Brandbrief werkgevers over pseudo-eindheffing: ‘complex en onbetaalbaar’

Extra lastig voor lesauto's

Dubbeltest Skoda Octavia Toyota Corolla 2025

Onder leiding van de Bovag trekken twintig grote werkgeversorganisaties aan de bel over de aangekondigde pseudo-eindheffing.  De staatssecretaris belooft een reactie, maar die komt volgens de Bovag veel te laat.

Pseudo-eindheffing, wat was dat ook alweer? Als je die vraag stelt ben je waarschijnlijk geen werkgever en heb je geen leaseauto, want voor die categorieën hangt deze nieuwe maatregel sinds eind vorig jaar als een donkere wolk boven de nabije toekomst. De pseudo-eindheffing maakt het ook voor privégebruik ter beschikking stellen van een niet-volledig elektrische auto aan werknemers de facto onmogelijk voor werkgevers, en dat is uiteraard precies de bedoeling. Werkgevers die zo’n auto ter beschikking stellen, moeten jaarlijks 12 procent van de nieuwwaarde afdragen. Op papier is het idee dat de heffing niet op het bordje van werknemers komt, maar in de praktijk gaat deze heffing op zijn minst betekenen (en dat doet het nu al) dat alle nieuwe auto’s-van-de-zaak elektrisch zijn.

Maar daarvan raken de twintig werkgeversorganisaties niet zozeer in paniek. Zij wijzen in een brandbrief aan de Tweede Kamer vooral op de gevolgen voor tijdelijk of vervangend vervoer en stellen dat de regeling juist in die gevallen een enorme kostenpost en administratieve last met zich meebrengt. Ook werknemers met een elektrische auto van de zaak krijgen immers vaak weleens een brandstofauto mee, bijvoorbeeld als vervangend vervoer of huurauto. Zo’n tijdelijke inzet kost volgens de werkgevers al snel €500 tot €1.000 per keer aan pseudo-eindheffing en omdat de minimale termijn voor die eindheffing een maand is en een beetje auto al snel €50.000 kost, lijkt dat niet overdreven.

Om de eindheffing te omzeilen, moet er nauwkeurig een rittenadministratie worden bijgehouden. Bij puur zakelijk gebruik is de heffing niet van toepassing, maar in dit geval geldt woon-werkverkeer wel als privé. Wie zo’n tijdelijke auto dus naar huis wil meenemen, heeft al snel een probleem. De twintig werkgeversorganisaties, waaronder Bouwend Nederland, MKB-Nederland en Techniek Nederland, stellen dat de pseudo-eindheffing in zijn huidige vorm het bedrijfsleven met tot wel een miljard euro per jaar aan kosten opzadelt. Zij wijzen erop dat garagebedrijven en verhuurmaatschappijen hun wagenpark niet in één klap volledig elektrisch kunnen maken. Bovendien, zo zeggen de werkgevers, is het door netcongestie vaak niet mogelijk om een volledig elektrisch wagenpark bij het bedrijf op te laden.

Lesauto’s

De staatssecretaris van Financiën belooft om in juni inhoudelijk te reageren, maar dat is volgens de Bovag veel te laat. De staatssecretaris wil ook reageren op nog een specifieke probleemcategorie voor de pseudo-einheffing: lesauto’s. Dat zijn vanwege de handgeschakelde versnellingsbak nog erg vaak brandstofauto’s, die minstens zo vaak ‘gewoon’ met de rijschoolhouder mee naar huis gaan aan het einde van de dag. Bovendien rijden lesauto’s geen strakke routes van A naar B, maar ogenschijnlijk willekeurige rondjes. Die rondjes zijn niet in een rittenadminstratie te vatten en dus dreigen rijschoolhouders de pseudo-eindheffing aan hun broek te krijgen. Volgens de Bovag was het in aanloop naar het wetsvoorstel de bedoeling van het kabinet om lesauto’s specifiek uit te zonderen van de pseudo-eindheffing, maar heeft deze uitzondering het in de praktijk niet gehaald.

Lezersreacties (15)

Reageren

Maak melding van misbruik

Let op! Deze functie is niet bedoeld om zelf een commentaar toe te voegen. Optioneel kun je er een opmerking bij plaatsen.

Er is iets mis gegaan. Probeer het later nog eens of e-mail ons.