Een Volvo koop je met je verstand, toch? In 2006 doen de Zweden nadrukkelijk een beroep op het gevoel. De C30 heeft drie deuren, vier zitplaatsen en een bescheiden bagageruimte, maar ook een uiterlijk waarmee hij zich direct onderscheidt. Twintig jaar later verdient de compacte Volvo een terugblik. Zeker omdat achter die glazen klep een verrassend veelzijdige carrière schuilgaat.
Nog een ruime gezinsauto? Saai! Bovendien werd de compacte middenklasse al gedomineerd door degelijke alternatieven. De Zweden kozen in aanloop naar 2006 bewust een andere benadering. Nieuwkomer C30 moest jonge alleenstaanden en stellen aanspreken die meer waarde hechten aan vormgeving en rijplezier dan aan ruimte. De ambities waren stevig. Minstens driekwart van de klanten moest van een ander merk komen. De C30 moest kopers van onder meer de Audi A3, BMW 1-serie en Alfa Romeo 147 verleiden, maar probeerde ook een graantje mee te pikken van auto's als de Opel Astra GTC en Volkswagen Golf. Op de autosalon van Parijs in september 2006 maakte het publiek voor het eerst kennis met de productieversie van de C30.
Iconische achterklep
Wie de C30 voor het eerst van achteren zag, vergat hem daarna niet snel. De glazen achterklep vormt het middelpunt van een achterste met brede schouders en hoog doorlopende achterlichten. Helemaal nieuw was het idee van dat glaswerk natuurlijk niet. Volvo verwijst ermee naar de P1800 ES en de latere 480, waarvan de C30 min of meer de opvolger was. In 2001 toonde Volvo dit idee overigens al aan de wereld met de Safety Concept Car. Later bleek dit een toch wel aardig concrete vooruitblik op de C30.
Onderhuids is de verwantschap met de S40 groot. De C30 is 22 centimeter korter, heeft een vergelijkbaar motorenaanbod en neemt ook het dashboard met de zwevende middenconsole over. Achterin staan twee afzonderlijke stoelen, waardoor een vijfde passagier per definitie moet afhaken. Bij onze eerste kennismaking bleek er voor vier inzittenden, ondanks de compacte buitenmaten en aflopende daklijn, behoorlijk wat ruimte te zijn. Hun bagage had het minder breed: de kofferbak meet slechts 251 liter.
Oneindige personalisatiemogelijkheden
Zoals gezegd was het motorenaanbod van de Volvo C30 nagenoeg identiek aan dat van de S40 en V50. Dat betekent dat de keuze aanvankelijk bestond uit een waaier van vier- en vijfcilinders op benzine en diesel, waarbij de 220 pk sterke T5 het summum van het aanbod vormde. Met dit blok, ook toegepast in de Ford Focus ST, kon de C30 qua vermogen prima wedijveren met hot-hatches als de Golf GTI. Zeker in combinatie met het R-design-pakket met 30 procent stuggere veren, directere besturing en een verlaagd onderstel. Helaas haalde de brute 405 pk sterke C30 Polestar het productiestadium nooit.
Qua prijspositionering dook de C30 bij zijn introductie net onder de instappers van Audi en BMW. De prijslijst begon in 2006 bij €23.650 voor een 100 pk sterke 1.6. Dat liep op tot dik boven de 40 mille voor de duurste Summum-versies van de T5 en D5. Verder liet Volvo de koper spelen met kleuren, contrasterende bumperranden en een waslijst aan opties. Het aantal personalisatiemogelijkheden was schier oneindig.
Facelift
In 2009 gaat het mes in de neus van de C30. De vrij rechthoekige koplampen verdwijnen en maken plaats voor grotere exemplaren die verder de voorschermen in lopen. Samen met de nieuwe grille levert dat een nadrukkelijk V-vormig front op. Aan de achterkant verandert juist weinig, zodat de oorspronkelijke glazen blikvanger behouden blijft.
Rond die facelift laat de C30 ook zijn zuinige kant zien. De 1.6D DRIVe met start-stopsysteem kwam uit op een officiële CO₂-uitstoot van 99 g/km. Voor Volvo was het de eerste keer dat een model onder de grens van 100 gram dook. Het opgegeven verbruik bedroeg 3,8 l/100 km, ongeveer 1 op 26,3. Toch greep hij op dat moment nét naast de Nederlandse bijtellingscategorie van 14 procent: voor diesels lag de grens bij 95 g/km. Later zou de Volvo V40 in Nederland wel een bijtellingskanon worden.
Experimenten
Volvo was voor 2010 al serieus aan het kijken naar elektrificatie. Eind 2009 kondigde het merk een testvloot van vijftig elektrische C30’s aan, na eerder dat jaar al een rijdend prototype te hebben getoond. De doorontwikkelde auto had een elektromotor van 111 pk en een accupakket dat 280 kilo woog. Volvo noemde een bereik van 150 kilometer en een topsnelheid van 130 km/h. Met deze testauto’s wilde het merk praktijkervaring opdoen op het vlak van elektrisch rijden.
Nog opmerkelijker was het in 2010 aangekondigde onderzoek naar een brandstofcel als range-extender. Daarbij moest een zogeheten reformer benzine omzetten in waterstof, waarna een brandstofcel elektriciteit opwekte. Een soort rijdende waterstoffabriek dus. Volvo verwachtte daarmee tot 250 kilometer extra bereik te kunnen realiseren, bovenop het bereik van de accu. Klinkt vrij ingewikkeld, wat direct verklaart waarom dit idee nooit tot wasdom is gekomen.
Geen opvolger
In 2013 verdween de C30 uit het aanbod en nam de vijfdeurs V40 zijn plek in. Die was een stuk praktischer en succesvoller, maar de eigenzinnige driedeursvorm kreeg daarmee geen rechtstreeks vervolg. Misschien is dat juist waarom de C30 zo goed blijft hangen. Gelukkig is er vandaag de dag nog genoeg aanbod op de occasionmarkt. Ook is de C30 behoorlijk betrouwbaar, wat hem tot een aantrekkelijke youngtimer maakt.
