Personenauto’s worden in rap tempo zwaarder, niet in de laatste plaats door elektrificatie. Toch is de bijdrage van die zwaardere auto’s aan de slijtage van het wegennet verwaarloosbaar, blijkt uit studie.
Ooit was 1.000 kg een heel gangbaar gewicht voor personenauto’s, tegenwoordig is het dubbele steeds normaler. Dat is vervelend voor je mrb-tarief, dat in Nederland nog altijd op gewicht is gebaseerd. ‘Terecht’, horen we je denken, ‘want al die zware auto’s maken de weg kapot’. Nee dus, blijkt uit onderzoek. Dat Engelse onderzoek is al wat ouder, maar ongetwijfeld nog altijd relevant. Staatssecretaris van Financiën Eelco Eerenberg vindt in ieder geval van wel, want hij haalt dit onderzoek aan in een brief die onder meer uitlegt waarom er wordt gezocht naar een andere grondslag voor de wegenbelasting. Die wordt nu nog op basis van gewicht berekend, maar het gewicht van personenauto’s blijkt nauwelijks effect te hebben op de slijtage aan de infrastructuur.
Volgens het artikel uit Clean Technologies and Environmental Policy heeft het wegdek zelfs nauwelijks iets te vrezen van vrachtwagens tot 7,5 ton. Daarboven begint gewicht wel te tellen, en het extra gewicht van elektrisch aangedreven voertuigen zeker ook. Het onderzoek stelt dat batterij-elektrische voertuigen 20 tot 40 procent extra slijtage aan het wegdek veroorzaken, terwijl waterstof-elektrische voertuigen ‘slechts’ 6 procent extra slijtage opleveren. De grote ‘maar’ bij dit alles is dat de overgrote meerderheid van die slijtage veroorzaakt wordt door echt zware voertuigen, dus boven de 7,5 ton. Het onderzoek raadt overheden en andere wegbeheerders dan ook aan om gewichtslimieten op bepaalde plekken te overwegen. Ook is het slim om voor zwaardere voertuigen extra assen te verplichten, want al dat gewicht moet immers worden verdeeld over assen die dan per stuk een stuk minder druk veroorzaken.
Het onderzoek legt dan ook veel nadruk op die assen en berekent voor iedere voertuigsoort een ‘Road Wear Potential’ op basis van het gewicht en het aantal assen. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat het wagengewicht eerlijk is verdeeld over alle assen, wat in de praktijk uiteraard meestal niet het geval zal zijn. Vervolgens vergelijkt het onderzoek de huidige situatie met een situatie waarin alle voertuigen batterij-elektrisch zijn, een situatie waarin alle voertuigen waterstof-elektrisch zijn en de situatie waarbij benzine-auto’s batterij-elektrisch zijn en diesels op waterstof rijden. Dat laatste wordt ‘Like for Like’ genoemd, in onderstaande tabel afgekort tot ‘L4L’.
Je ziet: personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen leveren een verwaarloosbare bijdrage volgens deze berekening. Zwaardere voertuigen zijn echter wel een flinke aanslag op het asfalt en zullen indien volledig elektrisch tot 40 procent extra slijtage veroorzaken, althans in het Schotland waar dit onderzoek plaatsvond. Bij waterstof, waarbij de gewichtstoename kleiner is, is die extra slijtage 6 procent.
Dat personenauto's volgens dit onderzoek maar een minimale bijdrage leveren aan de wegslijtage, is overigens maar één onderdeel van de reden om op zoek te gaan naar een andere grondslag voor de Nederlandse motorrijtuigenbelasting. De andere redenen, die zo mogelijk nog meer hout snijden, lees je hier.
