Maybach 57

Aangenaam Maybach, uw butler

Maybach 57
Maybach 57Maybach 57Maybach 57Maybach 57Maybach 57Maybach 57Maybach 57Maybach 57
AutoWeek 2003 nummer 51

Je leest het in AutoWeek 2003 nummer 51

Met een vaartje van tegen de 200 km/h zweven we over de snelweg. De V12 biturbo met 550 pk en een koppel van 900 Nm. draait slechts 3.000 toeren. We rijden in de ultieme limousine, die volgens de makers nog slechts één gebrek kent. Naamsbekendheid. Tijd dus voor een uitgebreide kennismaking.

Misschien zijn we domweg reclame-moe geworden. Groot! Mooier! Snelst! Ultiem! Perfect! Het zijn woorden, waarmee de industrie ons dusdanig hard mee om de oren slaat dat we er als vanzelf doof voor zijn geworden. Toen DaimlerChrysler na een tergend langzame promotie-campagne de toplimousines van het concern, de Maybach 57 én 62, op de Autosalon van Parijs in 2002 onthulde, waren grootse, lovende reacties in de pers dan ook opvallend afwezig. Een overtreffende trap van de S-klasse, waarmee de auto toch werd gedegradeerd tot een product dat bij die S-klasse hoort, was het veelgehoorde commentaar. Eigenlijk, alsof de zoveelste Benz van de band was afgerold. Naast de voor de hand liggende vergelijking met de net geïntroduceerde, nieuwe Rolls Royce Phantom van BMW – Welke was nu eigenlijk groter? En luxueuzer? En welke duurder? - bleef het oorverdovend stil. De 'mediahype' rond Maybach bleek even vlot over te waaien als de oprichting van een nieuwe politieke partij aan het begin van de 21ste eeuw. En dat was natuurlijk niet de bedoeling van DaimlerChrysler. Zoiets steekt. Daarvoor investeer je geen miljarden in de bouw van een speciale fabriek voor niets meer, maar zeker niets minder dan de ultieme, met de hand gebouwde toplimousine. Wat heb je eraan als niemand dat weet? Een merk is pas een merk als iemand weet dat het merk bestaat. En een topmerk is pas een topmerk als iedereen dat merk erkent als topmerk. Dus bedachten ze bij Maybach dat het aardig zou zijn om enkele journalisten een behandeling als Maybach-klant te laten ondergaan. Een kijkje te geven in de wereld van Maybach.

Laat ik eerlijk zijn; ook wij raken wel eens overvoerd door het nieuws van de auto-industrie. Die Maybach hadden we toch al gehad? Maar een persoonlijke uitnodiging om een dagje uit rijden te gaan in deze automobiele kathedraal, zoals een Engelse collega het 5 meter en 73 centimeter lange gevaarte bij de introductie noemde, kan ik toch niet weerstaan. Sterker nog: 's ochtends bij het aankleden, krijg ik het zelfs even benauwd. Stel je voor: uitrijden gaan in een auto van dik een half miljoen euro en je nieuwste pak ligt bij de stomerij. Hoe moet je je dan vertonen? Is een schoon overhemd en een jasje voldoende? Hoe kleed je je eigenlijk als je minimaal tot de Quote 500 behoort? Waarom heb ik geen handgemaakte slangenleren brogues? Kan ik een Rolex van iemand lenen? Zie je dat deze zijden das eigenlijk een 'krijgertje' is? Later, aan de lunch, worden we gerustgesteld door Robert Scheerboom, Maybach's Personal Liason Manager, zeg maar; de gastheer van DaimlerChrysler, die zich ontfermt over potentiële en bestaande klanten. "Onze klanten zijn succesvolle zakenmensen, 'selfmade man'. Meestal nog steeds actief, met huizen in verschillende landen. Die mensen dragen natuurlijk wel pakken, maar ook niet als ze een dagje met mij opstap gaan." Dat is dan weer een opluchting, maar we lopen op de zaken vooruit.


Lilliputters
's Ochtends worden we, zoals dat bij potentiële klanten gaat, thuis opgehaald. Het zilvergrijze gevaarte verschrompelt de aan weerszijde van de straat aanwezige middenklassers tot lachwekkende lilliputters. Met alle égards, de Maybach-plu al opgestoken vanwege de regen, verzoekt Robert Scheerboom me achter in de Maybach plaats te nemen. We zinken weg in de riante zetels. 'Kathedraal' is niet eens zo'n overdreven benaming voor de imposante ruimte, waarin je letterlijk omarmd wordt door alle denk- en ondenkbare luxe die DaimlerChrysler voor de Maybach uit de kast heeft getrokken. Angstvallig houd ik mijn notitieblokje mét potlood vast, om mijzelf in elk geval nog de schijn van een kritische, onafhankelijke journalist mee te geven. Maar al gauw besef ik: dit is overmacht. Links naast de zitting tovert Robert een uitklapbaar tafeltje tevoorschijn, zoals je die in de business-class van vliegtuigen tegenkomt. "Dat schrijft wat comfortabeler", glimlacht hij. Het tafeltje kan in alle standen worden vastgezet, én is ook ingesteld op het vasthouden van een laptop; de aansluiting van de laptop vinden we weer tussen de achterste zetels. Wat we ook tegenkomen, is de champagnekoeler, de champagne zelf, mét Maybach-glazen, de whisky, mét Maybach-glazen, de dvd-speler, de cd-wisselaar, de knop voor het lamellengordijn voor de achterruit, mocht het zonlicht in het dvd-schermpje voor je weerspiegelen, de koptelefoons in de zijvakken van de portier; draadloos, voor de technici onder ons: met bluetooth-verbinding. En dan zijn we nog maar vier straten verder. We hebben het nog niet gehad over het doosje met tissues, de dubbele airco, die uiteraard voor een gescheiden klimaatregeling voor alle vier de passagiers zorgt; de tril- en opblaasfuncties van de zetels, de Jugendstill-kelkjes voor de sfeerverlichting, de drie klokjes aan het plafond met onder andere de snelheidsmeter én, niet te vergeten de telefoons met blue tooth-verbinding. Ja, u leest het goed: in meervoud. Voorin beschikt de bijrijder – druk op een knopje aan het dashboard en het apparaat wordt je letterlijk opgediend - de beschikking over een prachtig toestel; uiteraard is er nog ééntje verborgen in de achterconsole, en u kunt als eigenaar ook uw eigen mobiel aldaar parkeren en opladen. De 'boord'-telefoons maken deel uit van het uit de Benzen bekende Connect-systeem, dat voor de Maybach nog eens ernstig is uitgebreid. Het is in één woord allemaal even verpletterend. 'Tuurlijk, aan de knoppen en het dashboard herken je de betere Benzen wel. Wie ooit, zoals ondergetekende in een recente S-klasse heeft mogen toeren, vindt z'n weg met gemak. Maar dit is zoveel meer: hier heeft een maniakale, perfectionistische interieurdesigner zich volledig mogen uitleven met als doel de fortuinlijke achterbankzitter het gevoel te geven dat hij Zijne Keizerlijke Excellentie zelve is. De achterbank – correctie: de zetels achter in de Maybach zijn ingericht als een luxe-suite in een 5-sterrenhotel. At your service, roept de Maybach je toe. Het is meer dan een limousine, het is uw hoogstpersoonlijke butler. Letterlijk, want de opsomming van wat een Maybach allemaal aan boord heeft, houdt hier nog lang niet op. Heeft u nog even?


Nooit alleen
Om op adem te komen, lunchen we midden in Utrecht, in restaurant Wilhelminapark van de veelgeprezen sterkok Jon Sistermans. Een prettige, passende ambiance, zullen we maar zeggen. Ondertussen vertelt Robert Scheerman nog honderduit over de wereld die Maybach heet. Waar waren we gebleven? O ja, het connectsysteem. Laat ik dit zeggen: Maybach weet waar u bent, als ú dat wilt. Via een optioneel 'track and tracing-systeem' kan de auto waar ter wereld ook gelokaliseerd worden. Mocht u onverhoopt een ongelukje hebben en een van de vele airbags wordt geactiveerd, dan wordt dit onmiddellijk doorgegeven aan een meldcentrale die 24 uur paraat staat. Dankzij het connect-systeem ziet de meldcentrale exact welke route u heeft gereden en waar u van de weg bent geraakt, welke airbag er is afgegaan en òf er dus sprake is van een ongelukje of een ongeluk. Op deze manier wordt u ook – mocht u nog bij bewustzijn zijn – de vernedering bespaard naar de dichtstbijzijnde ANWB-paal te rennen. Voor- en achter in de auto bevindt zich ook een rode knop. Daarmee kunt u zélf contact zoeken met de meldcentrale. Het Maybach-connectsysteem kent ook een zogeheten travelassistant, die u kunt oproepen via de boordtelefoons; informatie die u niet kunt vinden op de CD-Rom van het Connectsysteem, kunt u bij Maybach aanvragen; bijvoorbeeld waar de dichtstbijzijnde juwelier of kunsthandel te vinden is. Gegevens van het motormanagement kunnen ook op afroep worden uitgelezen door Maybach, waar u ook ter wereld bent. De boodschap is duidelijk: mocht u vragen of problemen hebben, in de Maybach staat u er nooit alleen voor.


Buitenaardse ervaring
Ondertussen hebben we drie gangen en een kopje espresso achter de kiezen en zwaaien we het team van Sistermans gedag. Gelukkig, 'onze' Maybach staat er nog. Is "ie mooi? Moeilijke vraag. Jeremy Clarkson kraakte het uiterlijk van deze 'German Tank' onlangs nog tot op het bot. Echt móói vind ik 'm ook niet. Imposant, ja. De lijnen op de flanken hebben iets gedistingeerds en sierlijks, zeker wanneer je de auto schuin van achteren bekijkt. Op die manier bevalt hij me het best. Maar de koplampunits vind ik weer matig. Maar niet getreurd. Het moment suprême is aangebroken: we mogen zelf een stukje gaan rijden. De deuren staan al open vanwege het keyless-go systeem, waarmee de auto de houder van de sleutels herkent. We stellen stoel, stuur en spiegels in de gewenste positie en bewonderen en passant nog even het houtwerk. "De klant kan elk gewenste houtsoort bestellen", krijgen we meteen van Robert Scheerboom te horen. Kersen? "Kersen is geen probleem. Dit hout heet Amboina en komt van een plantage van DaimlerChrysler uit Sumatra. Houtbewerkers in de Maybach-fabriek in Sindelfingen zijn 74 werkdagen bezig met één Maybach. Ook de keuze van het leer is aan de nieuwe eigenaar. Als iemand bijvoorbeeld zijn familiewapen op het leren dashboard geprint wil hebben, dan kan dat." Na een halve dag door Maybach gebrainwashed te zijn, lijkt me dit niet meer dan normaal. "Kom", stel ik voor, "laten we rijden."
Met een druk op knop van de automaat komt de geweldige 12-cilinder biturbo tot leven. Niet dat je hem écht hoort. Je voelt 'm, een beetje. Een soort geruststellend gemompel op de achtergrond dat je doet beseffen dat de motor loopt. Met z'n onvoorstelbare afmetingen is het even manoeuvreren om de auto op de parkeerplaats gekeerd te krijgen. Maar het gaat, verbazingwekkend licht zelfs. Met behulp van de parkeersensoren keren we schadeloos de weg op. En dan… Ja, dan willen we de hele dag wél blijven rijden. Robert Scheerman wijst nog op een knopje waarmee je het stuur kunt verwarmen. Deze Maybach, gaat hij verder is optioneel voorzien van een 'solar module', die de airco van energie voorziet als de auto in de zomer in de volle zon wordt geparkeerd. Omgekeerd kan de auto met een afstandsbediening in de winter van tevoren worden opgewarmd. Maar eerlijk gezegd luister ik nog maar half: het uitzicht over de motorkap is prachtig, de dubbele M van Maybach als navigator voorop, de ster die je als chauffeur achterna rent. En rennen kan "ie. De Maybach 57 is uiteraard begrensd, bij 250 km/h houdt het motormanagement de bestuurder in bedwang. Maar dat de motor méér, veel meer kan, zelfs met deze auto van 2.660 kilo is meteen al duidelijk. 'Overpowered' is zwak uitgedrukt. Bij 5.250 tpm heeft de Maybach chauffeur 900 Nm tot zijn beschikking. Dat halen we vandaag bij lange na niet. Rond de 100 komt de toerenteller nauwelijks van z'n plek. Bij 200 km/h wordt het al wat serieuzer, maar halen we nog niet de helft van wat de motor kan: een magere 3.000 omwentelingen per minuut, alsof je op kruissnelheid rijdt. Dit is zweven, een bijna buitenaardse ervaring; het landschap zoeft voorbij. Omdat ik het domweg niet kan laten, besluit ik een bocht, waar een bord met een maximum snelheid van 70 km/h voor waarschuwt, met 130 km/h te nemen. Als een gentleman praat Robert Scheerboom onverdroten verder. De kathedraal helt iets naar links, maar laat al even stoïcijns niets merken. De Maybach ligt als een kasteel op de weg. Ontspannen suizen we verder. Na afloop merkt Robert Scheerman wél nog even fijntjes op dat ik die bocht misschien wat driest heb genomen, maar dat de auto zich toch geweldig heeft gehouden. En zo is het. Koninklijk.


Geblindeerde vrachtwagen
En nu we het toch over dat Koningshuis hebben: wie koopt nou zoiets? De Oranjes verplaatsen zich officieel in opgeblazen middenklassers, maar zouden toch uitgelezen kandidaten moeten zijn. Zijn zij geïnteresseerd? Namen noemt Robert Scheerboom niet. Discretie is in deze wereld een groot goed. Je weet nooit wat je te wachten staat. De ruiten van de Maybach zijn niet voor niets behoorlijk bewapend; met een moker sla je ze, naar verluidt, nog niet stuk. Optioneel kun je de auto zelfs tot een fort ombouwen. B4-B4 heet dat in jargon; een normale bepantsering tegen pistool- en geweervuur. Maar de klant kan zich in zijn Maybach ook als in een bunker ingraven. Die bepantsering heet B7-B7. Uniek in de wereld van gepantserde voertuigen. En wellicht interessant voor klanten in het Midden-Oosten, zullen we maar denken. Geruchten dat de verkoop van Maybach het DaimlerChrysler-concern teleurstelt, spreekt de Personal Liaison Manager tegen. "We hebben in Sindelfingen een capaciteit van 800 auto's per jaar. Maar ja, als klanten extra wensen hebben, betekent dat méér werk en dat gaat ten koste van de totale productie."
Sinds maart worden de Maybachs uitgeleverd, en de Nederlandse markt blijkt een bescheiden afnemer met ongeveer een auto per maand. In het laatste Mercedes Magazine wordt trots aangekondigd dat Joop van den Ende er eentje heeft besteld. Tot nog toe zijn er in Nederland 6 Maybachs op kenteken gezet. Niet alle Nederlandse afnemers laten hun auto echter in Nederland registreren. Genoeg blijkbaar om ook in Veenendaal een Maybach Center op te richten, waar de auto's voor onderhoud terecht kunnen. Wie een Maybach koopt, koopt daarbij 4 jaar garantie en onderhoud. U hoeft de auto niet zelf naar de garage te brengen; het Maybach Center brengt en haalt de limousine in een geblindeerde vrachtwagen, die elk logo ontbeert. Want je moet er als klant niet aan denken dat de halve buurt uitloopt om te zien hoe jouw limousine achter op een takelwagen gesleept wordt, of wel soms? De Maybach 57 staat voor uw kasteel voor 310.000 euro, exclusief belastingen. De staat gooit er bijna twee ton bovenop; inclusief BTW en BPM bent u maar liefst 507.000 euro kwijt. Wat zal Zalm blij zijn als de complete Quote 500 zich in een Maybach gaat verplaatsen. Je ziet de koppen in de krant al: "Belastingmeevaller: 96,5 miljoen aan BPM en BTW op Maybach" Afijn, zo'n vaart zal het niet lopen, al is het maar omdat de handgebouwde Maybach niet in dergelijke aantallen voor Nederland wordt gebouwd.
Nadat Robert Scheerboom mij thuis heeft afgezet, klampt een buurman me aan. "Wat was dat voor een limo?" Een Maybach, antwoord ik. "Een wat?", vraagt hij.