Europese autofabrikanten verhogen hun ontwikkelingssnelheid om de Chinese concurrentie bij te benen, maar er zijn volgens Renault grenzen.
In de afgelopen twintig jaar is de Chinese auto-industrie uitgegroeid van een lachwekkende kopieermachine tot een op sommige vlakken toonaangevende koploper. Vooral het tempo waarin de Chinezen nieuwe modellen ontwikkelen is volgens diverse westerse autofabrikanten verbazingwekkend. Om dat tempo bij te benen, hebben onder meer de Volkswagen Group en de Renault Group druk gewerkt aan het verkorten van hun eigen ontwikkelingsproces. Zo zijn bijvoorbeeld de Volkswagen ID Polo en de Renault Twingo in kortere tijd ontwikkeld dan de beide fabrikanten gewend waren. Volkswagen gaf toe dat dit naar Chinees voorbeeld was; Renault werkte voor de Twingo nota bene samen met de Chinezen aan de ontwikkeling.
De topman van de Renault Group, François Provost, benadrukt nu dat Renault niet volledig het Chinese tempo najaagt. Volgens hem zijn er namelijk risico's aan verbonden die Renault zich niet kan en wil veroorloven. "Bij Renault vinden we twee jaar het minimum (qua ontwikkelingstijd, red.) om kwaliteit te waarborgen", tekent Automotive News op. Hij wijst daarbij ook op de tijd die nodig is om een auto uitgebreid te testen in diverse omstandigheden. Er gaat nu eenmaal soms veel tijd overheen om bepaalde storingen tegen te komen en die vervolgens te kunnen verhelpen voor de verkoopstart. Een totale ontwikkelingstijd van anderhalf jaar, zoals Chinezen die soms laten zien, is volgens Renault echt te kort voor een volledig nieuw model. Bij een afgeleide kan dat wel; zo duurde de ontwikkeling van de nieuwe Dacia Spring maar zestien maanden.






