Beide autofabrikanten hebben te kampen met tegenvallende verkopen en overcapaciteit. Om het kostenplaatje naar beneden bij te stellen moet er het nodige bezuinigd worden, waar fel protest vanuit de kant van de werknemers op is.
Bij de PSA-fabriek in Aulnay, even buiten Parijs, wordt een hele productielijn stilgelegd. In 2014 gaat deze fabriek volgens de planning dicht, wat zo'n 3.000 mensen hun baan gaat kosten. De vonk die het vuur deed oplaaien was het bericht dat vijf medewerkers op het matje waren geroepen wegens een te lage productiviteit. In Aulnay rolt normaal gesproken de Citroën C3 van de band.
Ongeveer de helft van de af te vloeien werknemers in Aulnay krijgt volgens PSA een baan elders aangeboden, onder andere bij de fabriek in Rennes. Volgens de vakbonden is daar echter voorlopig geen plek voor extra arbeidskrachten.
Ook Renault gaat het niet voor de wind. De Nederlandse Renault importeur mag dan blij zijn met het verkoopsucces van de Renault Mégane, de Franse werknemers zijn minder tevreden over het merk. In twee fabrieken wordt het werk neergelegd omdat de fabrieksarbeiders zouden moeten verhuizen wanneer ze overgeplaatst zouden worden.








