Een kwart eeuw geleden was de traditionele middenklasse nog springlevend. Elk merk had wel een zogenaamde D-segmenter. Maar zomaar een rechttoe-rechtaan sedan of stationwagon aanbieden was al lang niet meer voldoende. Dat merkte bijvoorbeeld Nissan, dat met de Primera een prima middenklasser had. Maar hij miste iets. Flair vooral. Daarom begon Nissan 25 jaar geleden aan een offensief voor de nieuw te lanceren generatie van de Primera, die met zijn moderne vormgeving brak met al zijn voorgangers. Het zou de opmaat naar de allerlaatste Primera worden, al ging daar toen niemand nog van uit.
Met de Primera was eigenlijk niet zo veel mis. Althans, met de rij-eigenschappen en de bouwkwaliteit. Maar de auto was wel behoorlijk saai. Daar kwamen Europese middenklassers beter mee weg dan Japanse. De Primera stond daar niet alleen in; zijn tegenhanger van Mazda, de 626, was ook al zo’n auto die goed in elkaar stak en prima reed, maar totaal niet sprankelde. Aan de rij-eigenschappen lag het bij de middenklasse Nissan totaal niet. Vanaf de eerste Primera had het merk een uitstekende reputatie als scherp sturende auto opgebouwd. De eerste generatie kwam in 1990 en er was, zoals alle Japanners in dat segment, als sedan, als liftback en als stationwagon. Die modelgeneratie hield het met een tussentijdse facelift uit tot 1996, waarna er een nieuwe generatie aantrad. Bij die Primera paste Nissan uiteraard ook weer wat facelifts toe om 'm in 2002 af te lossen met de Primera die we hier beschrijven.
Wat was er allemaal zo nieuw aan de Primera die in 2001 lang van tevoren werd aangekondigd? Bijvoorbeeld zijn hypermoderne interieur met centraal geplaatste tellers (een trend die bijvoorbeeld Toyota toepaste op de eerste Yaris), en het moderne instrumentarium met een voor die tijd groot scherm had ook een soort joystickbediening. Verder debuteerde radargestuurde adaptieve cruisecontrol op dat model. De samenwerking met Renault was helemaal op stoom, en daarom kreeg de Primera de beschikking over de moderne commonraildiesels van Renault, de dCi’s. Met goede diesels kon je in die dagen immers de leaserijder voor je winnen. Het leek allemaal zo mooi, maar nu komt het trieste: in zijn beste jaar verkocht de zo moderne Primera net zo goed als zijn voorganger in zijn op een na slechtste jaar.
Bij Mazda had de ommezwaai van de 626 naar de 6 meer succes, misschien had het ook wel te maken met de nieuwe naam. Al had Nissan dat al geprobeerd met de Primera, de nieuwe naam voor de Bluebird. In elk volgde bij Mazda na de saaie 626 de veel leukere en scherpere eerste 6. Voor die traditionele middenklasser viel weliswaar ook uiteindelijk het doek, maar dat is nog kort geleden. Nissan heeft overigens niet lang hoeven treuren over het mislukken van de laatste Primera. In 2007 kwam het met een meesterzet: de eerste Qashqai. Het merk zag vroeg in dat het tijdperk van de lage auto ten einde kwam. Toch zijn ze bij Nissan de Primera nog niet helemaal vergeten, want kijk eens wat hier opdook voor de Zuid-Amerikaanse markt!
