IS-F? Ik zag het niet!
"Hé leuk, hebben we weer een keer een Lexus IS in een test?", vraagt eindredacteur GertWegman. "Ja, en niet zo maar een IS, maar een IS-F", antwoord ik. "Oh, dat zag ik er helemaal niet aan af", luidt zijn antwoord.
Hij is niet de enige die 5.0 V8 in de aangedikte neus over het hoofd ziet. Neem de Prius-rijder die een van de lekkerste snelwegtoeritten van het land voor me verpest! Meneer de-niet-zo-zuinige-hybriderijder vindt het nodig om de toerit die on-Nederlands slingert, en op het laatst van twee rijstroken naar eentje gaat, vol gas te nemen en ook de linkerstrook helemaal te benutten. Met moeite komt hij de zich op de rechterstrook het licht uit de ogen trappende Fiat Punto-rijder voorbij. Ook al heb ik nog zo veel pk onder rechtervoet, ik kan er niet over- of doorheen en moet het tafereel vanaf de eerste rij aanschouwen. Frustrerend.
Waarschijnlijk zag de Priist de witte IS-F aan voor zo maar een Lexus en niet voor het 423 pk sterke kanon dat de M3-tegenhanger uit Japan is. Of hij begrijpt het gewoon niet. Want als liefhebber geef je zo'n bolide natuurlijk ruim baan. Linkerportierruit open en genieten van het gebulder!
Maar de twee bovenstaande reacties zeggen misschien ook wel iets over het gebrek aan imago. Ook al is die motorkap een stuk hoger en de neus breder dan van een gewone Lexus IS. Er ligt nog steeds een mooie taak voor de op-een-na-heftigste Lexus om zich als powersedan te bewijzen en daar draag ik met alle plezier een steentje aan bij. Maar het wordt een kwestie van opschieten, want Lexus wil in 2015 100 procent hybride zijn en of er dan nog ruimte is voor een volgende generatie IS-F met ruige V8? Denk het niet!

Stephan Vermeulen
Coördinator Tests
Na 20 jaar bij AutoWeek zo’n beetje alles wel gedaan en meegemaakt. Sinds 2012 chef redactie maar streeft er nog altijd naar om tien procent van zijn werk te laten bestaan uit bezigheden met auto’s zelf. Da’s tenslotte toch de reden dat -ie dit werk is gaan doen. Passie voor auto’s van kleins af aan, spelde op zijn twaalfde testjaarboeken, kocht de eerste AutoWeek een paar dagen voor zijn dertiende verjaardag van zijn zakgeld. Jawel, dat ene nummer dat in januari 1990 voor een gulden in de winkel lag. De oorzaak van dat velen nog denken dat AutoWeek de eerste jaren altijd een gulden kostte, maar op de tweede stond toch echt een prijs van Hfl. 1,95! Dat hij twaalf jaar later zelf in dienst zou treden bij het autoblad had hij nooit gedacht. Na de middelbare school bracht de opleiding HEAO-economisch linguistisch, zeg maar een soort CE met extra aandacht voor vreemde talen, hem bij de BMW-importeur, en later die van Opel. Een carrière in de autobranche was het beoogde pad, maar het liep anders. Eind 1999 zocht een journalistiek bureau een autoredacteur, en zo kwam hij terecht in de autojournalistiek. Iets meer dan twee jaar later was daar de overstap naar AutoWeek. Tests, nieuws, bijdrages aan de occasionrubriek en een jaar later ook in bezit van een racelicentie. Twintig jaar bij een werkgever, het is iets dat niet meer van deze tijd lijkt maar sowieso is het werk door de jaren heen zo vaak veranderd dat je bijna geen jaar hetzelfde doet qua werk. En de veranderingen in autoland gaan momenteel sneller dan ooit, dus ook dat maakt de werkzaamheden anders. Sinds 2021 naast chef redactie ook coordinator online.
Lees ook

Deze occasions zijn extreem: rijdende sigaren voor ultiem rijgenot in de open lucht

Audi A6 Avant e-hybrid quattro S edition Competition (2026)

De Denza Z9 GT EV is duurder dan een Porsche Taycan

Ook gij: Mercedes-AMG GT en SL krijgen facelift
