BMW 5-serie

Evolutie van de revolutie

BMW 5-serie
BMW 5-serieBMW 5-serieBMW 5-serie TouringBMW 5-serie TouringBMW 5-serieBMW 5-serie TouringBMW 5-serie Touring
AutoWeek 11
AutoWeek 11

Je leest het in AutoWeek 11

Hoe update je een auto die zijn tijd qua vormgeving vooruit was? Simpel, door er niets aan te veranderen! Wat zijn uiterlijk betreft dan, want het inwendige van de BMW 5-serie is bij de facelift behoorlijk beetgepakt. Nieuwe motoren en milieuvriendelijke technieken zorgen ervoor dat de grote Duitser er weer even tegenaan kan.

Toen de 5-serie in 2003 arriveerde schokte hij de wereld met zijn gedurfde lijnenspel. Dat was even wennen voor de behoudende BMW-klanten! De flanken met hun hol- en bolronde vormen, de apart gelijnde kofferbak, de koplampen met hun opgetrokken wenkbrauwen: het was allemaal anders dan anders. Maar inmiddels zijn we helemaal gewend geraakt aan de lijnen van de 5-serie, en we zijn dan ook blij dat BMW de verleiding heeft kunnen weerstaan om het uiterlijk wat 'af te zwakken', zoals bij zijn grote broer 7-serie gebeurde, net op het moment dat we gewend waren aan diens verschijningsvorm. De 5-serie mag zijn 'wilde haren' gelukkig behouden en blijft zoals-ie is. Je moet dan ook goed kijken om de nieuwe en de oude van elkaar te onderscheiden. De luchtinlaat in de voorbumper volgt nu de vorm van de koplampen. Het geeft de 5-serie een wat vriendelijker ogend gezicht. De achterlichten zijn voorzien van LED-knipperlichten. En dat was het dan alweer… Maar eerlijk gezegd had de 5 ook nog geen heftige facelift nodig, er hoefden nog geen rimpeltjes gladgestreken te worden.

Onderhuids

Net als bij de 1-serie is de Fünfer bij de opfrisbeurt vooral onderhuids beetgepakt. Ook bij de 5-serie is nu het principe van 'Efficient Dynamics' toegepast. Ook het 'Brake Energy Regeneration'-systeem maakt in de 5-serie zijn opwachting. Een goed uitgedokterd systeem, waarbij de energie die vrijkomt als je afremt gaat anders simpelweg verloren. Of de eveneens nieuwe schakelindicator evenveel nut heeft, wagen we te betwijfelen. Een display in het instrumentarium geeft aan naar welke versnelling je moet schakelen om het verbruik wat te drukken, maar in de praktijk kun je hem niet constant in de gaten houden. Bovendien word je wel érg vroeg geadviseerd op te schakelen, wat niet echt goed bij het sportieve karakter van de 5 past. Wél slim zijn andere brandstofbesparende maatregelen als een elektrisch aangestuurde waterpomp, stuurbekrachtiging en compressor van de airco. Die worden alleen ingeschakeld als je ze nodig hebt, want wat je niet gebruikt, kost immers ook geen brandstof. Een slimme manier van besparen, waar je als bestuurder geen hinder van ondervindt en die geen invloed heeft op de prestaties.

Debuut

Uiteraard is de update niet zomaar aan het motorengamma voorbij gegaan. De directe inspuittechniek maakt zijn debuut op de gemoderniseerde zes-in-lijn benzinemotoren. Als resultaat zijn de motoren zuiniger én krachtiger. Zo schopt de 523i het voortaan tot 190 pk, de 525i 218 pk en de 530i levert nu een stevige 272 pk. De achtcilinders bleven onveranderd, net als de beestachtige tiencilinder van de M5. Die kan voortaan echter wel gekoppeld worden aan de stationwagonversie Touring. Voor de spoedvrachtjes, zeg maar… Bij de zelfontbranders wordt de nieuwste generatie commonrail-inspuiting toegepast, wat ertoe leidt dat de 525 d nu 197 pk levert, de 530d naar 235 pk ging en de twinturbo-beul 535d de achterwielen in het vervolg met 286 pk en 580 Nm teistert. Ze zijn nog schoner en zuiniger dan hun minder vermogende voorgangers ook.

De zestraps automaat waarvan onze test-530i was voorzien is eveneens opgefrist. Dankzij onder meer een nieuwe koppelomvormer claimt BMW de schakeltijden met liefst 40 procent te hebben teruggebracht. Of dat klopt, weten we niet, maar feit is dat de automaat bliksemsnel van verzet wisselt. Zonder dat dit ten koste gaat van het schakelcomfort overigens. En dan is er ook nog wat BMW enthousiast een 'Automatische sporttransmissie' noemt. Daarbij kun je met flippers aan het stuur zelf schakelen. Bovendien is de boel met een sportknop nog wat aan te scherpen.

Goede manieren

Bij de testrit met de 530i valt weer eens op wat een heerlijke machines die zes-in-lijn motoren van BMW toch blijven. De drieliter met 272 pk is een toonbeeld van soepelheid en goede manieren. Bovendien is hij krachtig genoeg om de vraag te laten rijzen waarom je in hemelsnaam nog een achtcilinder zou nemen. Bij lagere toeren zoemt hij gemoedelijk voor zich uit, om bij hogere toerentallen vervolgens een heerlijke brul te produceren. Een toppertje, deze motor, mede door dat tweeledige karakter. En een gemiddeld verbruik van 7,7 liter (fabrieksopgave) is netjes voor een auto van dit formaat met gespierde zescilinder en automaat.

Een blokje om met de 530d leert dat deze diesel niet hoeft onder te doen voor zijn benzinebroeder met gelijk volume. Akkoord, het geluid is iets minder melodieus – hoewel door de nieuwe inspuiting wel beschaafd – maar daar krijg je een riante partij koppel (500 Nm) voor terug. Beide varianten beschikken over een uitstekende wegligging, die de indruk geeft met een kleinere auto op pad te zijn. Zo'n 5-serie is ondanks de toepassing van lichtgewicht materialen bij carrosserie en onderstel best een zware jongen, maar hij danst lichtvoetig door bochten heen. Die rijdynamiek wordt in tegenstelling tot bij de 1-serie en X3 niet bekocht met een gebrekkig veercomfort, want ook op dat vlak stelt de Duitser niet teleur. Zowel korte als lange oneffenheden worden prima opgevangen. De besturing is een genot, uiterst precies en toch niet nerveus. Optioneel is een 'Lane Change Warning'-systeem leverbaar, waarbij je door middel van trillingen in het stuur gewaarschuwd wordt als je ongepland de witte strepen overschrijdt, tenzij je de richtingaanwijzer aandoet. Het werkt goed, temeer daar het in scherpe bochten uitgeschakeld wordt en zo niet hinderlijk is. Ook handig is de actieve cruise control die nu tot stilstand werkt en je zo ook in files een hoop werk uit handen neemt. Met E 2.553 is het wel een prijzige optie.

Verfijnd

Het interieur van de 5-serie is in grote lijnen gelijk gebleven, maar op sommige details opgewaardeerd. Het storende – want goedkoop ogende – deurpaneeltje met de knoppen voor de elektrische ramen is verdwenen, de knoppen zitten nu in de armsteun. Da's qua bediening trouwens ook een betere plaats. Ook de middenconsole werd iets anders ingedeeld en nog wat verfijnd qua materiaalgebruik. Het oogt in de gefacelifte versie allemaal strak en uitstekend afgewerkt. Ga je voor een automaat, dan prijkt op de tunnelconsole een futuristisch ogende 'joystick', die afstamt uit de nieuwe X5.

De 5-serie is wat hij was: een gedegen in elkaar stekende zakelijke middenklasser die comfort en sportiviteit op een prettige manier verenigt. Rijplezier heeft hij nog altijd in riante mate te bieden, daar hebben de brandstofbesparende technieken gelukkig niets aan afgedaan. BMW bewijst dat het streven naar minder milieuvervuiling niet automatisch hoeft te leiden tot suffe auto's.

Gerelateerde forumtopics