Inwoners van de provincie Overijssel gaan de komende jaren steeds meer wegenbelasting betalen. Het college van Gedeputeerde Staten stelt voor de provinciale opcenten op de motorrijtuigenbelasting tot en met 2030 stapsgewijs te verhogen. Volgens het dagelijks bestuur van Overijssel is dat noodzakelijk om het beheer, onderhoud en de vernieuwing van de provinciale infrastructuur te bekostigen.
Een groot deel van de wegen, bruggen en viaducten nadert het einde van de levensduur. "Onze infrastructuur is een belangrijke maatschappelijke pijler, voor de leefbaarheid, economie en het welzijn van onze inwoners", zegt gedeputeerde Martijn Dadema (mobiliteit, GroenLinks). "Daarom is het heel belangrijk dat we vooruitdenken en nu maatregelen nemen en niet wachten tot de problemen zich voordoen."
Het college verwacht dat de kosten voor infrastructuur de komende jaren structureel met 15 miljoen euro toenemen. Het benodigde geld moet komen van de weggebruikers. "Deze middelen zijn geen luxe of uitbreidingswens, maar noodzakelijk om de basis op orde te houden."
Met 82,2 procent heeft Overijssel nu bijna de laagste opcenten van alle provincies. Het college wil dat met jaarlijks 2,2 procentpunt laten stijgen naar 91 procent in 2030. Provincies heffen die opcenten op het landelijke tarief van de motorrijtuigenbelasting.
Provinciale Staten beslissen op 1 juli over de verhoging. Ze bespreken dan ook de extra financiering die nodig is voor onder meer de aanleg van de nieuwe Vloedbeltverbinding, een provinciale weg tussen Almelo en Borne. Toen Provinciale Staten ruim twee jaar geleden instemden met de plannen hiervoor, was de verwachting dat de weg 77 miljoen euro zou kosten. Nu blijkt dat hiervoor nog zeker 100 miljoen euro extra nodig is.
