Auto’s worden steeds langer, hoger en breder. Iedereen die het autonieuws volgt, kan je dat vertellen, maar T&E vat dat feit nu in cijfers. De Europese organisatie komt met een advies dat precies past bij wat de Nederlandse overheid al van plan lijkt te zijn.
Auto’s groeien in de lengte met gemiddeld 1,2 centimeter per jaar, stelt T&E. Voordat je met een rolmaatje naar buiten rent: dat geldt niet voor jouw specifieke auto’s, maar wel voor de automodellen die in Europa worden verkocht en rondrijden. In 2000 was de gemiddelde auto nog 4,09 meter lang; in 2025 was dat al 4,38 meter. Zet die trend zich voort, dan is in 2040 4,56 meter de norm, concludeert Transport & Environment.
Die Europese koepelorganisatie voor duurzaam vervoer stelt bovendien vast dat ook de breedte, hoogte en motorkaphoogte van auto’s jaarlijks toeneemt, en wel met 0,5 centimeter per stuk. De rappe groei van personenauto’s geeft volgens T&E op twee vlakken grote problemen: een beperking van de hoeveelheid parkeerruimte en de verkeersveiligheid. Bij grotere auto’s passen er minder auto’s in een straat of op een parkeerterrein, dat is logisch. Volgens T&E levert Londen daarmee voor 2040 effectief 72.000 tot 118.000 parkeerplekken in, Parijs 7.000 tot 12.000 en Berlijn 71.000 tot 117.500. Grote verschillen dus, maar ook overal een significante reductie.
Bovendien, zo stelt T&E, is de groei van auto’s slecht voor de verkeersveiligheid. Steeds grotere auto’s vormen een steeds groter gevaar voor kwetsbare weggebruikers als voetgangers en fietsers, en dat kan volgens deze organisatie tot 2040 al 400 extra verkeersdoden per jaar opleveren.
T&E concludeert dat de groei van auto’s samenvalt met de krimp van gezinnen en een afname in de gemiddelde bezetting per auto. De groei is volgens de organisatie dan ook vooral een gevolg van de wens van autofabrikanten om meer geld te verdienen met grotere auto’s. Dat is ongetwijfeld deels waar, maar toch ook wel erg kort door de bocht. Echt kleine auto’s zijn immers vooral verdwenen onder druk van strikte Europese veiligheidsregels, waardoor ze onrendabel werden voor autofabrikanten. Bovendien draagt elektrificatie, onder meer aangejaagd door Europese regelgevers, bij aan grotere auto’s. Die hebben bovendien vaak een SUV-vorm, die wereldwijd goed te verkopen is. Het puur voor Europa ontwikkelen van automodellen lijkt voor veel autobouwers simpelweg niet meer rendabel, maar de SUV-trend is uiteraard onmiskenbaar een factor in de autogroei.
Belastingmaatregelen
T&E vindt daarom dat Europese overheden zich moeten richten op wat het ‘right-sizing’ noemt. Daarmee lijkt de organisatie te doelen op een terugkeer naar de maten van rond 2015. Men stelt een aantal maatregelen voor. Het aanpassen van wegindeling en parkeerterreinen naar de huidige maatstaven is daar een van, maar belastinghervormingen eveneens. Overheden moeten er volgens T&E voor zorgen dat grotere auto’s simpelweg onaantrekkelijker worden, precies wat Nederland van plan lijkt te zijn door motorrijtuigenbelasting op voertuigoppervlakte in plaats van gewicht te baseren. Dat de hoogte van een auto in dat scenario geen rol speelt, is in het kader van het T&E-onderzoek trouwens wel een dingetje. T&E vindt zelfs dat er een maximum moet komen voor de motorkaphoogte en totale breedte van auto’s: respectievelijk 0,85 en 1,92 meter.
