Voor een Porsche 356 zijn de bedragen waarvoor ze te koop staan zescijferig. Dan hebben we het over de voorganger van de 911, als echte klassieker ook al zo duur. Dan denk je misschien, toch maar eens naar een 912 kijken …Vergeet het maar, de ooit als budgetbroer van de 911 bedoelde viercilinder en daarmee eigenlijk de echte opvolger van de 356 vind je ook niet meer voor weinig. We zetten de twee klassieke Porsches naast elkaar om uit te vinden welke de leukste is.
De 912 heeft met zijn viercilindermotor jarenlang in de schaduw gestaan van het icoon 911, maar eigenlijk is het model juist door die motor de ware opvolger van de 356.
Porsche 356 van 1948 tot 1965
Was alles in het leven maar zo simpel! Omdat geen enkele fabrikant de ‘kleine, lichte sportwagen die spaarzaam met brandstof omgaat’ bouwde die Ferry Porsche wenste, besloot hij zijn droomauto zelf te gaan bouwen. Dat is in ieder geval het officiële verhaal. Het eindresultaat, de 356, kwam in 1948 op de markt en viel niet alleen in de smaak bij de man die hem bouwde: toen de productie in april 1965 werd stopgezet, waren er 76.302 exemplaren gebouwd. Bij de 912 die in de herfst van 1964 op de markt kwam, verliep het geboorteproces heel anders. Dit was geen auto die werd ontwikkeld omdat de baas een dergelijk model wenste, maar omdat de verkoopmedewerkers zagen dat er ruimte voor was op de markt. “We hebben hem ontwikkeld omdat de verkoopafdeling dat wilde”, zei ontwikkelingshoofd Peter Falk daar later over. Met tegenzin, dus. Het was inderdaad zo dat de ingenieurs indertijd alle pijlen hadden gericht op de 911. De hogere positionering van het nieuwe model met zescilindermotor leidde er echter toe dat er in de onderste regionen van het modellengamma een gat dreigde te ontstaan, en het bleek inderdaad een goed idee te zijn om dat gat te dichten. In het begin verkocht de auto die later spottend ‘budget-Porsche’ werd genoemd duidelijk beter dan de 911. De 912 was feitelijk ook een 911, maar dan met viercilindermotor en de meters van de 356.
Vandaag de dag benader je een 356 met respect. Enerzijds omdat een in perfecte staat verkeerd exemplaar zoals de bruine 356 die deze pagina’s siert meer dan €100.000 waard is, anderzijds omdat dit de eerste in serie geproduceerde sportwagen van het merk is, de laatste evolutieversie uit het een na laatste bouwjaar. De 356 C is flink doorontwikkeld ten opzichte van de oer-356. Zo is hij voorzien van schijfremmen op alle wielen en van een viercilinder boxermotor die aanzienlijk meer trekkracht biedt dan de vroege exemplaren.
Dit is een auto waar je jezelf naar binnen laat glijden. De portieren vallen met een solide plof in het slot en de hoge raamlijn zorgt voor een gevoel van geborgenheid. De liefdevol vormgegeven details en de subtiele chroomversiering geven deze pure sportwagen een deftige uitstraling. Er is echter niet veel ruimte voorhanden. De stoelen bieden maar weinig zijdelingse steun, maar je wordt op je plek gehouden door het portier aan de linkerkant en de schouder van je bijrijder aan de rechterkant. Het contactslot zat bij de 356 al links naast het stuur (met uitzondering van enkele dakloze varianten).
Na het omdraaien van de contactsleutel produceert de 75 pk sterke motor van de bruine Porsche het vertrouwde Kever-achtige geluid. Bij stationair toerental klinkt dat nog heel braaf, maar het geluid wordt zwaarder en imposanter naarmate het toerental stijgt. Bij het accelereren klinkt de boxermotor zelfs agressief. Hij voelt ondanks het bescheiden vermogen zo rap aan dat je bijna vergeet dat er ook nog een 95 pk sterke SC en een uitvoering met tweeliter Königswellen-boxermotor en 130 pk op de prijslijst stonden. Het spontane (maar wel kracht vereisende) insturen, de nauwelijks overhellende carrosserie, de uitstekende wendbaarheid en de perfect op elkaar aansluitende versnellingen – misschien beelden we het onszelf in, maar het dna waarvan elke Porsche tot de dag van vandaag is voorzien, is ook hier waarneembaar.
Gevoelsmatig sneller dan 14 seconden van 0 naar 100
Bestuurders van moderne auto’s hebben aan boord van een accelererende 356 C wellicht het idee dat de motor stuk is, maar hoewel de sprint van 0 naar 100 km/h 14 seconden vergt, verloopt de acceleratie gevoelsmatig sneller. En met een topsnelheid van 175 kilometer per uur kun je ook vandaag de dag nog uit de voeten. Het was dus niet zo vreemd dat de merkliefhebbers hun 356 nog niet wilde laten gaan toen zijn tijd na 17 jaar in productie te zijn geweest, waarbij het model in technisch opzicht steeds meer afstand nam van de Kever, was gekomen.
912 werd zoals elke nieuwe Porsche met scepsis bekeken
De 912 ontvingen ze met open armen, hoewel de Porsche-fans zoals de toen gebruikelijk was de nieuweling aanvankelijk met scepsis bekeken. Het predicaat ‘budget-Porsche’ kreeg hij pas toen de zescilinder van zijn grote broer steeds sterker werd, waardoor de afstand tot het instapmodel met 90 pk steeds groter werd. Als we overstappen in de Bahama-gele 912 uit 1968, is het in eerste instantie wat vreemd om in een 911-koets het kenmerkende VW-geluid te horen.
Dat went echter snel. Natuurlijk, bij lage toerentallen lijkt de viercilinder niet veel vlees op de botten te hebben, maar boven de 4.000 tpm komt er leven in de brouwerij. Stukje bij beetje ga je steeds meer van de 912 houden. Door de lagere zitpositie en de exactere besturing ben je meer met de weg verbonden dan in de 356. Je vraagt je algauw waarom deze 912 eigenlijk in de schaduw van de 911 zou moeten staan, want door de lichtere motor is de gewichtsverdeling van de 912 gunstiger: 44 procent van het gewicht rust op de vooras, 56 procent op de achteras. Dat merk je in de praktijk, want de achterzijde van de 912 voelt minder zwaarlijvig aan, waardoor het rijgedrag van de 912 harmonieuzer is dan dat van een oude 911.
Vanaf 1967 was het instrumentarium voorzien van vijf meters, het houten stuur was tegen meerprijs leverbaar.
Als dit een ‘budget-Porsche’ is, dan is het geen straf om geld te besparen. Maar welke moet je nu nemen? De 356 is een goede optie voor genieters die van de nostalgische flair houden en die graag in een oermodel rijden. De 912 is de juiste keuze voor mensen die van sportief autorijden houden, zonder daarbij altijd het onderste uit de kan te willen halen. Het is een slimme manier om te downsizen. Als Ferry Porsche de auto van zijn dromen pas in 1965 zou hebben gebouwd, dan was dat misschien wel de 912 en niet de 911.
Tegen meerprijs was een vijfversnellingsbak leverbaar, waarbij de eerste versnelling net als bij de 911 linksachter zat.
Kenners zien aan de hogere achterkant dat ze met een 912 van doen hebben en niet met een 911.
Verschil in motoren
De 1,6-liter boxermotor met stoterstangen levert in de standaarduitvoering van de 356 een vermogen van 75 pk, de SC heeft 95 pk. Voor de laatste evolutieversie van de oer-Porsche werd de motor voor modeljaar 1964 nog eens stevig onderhanden genomen. De 912 is voorzien van de motor van de 356 SC, echter met een lagere compressieverhouding en zodoende met een vermogen van 90 pk net wat minder krachtig. Voor wie liever meer pk’s heeft: met andere zuigers en cilinderkoppen is het vermogen van de boxermotor eenvoudig te verhogen naar meer dan 100 pk.
Iconische sportievelingen uit Stuttgart, achter de twee Porsches twee Mercedessen SL.
Technische gegeven Porsche 356 C - 912
Cilinderinhoud 1.582 cc - 1.582 cc
Max. vermogen 55 kW/75 pk bij 5.200 tpm - 66 kW/90 pk bij 5.800 tpm
Max. koppel 123 Nm bij 3.600 tpm - 122 Nm bij 3.500 tpm
Afmetingen (l x b x h) 4,01 x 1,67 x 1,32 m - 4,16 x 1,61 x 1,32 m
Wielbasis 2,10 m 2,21 m
Transmissie handgeschakelde vierversnellingsbak - handgeschakelde vierversnellingsbak
Aandrijving achterwielen achterwielen
Wielen/banden 4,5 J x 15/5,60-15 Sport - 5,5 J x 15/165 HR 15
Topsnelheid 175 km/h - 185 km/h
0-100 km/h 14,0 s - 13,5 s
Verbruik gemiddeld 8,2 l/100 km - 8,5 l/100 km
Foto's AutoBild Klassik



