) bevat. In 1983 keert de 1600-motor opvallend genoeg weer terug en verdwijnt de 2000 GL. Een bijzondere toevoeging is de 2000 GSR Turbo (170 pk), als onderdeel van een kortstondige turbomanie bij Mitsubishi; het had in de jaren 80 van elk model een turboversie beschikbaar. De Sapporo draagt in 1985 het stokje over aan de duurdere en sportievere Starion 2000 Turbo. Ondertussen maakte de auto ook buiten Europa carrière, onder meer in de Verenigde Staten als Plymouth Sapporo, Dodge Challenger en Chrysler Sigma Scorpion. In Europa keert de naam Sapporo eind jaren 80 terug voor een luxueuze, vierdeurs sedan boven de Galant.

Geschiedenis Renault Fuego (1980-1986)

Renault brak in 1980 onverwachts met een lange traditie: hun nieuwe coupé kreeg een naam als typeaanduiding, in plaats van een nummer. Waar zijn voorgangers 15 en 17 duidelijk verwant waren aan de 12 en 16, wilde de Fuego duidelijk afstand nemen van de auto waarmee hij zichtbaar veel elementen deelde, de twee jaar eerder geïntroduceerde Renault 18. Het logische (en misschien verwachte) 19 ging in de ijskast voor een heel ander model, zoals we nu weten. Nu was de Fuego zijn fraaie en opvallende naam ook wel waard, want het was een in veler ogen bijzonder mooie auto, die aan het begin van zijn loopbaan veel aandacht trok. Het ontwerp kwam tot stand onder regie van Robert Opron, die eerder de opzienbarende Citroëns SM, GS en CX had getekend en die voor Renault later de kenmerkende lijnen van de 25 op papier zette. Voor die grote limousine herhaalde hij de panoramische achterruit van de Fuego, die op dat model in zijn geheel als derde deur fungeert. De Fuego maakte veel indruk met zijn gunstige luchtweerstandscoëfficiënt van 0,347. Technisch was de Fuego in grote lijnen gelijk aan de Renault 18, maar had een nieuw ontwikkelde voorwielophanging. Het dashboard was wel onveranderd overgenomen, terwijl de motoren van diverse andere Renaults bekend waren. De eerste uitvoeringen waren de TL en GTL (1.397 cc, 64 pk), de GTS (1.647 cc, 96 pk) en de TX en GTX (1.995 cc, 110 pk). De lichtste motor verdween in 1982 even uit het gamma; de TL en GTL kregen toen de 1.647 cc-motor, maar dan teruggeschroefd tot 72 pk. De TX verviel dat jaar. De 1.4-motor keerde in 1983 alsnog terug in de TL; de Fuego werd als modelserie toen ook licht opgefrist. In andere landen was de Fuego ook leverbaar als Turbo (1.565 cc, 132 pk) en als Turbo Diesel (2.068 cc, 88 pk). In Duitsland werden de TX en GTX geleverd met een katalysator en voor de gelegenheid een grotere motor (2.165 cc, 102 pk). De productie in Frankrijk werd in 1986 beëindigd, om aansluitend tot 1995 te worden voortgezet in Argentinië en Venezuela. Renault bracht geen directe opvolger van de Fuego; de eerstvolgende coupé was de Mégane van 1999. 

Renault Fuego

Hier vind je de specificaties van de drie met elkaar vergeleken auto's, met de kanttekening dat de Manta 1.6 S met automaat er niet bij stond, en de Sapporo er als 2000 GLS instaat, en niet als GL. Toch kun je de auto's via de link goed tegen elkaar afzetten. 

Foto's Fons Klappe

Dit verhaal is eerder gepubliceerd in AutoWeek Classics

Lees ook

Lezersreacties (3)

Reageren

Maak melding van misbruik

Let op! Deze functie is niet bedoeld om zelf een commentaar toe te voegen. Optioneel kun je er een opmerking bij plaatsen.

Er is iets mis gegaan. Probeer het later nog eens of e-mail ons.