Deze Duitse en Franse klassiekers bevestigen alle vooroordelen - Audi 80 versus Peugeot 304

Hard en sober, rustig en zacht

Audi 80 en Peugeot 304

'Duitse auto's zijn hard geveerd en sober uitgerust. Franse auto's doen het wat kalmer aan en blinken uit in comfort.' Het is onbekend waar precies de kiem ligt van deze hardnekkige vooroordelen, maar de Audi 80 en de Peugeot 304 van begin jaren 70 bevestigen ze met volle overtuiging. 

Tegenwoordig weten we wel beter, als het om de genoemde vooroordelen gaat. Zeker wat veerkarakter betreft, heeft er een ommekeer plaatsgevonden. Menig Duitse auto staat zachter op zijn pootjes dan een vergelijkbaar Frans exemplaar. 

Audi 80 en Peugeot 304

 

Audi 80 en Peugeot 304 duurder dan concurrenten

Voor deze test hebben we twee fraaie, compacte middenklassers uit begin jaren 70 bij elkaar gezocht. Wie de toenmalige prijslijsten bestudeert, kan de conclusie trekken dat zowel de Audi als de Peugeot net wat kostbaarder waren dan enkele van hun even grote soortgenoten, zoals de Opel Ascona, de Ford Taunus en de Renault 12. Zouden we dit vertalen naar het heden, dan mogen we beide kandidaten als premium-auto's aanmerken. Van Audi zijn we die positionering wel gewend, van Peugeot minder. Toch was Peugeot ten opzichte van landgenoten Citroën, Renault en Simca lange tijd het merk met de wat duurdere en vooral zeer degelijke auto's.

Peugeot bouwde geen goedkope volksauto's

Het merk uit de Elzas bouwde als enige van de vier nu eenmaal geen goedkope volksauto's; de in 1965 gepresenteerde 204, een ruime vierdeurs sedan, was tot de komst van de 104 in 1971 hun kleinste model. En dat was heel andere koek dan de 2CV van Citroën, de R4 van Renault en de 1000 van Simca. Dat aspect van kostbaarheid gold ook voor de 304, die in 1969 naast de 204 in het gamma kwam. Met iets meer luxe en een grotere motor aan boord, mócht hij ook wat meer kosten.

Audi 80 kwam in 1972

Zijn opponent in dit verhaal is een Audi 80 van de eerste generatie. Een wat jonger ontwerp, want de Zuid-Duitser kwam in 1972 op de markt. Het was na de Audi 100 het tweede model van dit merk dat een nieuwe tijd inluidde. Eerstgenoemde stamde nog uit de jaren zestig en was een goedkoop, maar gelijkwaardig alternatief voor de oppermachtige Mercedes-Benz 200-serie, terwijl de 80 zich bewoog in de middenklasse. Daar nam hij het onder meer op tegen de BMW 02-modellen. Anders dan de Peugeot 304 was de Audi 80 niet van een ander model afgeleid; het was juist een geheel nieuwe ontwikkeling, die vanwege de vooruitstrevende constructie en de positieve eigenschappen prompt werd uitgeroepen tot Auto van het Jaar 1972. 

Audi 80 en Peugeot 304

Specificaties Audi 80 en Peugeot 304 komen overeen

Het is opvallend hoe sterk de specificaties van de Audi en de Peugeot met elkaar overeenkomen. Daarvoor moeten we wel de lichtste motorvariant van de 80 kiezen, zodat beide auto's 1,3-liter inhoud hebben. Het destijds gloednieuwe Audi-blok, dat met verschillende slagvolumes al snel voor de nieuwe voorwielaangedreven Volkswagens van begin jaren 70 is overgenomen, leverde in de basisuitvoering 60 pk, terwijl de Peugeot standaard 70 pk had.

304 S, dus met dubbele carburateur

Wij beschikken in deze test over een 304 S, die met zijn dubbele carburateur en een ander uitlaatsysteem de wat snellere, want 80 pk sterke topversie in het gamma was. Een oneerlijke vergelijking? Dat lijkt misschien zo, maar de praktijk wil anders. We konden nauwelijks geloven dat de gereden Audi 80 L aan 60 pk genoeg had om zo vlot te presteren als hij deed; het is echt een - naar verhouding - behoorlijk pittige auto, die in het dagelijkse verkeer nog moeiteloos kan meekomen. De motor maakt veel rumoer, zodat je aanvankelijk snel doorschakelt naar de vierde (en hoogste) versnelling. Trek je echter telkens wat verder door, dan laat de Audi zich meteen van zijn sportiefste kant zien, en moedigt hij je aan om er lekker vandoor te gaan. Werkelijk heel snel gaat het niet, maar 'aangenaam vlot' is een kwalificatie die deze basis-80 zeker verdient. De oorzaak moet vooral worden gezocht in de lage massa van de auto: hij weegt maar 850 kg. En dat voor een volwaardige middenklasser met vijf zitplaatsen en een flinke kofferbak!

Peugeot 304 en Audi 80

Audi maakte lichte auto's

Audi maakte er destijds al naam mee dat het de 80 zo licht had weten te construeren, terwijl er op materiaalgebruik en bouwkwaliteit beslist niet was bezuinigd. De Peugeot is met 930 kg niet eens zo veel zwaarder dan de Audi, maar dat lijkt hij wel te zijn wanneer je ermee op pad gaat. We hebben geen sprintjes getrokken, maar de 304 komt gevoelsmatig wat rustiger van zijn plek. Deze ervaring kan ook geflatteerd zijn door zowel de kalme inborst van de auto als zijn soepele vering; bij de Peugeot gaat een veel groter deel van de motorenergie op aan het gracieus bewegen van de carrosserie. Anders gezegd: de Audi voelt alerter, sportiever en meer doelgericht om van A naar B te komen, de Peugeot legt de nadruk heel duidelijk op comfort en een geriefelijke manier om de reis te maken. Een open deur misschien, maar de manier waarop deze twee auto's je het onderlinge verschil laten voelen, spreekt boekdelen. Neem bijvoorbeeld het schakelen; best grote halen en een tikje stroef in de 304, met korte slagen, zeer doeltreffend en licht in de Audi. De besturing is ook een verhaal apart. In beide auto's onbekrachtigd, dus tamelijk zwaar, maar in de 304 zoveel rustiger dan in de - alweer - alert aanvoelende Audi. 

Peugeot 304

Comfort met hoofdletter C

De Peugeot 304 staat voor comfort met een hoofdletter C. Dat blijkt uit meer aspecten dan de soepele afstemming van het onderstel. Peugeot verstond vroeger de kunst om hun modellen tegelijkertijd uiterst vergevingsgezind te maken als het om het beslechten van povere wegdekken ging als stevig genoeg om de carrosserie niet in een misselijkmakende deining te laten geraken. Hobbels en kuilen zie je wel aankomen, je hoort ze vervolgens onder de wielen doorgaan, maar echt voelen is er soms amper bij. Een heerlijke eigenschap. Overhellen doet de 304 wel - het is het wisselgeld dat je bij het Franse onderstel, waarvan de wielen rondom onafhankelijk zijn opgehangen, betaalt voor diens absorptievermogen.

Audi 80

Audi ook nog best comfortabel

Bij de Audi is het comfort ook van een behoorlijk hoog niveau. De voorwielaandrijving gaf de ontwerpers ruimte voor de slimme semi-onafhankelijke achteras, die veel lichter is dan starre (aangedreven) assen die de directe concurrentie destijds had. Het onderstel van de 80 reageert duidelijk sterker op oneffenheden dan dat van de 304, maar hinderlijk wordt het nooit. De koersvastheid van beide auto's is ook uitstekend; ze hebben van nature een duidelijk onderstuurkarakter. Wat het rijden betreft zou je het in beide middenklassers tegenwoordig nog prima kunnen uithouden. 

Peugeot 304

Peugeot 304.

Audi 80

Audi 80.

Audi hard en kil vanbinnen, Peugeot uitnodigend

Voor een beschrijving van het interieur van beide auto's gaan we nog even terug naar het begin van dit verhaal, waarin we stelden dat de Peugeot 304 en de Audi 80 aanjagers zouden zijn van de vooroordelen over hun land van herkomst. Binnenin de auto's komt dat  in ieder geval duidelijk naar voren. Allereerst de kleurstelling, die domweg niet valt te ontkennen: het hopjesvla-bruine skai en de dito vloerbedekking geeft de 304 een veel uitnodigender karakter dan het wat kille, harde groen waarin de Audi is gehuld. De combinaties met de buitenkleur zijn ook veelzeggend; het bruin van de 304 past wondermooi bij het donkergroen metallic van de buitenkant, terwijl het harde groen nogal vreemd afsteekt bij de op zich heel vrolijke, vaalgele huid van de 80. Enfin, het past kennelijk bij voorkeuren uit vervlogen tijden. Het houtfineer op het dashboard van de Duitser werkt beslist sfeerverhogend. De Peugeot is voor de inzittenden sowieso al wat knusser, doordat hij vanbinnen beduidend smaller is; je zit er bijna schouder-aan-schouder.

Peugeot had standaard vier deuren, Audi bood het aan als optie

De Audi biedt meer ruimte in de breedte. De instap achterin is bij de 304 uiteraard beter, want als enige heeft hij vier portieren. Bij de Audi was een set achterdeuren een optie. In zijn tweedeurs gedaante ziet de 80 er best sportief en dynamisch uit; je zou hem daardoor een verre voorloper van de huidige A5 mogen noemen. Het instrumentarium van de 304 S is het enige met een toerenteller - een verwijzing naar het sportieve karakter van dit topmodel. Het stuur is bekleed met een zachte dikke rand, net als de bovenzijde van het dashboard. De Audi is veel zakelijker aangekleed, terwijl de ergonomie beter is; van het zicht rondom tot de gemakkelijke vindbaarheid van alle knoppen en schakelaars. Bij de stoelen is er een groot verschil: opmerkelijk zacht en uitnodigend in de 304 en aan de harde kant in de 80.

Peugeot 304

Peugeot 304.

Audi 80

Audi 80.

Audi vanaf 80 km/h te luid

Tot slot het geluid; deze auto's stammen uit de tijd dat je met je ogen dicht nog merken en types kon onderscheiden … zowel het beschaafde gezoem van de 304-motor als het vrolijke gefluit van de transmissie zijn onlosmakelijk met Peugeot verbonden. Hetzelfde geldt voor de gedreven brom van de Audi, hoewel zijn geluid vanzelfsprekend ook bij menig Volkswagen te beluisteren viel. Vanbinnen is de 304 wat motorgeluid veruit de stilste, het schuifdak is de enige voorname geluidsbron. In de 80 is dat sowieso de motor, die vanaf 80 km/h al dominant aanwezig is. Mede hierdoor kwalificeert de Peugeot zich gemakkelijk als de fijnste auto voor lange afstanden, terwijl de Audi de fijnste is voor kortere ritten over de leuke 'weggetjes binnendoor'. 

Aard van het land

Niet elke Fransman draagt streepjestruien en kuiert voortdurend met een stokbrood onder zijn arm naar huis, net zoals niet elke Duitser zich in lederhosen hult en louter grote hoeveelheden bier drinkt. Het laat allemaal niet onverlet dat de Peugeot 304 en de Audi 80 alles bevestigen wat de mensheid over Franse en Duitse auto's als vooroordelen zou kunnen opdreunen. Zolang deze maar niet de afwerking betreft, want die is in deze twee auto's in beide gevallen erg verzorgd. Hoewel hun afmetingen en specificaties behoorlijk overeenkomen, verschillen hun karakters even sterk als de volksaard van hun beider landen van herkomst. De veel jongere en opvallend kwieke Audi noteren we als de beste van de twee, maar niet zonder de Peugeot te roemen om zijn ongewoon vriendelijke karakter en grenzeloze comfort.

Peugeot 304 (1969-1980)

De 304 is gebaseerd op de uit 1965 stammende 204 en kwam in 1969 aanvankelijk naast dit model in het gamma. Met zijn modernere, strakker gelijnde neus past hij uitstekend in het gamma naast de 504, die een jaar eerder was geïntroduceerd. De Peugeot 304 was in 1969 ook ten opzichte van de concurrentie nog modern genoeg om als een geheel nieuw model te kunnen doorgaan. Daardoor was het geen probleem dat hij de gehele middensectie van de 204 had overgenomen, inclusief de forse wielbasis van 259 centimeter. Het concept van de 204 was dan ook erg vooruitstrevend; Peugeot legde een nieuwe, geheel aluminium viercilindermotor dwars voorin, waar deze via een met het motorblok samengebouwde vierversnellingsbak de voorwielen aandreef. De 304 had een even groot interieur als de 204, maar de kofferbak was door de verlenging met dertien centimeter en de hoekiger vormen een stuk groter. Belangrijk was verder het nieuwe dashboard. Peugeot gaf de 304 wijselijk een grotere motor dan de 204, zodat er onderscheid ontstond op het gebied van prestaties. Het blok groeide van 1.130 cc en 60 pk naar 1.288 cc en 70 pk. In 1970 verscheen de 304 als tweedeurs Coupé en dito Cabriolet, beide met een ingekort chassis. Geen verrassing, deze modellen, omdat de 204 in exact dezelfde uitvoeringen was gebouwd. De versnellingspook verhuisde in deze sportieve modellen van de stuurkolom naar de vloer. Een jaar later volgde de 304 Break, wat ook weer een voorzetting van een succesvol 204-model was. De Coupé en Cabriolet werden in 1972 leverbaar in de S-uitvoering, die dankzij een dubbele carburateur en een ander uitlaatsysteem 80 pk leverde. Korte tijd later volgde de sedan met deze motor. De daklijn van de 304 sedan werd dat jaar iets aangepast; met het oog op wat meer bewegingsvrijheid voor de inzittenden liep het iets verder door naar achteren en werd de achterruit iets meer rechtop gezet. De achterbank ging bovendien iets naar achteren. Het dashboard kreeg ronde klokken; de achterlichten werden veranderd van tweemaal twee verticale lampen naar rechthoekige, liggende units. Het maakte de 304 stukken moderner. In 1975 stopte Peugeot de productie van de 304 Coupé en Cabriolet en monteerde het een nieuwe motor van 1.290 cc in de vierdeursmodellen. Dit blok had meer trekkracht door een andere verhouding tussen boring en slag. Als nieuw topmodel werd de SLS geïntroduceerd; het basismodel werd voortaan GL genoemd. Van laatstgenoemde verscheen ook een dieselversie, de GLD. Toen in 1978 de Peugeot 305 verscheen, waren de dagen van de 304 geteld; de sedan heeft het nog tot en met 1979 volgehouden en de Break tot en met 1980, het jaar dat Peugeot de 305 Break introduceerde. Peugeot bouwde ruim 1,1 miljoen 304's, waarvan krap 850.000 sedans.

Audi 80 en Peugeot 304

Audi 80 (1972-1978)

De Audi 80 verscheen in 1972 als opvolger van de Audi's 60 en 75 ('F 103'), die op hun beurt afstamden van de oude, nog met een tweetaktmotor geleverde DKW F 102 uit midden jaren 60. Een verouderd ontwerp, waarvan Audi alleen het principe van voorwielaandrijving overnam voor de geheel nieuwe 80. Die auto is onder leiding van hoofdontwerper Ludwig Kraus vanaf een schoon vel papier ontworpen, als kleinere toevoeging aan het Audi-gamma dat op dat moment verder alleen uit de tamelijk kostbare en grote 100 sedan en 100 Coupé S bestond. De nieuwe Audi 80 maakte meteen indruk en liet met name de belangrijkste Duitse concurrenten (de Opel Ascona, Ford Taunus, BMW 1602 en Volkswagen 1600) er op slag jaren ouder uitzien. De 80 onderscheidde zich direct door zijn geringe massa, die samen met pittige motoren en een verfijnd onderstel (waaronder een moderne, semi-onafhankelijke achteras) erg plezierige en veilige rijeigenschappen, een gunstig verbruik en hoge prestaties opleverden. Het onderstel maakte de wagen bovendien comfortabel. De 80 werd geleverd met viercilinder lijnmotoren van 1,3 en 1,5 liter en vermogens van 55, 75 en 85 pk. Er was keuze uit een twee- en een vierdeurs carrosserie. In 1974 werd de sportieve GT aan het gamma toegevoegd; deze versie beschikte over een 100 pk sterke 1,6-liter motor. De GT werd in 1975 afgelost door de GTE, die dezelfde motor had, maar dan met benzine-injectie en 110 pk. Dit is het blok dat de Volkswagen Golf GTI beroemd maakte. De Audi 80 werd in 1976 gemoderniseerd. Deze nieuwe versie, intern Typ 82 genoemd, werd meer in lijn gebracht met de toen nieuw verschenen Audi 100. Een geheel nieuwe Audi 80, de B2, introduceerde Audi pas in 1978. Dit verhaal is echter niet compleet zonder de Volkswagen Passat te noemen. Die verscheen in 1973 als de technisch vrijwel identieke, maar wat eenvoudiger uitgeruste en ook iets goedkopere versie van de Audi 80. Hij onderscheidde zich uiteraard met de schuin aflopende achterzijde. De achterwielophanging was aangepast, omdat de Passat, anders dan de Audi 80, ook als stationwagon (toen al aangeduid als Variant) op de markt zou komen. Op sommige markten is de Passat Variant alsnog als Audi 80 stationwagon geleverd; het enige verschil betrof de merklogo's. In de Verenigde Staten is de 80 geleverd als Audi Fox. De Audi 80 is in 1972 uitgeroepen tot Auto van het Jaar. De productie-aantal beloopt ruim 1,1 miljoen stuks. 

AUDI 80 L (1973)
TECHNISCHE GEGEVENS

Motor4-cil. in lijn, overdwars geplaatst
Cilinderinhoud1.296 cc
Max. vermogen44 kW (60 pk) bij 5.500 tpm
Max. koppel92 Nm bij 2.500 tpm
Aandrijvingvoorwielen, 4 versn.
Remmen v/aschijven/trommels
Afmetingen (l x b x h) 4,17 x 1,60 x 1,37 m
Gewicht850 kg
Topsnelheid145 km/h
0-100 km/h17,0 s
Nieuwprijs (1973)€5.127

PEUGEOT 304 S (1974)

TECHNISCHE GEGEVENS

 

Motor4-cil. in lijn, overdwars geplaatst
Cilinderinhoud1.288 cc
Max. vermogen59 kW (80 pk) bij 6.000 tpm
Max. koppel101 Nm bij 4.500 tpm
Aandrijvingvoorwielen, 4 versn.
Remmen v/aschijven/trommels
Afmetingen (l x b x h) 4,15 x 1,57 x 1,41 m
Gewicht930 kg
Topsnelheid160 km/h
0-100 km/h14,0 s
Nieuwprijs (1974)€5.465

Deze test is eerder gepubliceerd in AutoWeek Classics. De video heb je wellicht al eens gezien. 

Lezersreacties (2)

Reageren

Maak melding van misbruik

Let op! Deze functie is niet bedoeld om zelf een commentaar toe te voegen. Optioneel kun je er een opmerking bij plaatsen.

Er is iets mis gegaan. Probeer het later nog eens of e-mail ons.