Ford 12M P6 1300 (1968) - Taunus-voorganger met voorwielaandrijving rijdt goed
Voortrekkersrol
De Ford Taunus is een legendarische klassieker en de naam Taunus is al best oud. Maar de auto die we voor deze proefrit rijden heet 12M P6. Die laatste toevoeging is belangrijk, want het betekent dat deze Taunus-voorganger voorwielaandrijving heeft. Hoe zit het met de naam Taunus en wanneer die nu en wel niet gevoerd is, lees je ook in deze mini-klassiekertest.
Een voorwielaangedreven auto met een V4, dat was in de jaren 60 best bijzonder en zeker voor een Duitse autofabrikant. We gaan nog even een generatie Taunus terug, naar de P4, de eerste die op deze leest geschoeid was. Ford Detroit had een groot aandeel in de ontwikkeling daarvan, maar besloot uiteindelijk om de tot Cardinal gedoopte voorwielaandrijver niet in Amerika op de markt te brengen. Maar wel in Europa, nadat de ingenieurs in Keulen de auto aanpasten, waarbij de cilinderinhoud werd teruggebracht van 1,5 naar 1,2 liter.
Taunus: dan weer wel, dan weer niet
Bovendien kreeg hij, net als zijn voorganger, alsnog de naam Taunus, met als toevoeging 12M P4. De 12M die wij rijden, heet sinds september 1967 geen Taunus meer en is een P6. Inderdaad, geen P5, die typeaanduiding is weggelegd voor een groter model met achterwielaandrijving. De P6 viert dit jaar zijn zestigjarige jubileum. Hij is er als twee- en vierdeurs sedan, als coupé en als driedeurs Turnier (stationwagon). De 12 verwijst niet naar de cilinderinhoud, want er kan ook een 1,5 of 1,7 onder de kap liggen. Bij de 15M (herkenbaar aan de rechthoekige koplampen) is dat minstens een 1.5, maar het kan ook een 1.7 zijn.
V4 met kunststof tandwielen
Waar concurrent Volkswagen trouw vasthield aan de luchtgekoelde boxer op de achteras en de Opel Kadett een viercilinder lijnmotor in combinatie met achterwielaandrijving had, gooide Ford het over een heel andere boeg. Voorwielaandrijving was uiteraard niet nieuw. Citroën gaf al in de jaren 30 de toon aan met de Traction Avant en later met de 2CV, Austin met de Seven (de Mini) en de Glider, en ook de merken Lancia, Morris, Renault, Saab, DKW en Fiat met de Autobianchi Primula.
Minstens zo innovatief is de Peugeot 204 met zijn dwarsgeplaatste, aluminium viercilinder en eveneens het vermelden waard is de Oldsmobile Toronado uit 1966, met een V8 die de voorwielen aandrijft. Kortom, voor het vrij behoudende merk Ford was dit een bijzondere stap, ook al was dit voor het merk de laatste voorwielaandrijver tot de komst van de Fiesta in 1976. De Keulse V4 is voorzien van een balansas en heeft een gesloten koelsysteem. Een stalen tandwiel op de krukas drijft via een tandwiel de balansas aan, die op zijn beurt het grotere tandwiel van de nokkenas aandrijft. Die laatste twee zijn van kunststof, deels bestaande uit hittebestendige fenolhars.
Blauwe kleppendeksels
Alvorens achter het stuur te stappen, werpen we eerst een blik onder de motorkap. De V4 ligt voor de vooras, om plaats te bieden aan de versnellingsbak. Geen ongewone constructie, Audi deed het ook zo, net als veel andere merken. De kleppendeksels kleuren felblauw, waar dat bij de zwakkere versie groen is en bij de krachtigere motoren rood. Verder valt de destijds optionele of achteraf gemonteerde wisselstroomdynamo op, waar dat tot september 1976 nog een systeem met 6 Volt en gelijkstroomdynamo was. Goed toegankelijk techniek waaraan gemakkelijk te sleutelen was.
Met de 12M P4 werden in 1963 op het circuit van Miramas in Zuid-Frankrijk diverse records verbroken. In 117 dagen legde de Taunus 1.2 maar liefst 358.273 kilometer af met een gemiddelde snelheid van 106,48 km/h. Het Fordje kwam trouwens sterk verkreukeld aan de finish, aangezien een van de rijders tijdens een nachtelijke etappe in slaap viel en vervolgens een paar keer over de kop ging. Onder de toeziende blikken van de FIA werd de auto opgekalefaterd en mocht de recordpoging worden voortgezet. Afgezien van een nieuwe oliepomp gaf de V4 geen krimp.
Coke Bottle styling
Volgens de gegevens van de RDW is dit exemplaar van 1974, maar toen werd de 12M niet meer gebouwd. Die werd in 1970 opgevolgd door de Taunus TC. Een mailtje naar de Nederlandse Taunus M Club biedt opheldering. Op basis van het chassisnummer weet voorzitter Bob van Tussenbroek ons te vertellen dat deze P6 in april 1968 in Keulen van de band rolde. Kort daarna volgde de laatste update, te herkennen aan de voluit geschreven merknaam op de rand van de motorkap.
Zeer typerend detail van de 12M zijn de ovale achterlichten, die met hun vorm doen denken aan die van een hedendaagse Bentley Continental GT. De voor die tijd populaire ‘Coke Bottle styling’ komt in milde vorm terug in het reliëf op de flank, ter hoogte van de achterste zijruit. Onder meer de Kadett B, de eerste Ford Escort en de tweede generatie Vauxhall Viva hebben die welving ook, net als de door Raymond Loewy - de ontwerper van het bekende colaflesje - getekende Studebaker Avanti. De P6 past in alle opzichten perfect in het tijdsbeeld van toen en wist zich dus met name onderhuids te onderscheiden van zijn Duitse tegenstrevers.
Goede rijeigenschappen
Bij het instappen valt meteen op hoe ruim het interieur is. Een brede middentunnel ontbreekt, daarvan profiteren alle inzittenden. Het dashboard is eenvoudig van opzet, maar de bovenkant is wel bekleed, met een zachte rand, wat destijds als een veiligheidsvoorziening werd gezien. De extra beenruimte voorin is ook te danken aan de stuurschakeling. Er is duidelijk voorzichtig omgesprongen met deze Ford, dat zie je aan alles. Je voelt het ook tijdens het rijden. De motor loopt mooi en klinkt goed, de balansas werpt zijn vruchten af. Schakelen gaat licht en trefzeker met het kleine pookje aan de stuurkolom en ook de remmen (onbekrachtigd) doen hun werk naar behoren.
De voorwielaandrijving maakt de 12M koersvaster dan veel van zijn tijdgenoten, maar met de ver naar voren geplaatste krachtbron zal er al snel onderstuur ontstaan in een te snel genomen scherpe bocht. Dat is doorgaans eenvoudiger te corrigeren dan een achterkant die uitbreekt en onder gladde omstandigheden is de kans op ellende ook minder groot. Stapte je in 1968 vanuit een Kever of Kadett in deze Ford, dan kan het niet anders dan dat de rijeigenschappen indruk maakten. Zelfs nu is dat nog het geval.
Technische gegevens
Motor V4
Cilinderinhoud 1.305 cc
Max. vermogen 37 kW/50 pk bij 5.000 tpm
Max. koppel 93 Nm bij 2.500 tpm
Topsnelheid 130 km/h
0-100 km/h 19,5 s
Verbruik gem. 8,0 l/100 km
Dit exemplaar stond ten tijde van de proefrit te koop voor € 7.900, en had slechts 27.061 kilometer op de teller.
Rapport Aandrijflijn Vibratiearme V4, bak schakelt licht en trefzeker 8 |
Ontdek deze occasions: had je ze al gezien?
Lees ook

Naast de Capri had Ford nog een concurrent voor de Opel Manta: dubbeltest met Taunus Coupé

Deze Ford Taunus lijkt nog vooral een werkpaard - In het wild

De ooit zo normale Opel Ascona en Ford Taunus zijn 50 jaar later net zo speciaal als Manta en Capri

Omdat een dikke Ford Capri te duur was kocht Ruud een dikke Ford Taunus als eerste auto: een 2300 GT



