Weblog Bas - Ziekmakend begeerlijk
Het Oostenrijkse veilinghuis Dorotheum veilt een ex van Niki Lauda. Het is een Ferrari 365 GT4 2+2 met een wat slordige geschiedenis. De staat is niet concours, hij is een keer overgespoten van zilver naar een nogal stijlloos niet-Ferrarirood, het leer is craquelé. De toekomstige ellende walmt je tegemoet. De laatste eigenaar wist, lees ik op de site van Dorotheum, niet eens dat hij van Lauda was geweest.
Kan me niet bommen. In al zijn vaagheid blijft hij ZIEKMAKEND BEGEERLIJK. Ik heb niet veel met Ferrari’s, maar wel vrij erg met de 2+2’s of semi-vierzitters die het merk in de jaren 60 en 70 maakte, en dit is er een van. Voor een 330 GT, deze, een 400 of 412 zou ik een moord plegen. Die auto’s hadden glamour en een min of meer sociale signatuur; de achterbank toonde dat je bereid was iemand mee te nemen. Ze waren voor filmsterren, rockhelden met smaak en topcoureurs, klassieke pianovirtuozen als Arturo Benedetti Michelangeli, en zoals dat toen nog hoorde onbereikbaar voor gewone stervelingen. Zo’n 330 werd bereden door kanonnen als John Lennon. Lauda was natuurlijk ook elite, race-elite – en economische elite, want hij kwam van goeden huize.
Het blijft verbazingwekkend wat ze vijftig jaar geleden Ferrari-waardige vermogens vonden. De V12 van de 365 leverde vanaf 1972 340 pk. Veel heftiger kon je het toen niet krijgen. In mijn jeugd sloeg ik er steil van achterover. Nu zit je met zo’n bak pk’s aan de onderkant van de hogere middenklasse.
De Tesla Model 3 Single Motor komt al aan het equivalent van 325 paarden. Een BMW i4 eDrive 40 zit precies op 340. De tweemotorige Polestars en de dikste e-trons van Audi gaan er ver overheen. Zelfs de meest gespierde plugins van Stellantis, keurige burgerauto’s, zitten er vrij dichtbij. Zo’n Peugeot 3008 Hybrid4 levert met een pokerface 300 pk, drie-hon-derd. Mind you: dat zijn er exact zoveel als de misschien meest begeerde Ferrari aller tijden had, de 250 GTO. De Hybrid4 rijdt vanuit stilstand trouwens sneller 100 dan het veilingstuk.
Waarom zou je daar dan nog grof geld in investeren? Vergeleken met die elektrische of hybride technologische huzarenstukjes zijn de prestaties van de 365 GT4 op papier vrij alledaags. Zijn top van 250 mogen ze niet allemaal meer halen, Lauda’s auto zelf waarschijnlijk ook niet meer, de doorsnee stekkermens is sneller bij het stoplicht weg dan Niki Lauda destijds met zijn 2+2. Op circuit had Lauda de gewone Model 3-man met zijn historische Ferrari zoek gereden, maar niet wanneer de Tesla was bestuurd door Max Verstappen.
Nu werkt Porsche aan een Taycan met 1.000 pk. Er moest vanwege Lucids Air en Tesla’s Plaid weer zo’n stompzinnig Nordschleife-record aan diggelen. Dat gaat die stofzuiger uit Stuttgart met twee vingers in de neus vermorzelen. Zo hoort het. Het is alleen zo verdrietig en zo kinderachtig. Want de toekomstige eigenaar van Niki’s 365 doet er weliswaar twee keer zo lang over, hij zal zich met die overdosis akoestische viagra twee keer sneller voelen dan de onvervaarde testrijder van Porsche. De accountmanager van nu heeft geen V12, geen geluid, en nul beleving. Weet hij veel dat honderdzestig in een 365 spectaculairder aanvoelt dan 300 in een Taycan? Daarom zou ik, als ik meer geld had dan ik heb, onmiddellijk op die Ferrari bieden.
Daar heb ik als autoliefhebber nog een andere reden voor, de les die ik heb opgestoken van mijn testpraktijk. We zitten in de fase waarin snelheid onplezierig dreigt te worden. Een acceleratie van 0-100 in vier seconden en minder is onaangenaam en wellicht schadelijk voor lijf en geest. Richting de drie seconden, en we zijn zelfs met gewone straatauto’s hard op weg, wordt het op de openbare weg levensgevaarlijk. Brein en zintuigen kunnen de snelheden en navenante g-krachten niet goed verwerken. Medeweggebruikers kunnen jou niet verwerken. Je tempo zit in de weg.
Ik geef toe: ik ben bang voluit te gaan in die raketten. Twee keer ging ik bijna van mijn stokje in een Taycan en een Model S. In de nabije toekomst gaan we een geheel nieuw type ongelukken meemaken. Vroeger raakte je door onbeholpenheid de macht over het stuur kwijt, nu ga je knockout.
Er zit maar één ding op. Vertragen. Omdat vertragen eigenlijk versnellen is, zoals Lauda’s Ferrari leert. Het heeft ook met verwachtingen te maken. De Volvo 240 GLT van een vriend bleek met zijn ouderwetse turboloze vierpitter en het vermogen van een Peugeot e-208 een onwaarschijnlijk vlot, lichtvoetig ding. Wat reed dat lekker zeg! Het kentekenbewijs verklapt het geheim; de Zweed weegt nog geen 1.300 kilo. Lichtheid voel je altijd, al schiet je er qua snelheden nog zo bij in.
Nou komt Lotus met de onvermijdelijke SUV aanzetten. De vermogens gaan tot ruim 900 pk. Ik weet, het moet van de markt, maar voor het echte Lotus-gevoel kom je uit bij een simpele Elise met een K-motor; 700 kilo, 120 pk. De man of vrouw achter het stuur heeft er op de limiet de handen vol aan, zo weinig heb je nodig om je grenzen te verkennen. En mensenlief, wat een spektakel. Zo’n Elise koop je voor een fractie van het geld dat Lauda’s Ferrari mogelijk zal opbrengen, nu iedereen weet van wie dat fout gespoten rode ding geweest is. Terwijl zijn heritage zo onbelangrijk is als zijn vermogen en zijn topsnelheid. Die auto is een ziekmakend begeerlijk kunstwerk, punt uit.
Foto: Dorotheum

Bas van Putten
Columnist/Schrijver
Bas van Putten is schrijver en columnist voor diverse kranten en tijdschriften. Zijn wortels liggen in de muziek, maar zijn hart gaat al jaren uit naar auto's.