Als kersvers arts ziet Herman Thijs weinig in een dienstplicht als basisarts in een Nederlandse kazerne. Het avontuur lonkt. In 1993 verruilt hij Nederland voor het bergachtige, tropische eiland Dominica, midden in het Caribisch gebied. Zijn net aangeschafte Saab 900 reist doodleuk met een bananenboot mee.
Je verruilde Nederland voor Dominica, ruim 7.000 kilometer verderop. Hoe kwam je daar terecht?
“Toen ik mijn opleiding tot basisarts in 1993 had afgerond, kwam de dienstplicht in beeld. Ik was avontuurlijk ingesteld en had tijdens de opleiding onder meer in India en Tanzania praktijkervaring opgedaan. Ook na het afstuderen bleef het avontuur lonken, en ik had ook gewoon niet zoveel zin in de dienstplicht. Mijn professor wees me erop dat ik vrijstelling kon krijgen als ik 25 maanden in een ontwikkelingsland zou werken. Dat klonk mij een stuk aantrekkelijker in de oren. Via zijn contacten in het Caribisch gebied solliciteerde ik per fax op een functie als arts op Dominica. Toen ik werd aangenomen, moest ik eerlijk gezegd eerst op de kaart opzoeken waar het eiland precies lag. Nog vóór mijn vertrek besloot ik in Nederland een auto te kopen en die mee te nemen naar Dominica.”
Waarom een auto verschepen? Kon je er niet gewoon eentje op het eiland kopen?
“Iemand uit mijn geboortedorp was stomtoevallig net terug uit Dominica. Hij vertelde dat auto’s daar enorm duur waren door de hoge importheffingen. Wie er ging werken, mocht een auto belastingvrij invoeren. Ik was best zuinig ingesteld, dus dat klonk als een goed plan. In plaats van 10.000 gulden stuk slaan op een oud autootje in Dominica, koos ik ervoor om bij de Saab-dealer in Groningen een oude 900 op de kop te tikken voor 3.000 gulden. Voor mijn gevoel stond dat merk hoog aangeschreven en waren die auto’s vast en zeker onverwoestbaar. Om de auto in Dominica te krijgen, ben ik zelf op onderzoek uitgegaan. Via een bedrijfje in Rotterdam kwam ik terecht bij de haven van Zeebrugge. Wat bleek? Er was een directe vaarroute tussen die haven en Dominica. Schepen vol met bananen kwamen zo Europa binnen, en eenmaal leeg namen ze weer spullen mee terug naar het eiland. Mijn auto kon wel met een van die bananenschepen mee. Ik reed de auto zelf naar de haven, alwaar die werd ingeladen in een container. Een paar dagen later stapte ik in het vliegtuig en haalde ik hem twee weken daarna weer op in de haven van Dominica. Ik besloot direct een tochtje te maken naar het zuidelijkste punt van het eiland. Over smalle, steile bergweggetjes vol haarspeldbochten. De Saab hield zich nog best goed. Ik trok er veel bekijks mee. Er reed slechts één andere Saab rond op het eiland.”
Wat heb je daar allemaal meegemaakt?
“Destijds was ik werkzaam in het ziekenhuis van Roseau, de hoofdstad van het eiland. De ervaring die ik daar heb opgedaan beschouw ik nog altijd als de leerzaamste van mijn tijd op het eiland. Naast die werkzaamheden hield ik spreekuren. Samen met een klein medisch team reden we van dorp naar dorp om mensen te behandelen. Bij aankomst zaten vaak tientallen patiënten buiten te wachten. Veel dorpen waren moeilijk bereikbaar. Soms gingen we met een pick-up van het district op pad, maar regelmatig deed de Saab dienst. Ook in mijn vrije tijd gebruikte ik de Saab veel. Ik kende nog weinig mensen en liften was op Dominica heel normaal. Regelmatig zat de Saab vol met locals die ik onderweg oppikte en naar een dorp verderop bracht. “Op een dag nam ik een jonge vrouw mee, die me uitnodigde voor een kerkdienst. ‘Waarom ook niet?’, dacht ik. Op zondagochtend parkeerde ik de Saab bij de plaatselijke katholieke kerk en nam ik achterin plaats. Alleen kende ik niemand en kende niemand mij. Ik besloot toch maar te blijven zitten. Even later kwam diezelfde vrouw me ophalen. Ze had mijn Saab buiten zien staan. Bleek dat ik bij de verkeerde kerk zat; de dienst was een stukje verderop, bij de Pinkstergemeente.”
Bleek de Saab inderdaad zo onverwoestbaar als je had gehoopt?
“Hij heeft het met hangen en wurgen twee jaar volgehouden. Er ging steeds meer kapot en onderdelen voor een Saab waren natuurlijk nergens op Dominica te vinden. Toen mijn ouders op bezoek kwamen, namen ze zelfs een middendemper van de uitlaat mee in hun koffer, zodat ik die kon vervangen. Maar na twee jaar was de auto echt helemaal op. De radiateur en koppakking lekten en de auto kwam de berg steeds moeizamer op. Hij belandde op de sloop. Na de Saab heb ik nog kort een Volvo 480 Turbo gereden die ik uit Engeland had meegenomen, maar dat was geen blijvertje. Uiteindelijk ben ik toch weer bij Saab uitgekomen. Momenteel staan er een 9-3 Cabrio, een 9-5 NG Aero en een 9-5 BioPower voor de deur. Achteraf had ik misschien beter een simpele Japanner kunnen kopen om op Dominica rond te rijden. Maar het was achteraf wel een heel leuk avontuur.”
Naam: Herman Thijs
Bouwjaar: 1967
Woonplaats: Eefde
Beroep: Kinderarts
Eerste auto: Saab 900 uit 1983
Gekocht in: 1993 voor 3.000 gulden
Droomauto: “Porsche 911.”
