Meer dan dertig jaar lang heeft hij als ontwerper bij Porsche gewerkt, waar hij verantwoordelijk was voor het icoon van het merk, de 911, en tevens de Boxster en Cayman. Toch rijdt Matthias Kulla zelf het liefst in Amerikaanse auto’s uit de jaren 60. Dat vraagt om een verklaring.
Het is best opmerkelijk dat Matthias Kulla een zestig jaar oude sedan van Plymouth, een braaf ogend massaproduct, mooi vindt, terwijl hij zich meer dan drie decennia lang bezighield met het design van de Porsche 911 en andere modellen van het merk. Daarnaast heeft hij ook nog eens een Ford Mustang in de garage staan, die eigenlijk altijd maar deed alsof hij een sportwagen was. Kulla (63) begrijpt onze verbazing. Hij is nu eenmaal liefhebber van de midcentury-stijl en een bewonderaar van het Amerikaanse autodesign uit de jaren 60.
Volgens hem bereikte het design van de ‘Big Three’ – GM, Ford en Chrysler – destijds het creatieve hoogtepunt. “Het was simpelweg het veelzijdigste decennium op het gebied van design. Elk jaar gebeurde er wel iets nieuws: in een mum van tijd nam men afscheid van de staartvinnen en aan het einde van het decennium deed het coke bottle-design zijn intrede. Daarna stond het volgende design-exces alweer in de startblokken.”
Onbezorgdheid
Het lijnenspel van de Amerikaanse auto’s uit deze periode is in feite nooit meer overtroffen, zo betoogt hij; daarna werd het allemaal een stuk braver. Bij Matthias Kulla, die in 1962 het levenslicht zag in Kierspe in het Sauerland, ging het er thuis wat auto’s betreft wat burgerlijker, maar nooit saai aan toe. Zijn vader Armin reed onder meer in een Volkswagen 1600 TL, een Renault 16 en een Saab 99. Fastbacks vielen bij hem thuis dus erg in de smaak. Na zijn studie autodesign aan het Royal College of Art in Londen te hebben afgerond, werkt Matthias Kulla bij het creatieve bureau Target Design en daarna bij Audi aan de eerste A8, waarna hij in 1989 overstapte naar Porsche. Zijn eerste ontwerpvoorstel, voor de later geschrapte 989, werd meteen geaccepteerd. “Ik was de jongste van het stel, dus mijn jeugdige onbezorgdheid had er waarschijnlijk ook een aandeel in.”
Dezelfde nonchalance leidde ertoe dat hij zijn eerste auto van de zaak, een 944 Turbo, platreed. Zijn werkgever vond dat hij zich daarna eerst maar eens een tijdje met een 924 S moest zien te redden. In 2002 werd Kulla aangesteld als ‘studioleider 911 Carrera’. Van 2007 tot 2014 was hij verantwoordelijk voor het exterieurdesign van het merk en uiteindelijk werd hij projectleider design voor de sportwagens, dus de 911 en de Boxster plus Cayman. Het laatste project waarmee hij zich bezighield voordat hij met pensioen ging, is de huidige 911 Carrera T, een handgeschakelde 911 met een puur karakter. “Maar als je altijd oesters en champagne tot je beschikking hebt, is een simpele maaltijd ook weleens lekker.”
Starre assen
Het is dan ook geen wonder dat de designprofessional een betoverend mooie Maserati Indy en een opvallende Jensen Interceptor in zijn garage heeft staan, maar ook een Kever Cabrio, een Ford Mustang en een Plymouth Belvedere. “Ik houd ook van auto’s met starre assen en vier zitplaatsen.”
Zijn Plymouth uit 1967, die nog de originele lak heeft en op de iets bredere wiel- en bandencombinatie na – die het ondermaatse standaardonderstel wat meer stabiliteit moet geven – nog in volledig originele staat verkeert, kwam hij in 1994 op het spoor tijdens een reis door de VS met een collega van Porsche. “Ik heb hem geadopteerd, als ware het een hond”, zegt Kulla. “Met zijn ronde koplampen en dat leuke gezichtje is het toch bijna onmogelijk om niet van deze auto te houden?”
Belvedere kwam toevallig op mijn pad
Hij maakte met zijn collega in diens Dodge Dart uit 1962 een autoreis, toen hij in de staat Pennsylvania op de sedan in Medium Metallic Blue stuitte. De auto had nog maar één eigenaar gehad. “Ik was op zoek naar iets spectaculairs, zoals een Barracuda uit 1970. De Belvedere kwam toevallig op mijn pad. Voor de Amerikanen was zo’n auto een middenklasser, een zogeheten ‘Intermediate’, ondanks de lengte van 5,10 meter en de V8-motor. Ja, hij oogt erg braaf, maar ook zakelijk en hij heeft een geslaagd design; hij ziet er helemaal niet goedkoop uit.”
Als behoorlijk riant uitgeruste Belvedere II kun je de Amerikaanse Plymouth qua positionering vergelijken met een Opel Rekord C met een 1,9-liter viercilinder – die had niet de kleinste motor, maar was ook niet al te uitbundig gemotoriseerd en het model was veel goedkoper dan een Commodore. Halverwege de jaren 60 bood hij een fullsize-formaat tegen een schappelijke prijs; hij was verkrijgbaar als taxi met een robuuste, duurzame zescilinder en als waanzinnige musclecar met een 7,2-liter big block V8 onder de motorkap die goed was voor 375 pk, volgens de Amerikaanse SAE-norm. De met de hendel aan de stuurkolom te bedienen drietrapsautomaat en de zacht gorgelende 5,2-liter ‘Commando V8’ boden betaalbare luxe voor mensen met een gemiddeld inkomen die zichzelf wat extra gunden, maar niet meteen helemaal los wilden gaan.
Daarbij maken het bijzonder soepel afgestelde onderstel en de uiterst vage besturing duidelijk dat het er destijds vooral op aankwam om comfortabel rechtuit te kunnen rijden. Juist dat maakt deze auto zo charmant, volgens Matthias Kulla. Met de volstrekt onopvallende Plymouth heeft hij voor 3.700 dollar een authentieke vertegenwoordiger van de Amerikaanse autocultuur op de kop getikt – en ook een voorbeeld van het hoogstaande autodesign uit die tijd.
Amerikaanse auto’s uit de jaren 60 spraken voor het eerst ook Europeanen aan
“De Amerikaanse auto’s uit de jaren 60 spraken voor het eerst ook Europeanen aan; ze speelden goed in op de behoeften van de kopers. Alleen de concave flanken, die doen denken aan die van de Turbine Car van Chrysler, voegen een extravagant tintje toe, stelt Kulla. “Ik houd van dat functionele productdesign met een kleine twist. Zo vind ik een Fiat 128 en de grote Fiat 130 ook mooi.”
Een ander verhaal is het bij de Ford Mustang, die net als de Jeep, de Chevrolet Corvette, de Ford Thunderbird en de Cadillac Eldorado tot de ‘American Icons’ behoort, de stijliconen uit de Amerikaanse autogeschiedenis. Dat Ford al op de eerste dag dat de ‘Stang in de showroom stond, 17 april 1964, alle 8.000 exemplaren die het op dat moment had geproduceerd verkocht en binnen vier maanden 100.000 Mustangs aan de man en zeker ook de vrouw wist te brengen, staat tot op de dag van vandaag in het collectieve geheugen van het land gegrift. De Mustang was sportief, aantrekkelijk en betaalbaar, en de babyboomers, geboren na de Tweede Wereldoorlog, werden er spontaan verliefd op. “Het was mijn eerste klassieker! In 1991 kocht ik hem in Californië; hij werd met de boot afgeleverd in Bremerhaven. Ik wilde toen per se een auto kopen in de VS.”
Matthias Kulla is ook 25 jaar later nog net zo enthousiast over het lijnenspel van de ponycar. “Niets oogt overdreven en er is geen sprake van overdaad; elk detail klopt. Zoals de C-stijlen met nep-luchtroosters van gegoten zink; die zien eruit alsof ze van een Ferrari stammen. En neem die achterlichten! De fastback oogt vanuit elke hoek als een pure sportwagen. Beter dan dit wordt het niet.”
Buitengewoon wendbaar
De Mustang met ‘snelle achterkant’, oftewel de fastback die acteur Steve McQueen onsterfelijk maakte in de film ‘Bullitt’, heeft duidelijk zijn voorkeur. Voor de normale hardtop-coupé loopt hij niet echt warm. “No thrills, te saai”, zegt Kulla. Hij was destijds acht weken lang bezig met het verwijderen van de oude lak en het met de hand schuren van de oppervlakken voor de nieuwe laklaag in de originele kleur Tahoe Turquoise.
In de afgelopen 25 jaar heeft hij ook het onderstel, de besturing en de motor aangepakt. Dat heeft een positieve uitwerking gehad op de Mustang, want voor een auto uit die tijd voelt hij buitengewoon wendbaar aan en ook de remmen zijn bovengemiddeld. De motor levert indrukwekkende prestaties in combinatie met een imposant geluid. Matthias Kulla zoomt in op de individualiseringsmaatregelen en wijst op de tienspaaksvelgen en het stuur, dat gewoonlijk in de Shelby-versie was te vinden. “Vandaag de dag zou ik het misschien anders aanpakken en hem in originele staat laten. En die gele bougiekabels moeten eruit!”
Als je een professionele ontwerper bent en fan van de jaren 60 en hun automode, moet simpelweg elk detail kloppen.
Technische gegevens Plymouth Belvedere II
Motor V8, centrale nokkenas, 2 kl./cil.
Cilinderinhoud 5.210 cc
Max. vermogen 230 pk bij 4.400 tpm*
Max. koppel 460 Nm bij 2.400 tpm*
Aandrijving achterwielen via 3-traps aut.
Afmetingen (l x b x h) 5,09 x 1,92 x 1,41 m
0-100 km/h 11 s
Topsnelheid 190 km/h
Gem. verbruik 14,0 l/100 km (1:7,1)
Prijs (1967) 2.434 dollar
* = gemeten volgens de Amerikaanse SAE-norm
Alle gegevens volgens fabrieksopgave
Technische gegevens Ford Mustang Fastback
Motor V8, centrale nokkenas, 2 kl./cil.
Cilinderinhoud 4.736 cc
Max. vermogen 200 pk bij 4.400 tpm*
Max. koppel 383 Nm bij 2.400 tpm*
Aandrijving achterwielen via 3-traps aut.
Afmetingen (l x b x h) 4,66 x 1,80 x 1,32 m
0-100 km/h 9,2 s
Topsnelheid 194 km/h
Gem. verbruik 13 l/100 km (1:7,7)
Prijs (1966) 2.607 dollar
Alle gegevens volgens fabrieksopgave
* = gemeten volgens de Amerikaanse SAE-norm
Porsche 989
Porsches project voor een ‘Learjet voor op de weg’ komt in 1988 op gang. Het model moet het Porsche-gamma gaan uitbreiden. Al sinds de oprichting van het bedrijf droomde directeur Ferry Porsche van een vierzits sportwagen. Eind 1990 geeft de Raad van Bestuur groen licht voor de ontwikkeling van de Typ 989; de productie moet in juli 1994 van start gaan. De motor, een watergekoelde DOHC-V8 van lichtmetaal met vier kleppen per cilinder en een vermogen van 360 pk, draait al zijn rondjes op de testbank. Maar dan lopen de ontwikkelingskosten uit de klauwen; de 989 wordt met de dag duurder. Tijdens een bestuursvergadering op 24 januari 1992 gaat er een streep door de 989. De ontwikkeling van een sportwagen voor meer dan twee inzittenden heeft geen prioriteit meer; vanaf dat moment richt Porsche zich op een model dat het modellenaanbod naar beneden toe uitbreidt: de Boxster.
Porsche Boxster, type 986
Hoe de nieuwkomer van Porsche eruit komt te zien, wordt in januari 1993 in grote lijnen duidelijk tijdens de Detroit Auto Show. Daar beleeft een conceptcar zijn debuut die luistert naar de naam Boxster, een creatieve samenvoeging van de termen boxermotor en roadster. Voor het design en het middenmotorconcept dienden klassieke modellen als de 550 Spyder en de 914 als inspiratiebron. De eerste conceptcar ooit van het merk, ontworpen door het team rond Harm Lagaay, wordt enthousiast ontvangen en krijgt zelfs lof toebedeeld van medewerkers van concurrerende merken. Porsche-topman Wendelin Wiedeking noemt de Boxster, die samen met de 911 van de 996-generatie totstandkomt, ‘toekomstgericht’. Matthias Kulla is verantwoordelijk voor het organische dashboarddesign van de productieversie met de drie ronde meters die in elkaar overgaan. Het vergt drie jaar om de conceptcar door te ontwikkelen tot een model voor serieproductie: op 18 augustus 1996 rolt de eerste Boxster van de band.






