De Renault 14 had veel in zich om een groot succes te worden, maar een reclamecampagne die tot op de dag van vandaag te boek staat als schoolvoorbeeld hoe het niet moet, knakte zijn carrière.
Hoe zag het aanlooptraject eruit?
De geschiedenis van de Renault 14 start eigenlijk al in 1966, wanneer Renault en Peugeot een zekere mate van synergie afspreken door een deel van de ontwikkeling, productie en inkoop te bundelen. Zo wordt een gezamenlijk platform ontwikkeld. Voor Peugeot vormt dat de basis voor de 104, maar bij Renault wordt een vergelijkbaar model, dat R2 had moeten gaan heten, afgeschoten omdat het verdienmodel niet klopt. Toch moeten ze iets met de gedane investering, dus wordt in 1968 gestart met de ontwikkeling van een groter model op dat platform, project 121, dat te zijner tijd de R6 moet gaan aflossen. Het aanvankelijke idee was dat de R14 er zowel met vijf als met drie deuren zou komen. In competitievorm werden drie ontwerpen op de shortlist gezet en op ware grootte uitgewerkt. Dat van Robert Broyer, die ook de R12 op zijn cv heeft staan, werd gekozen, omdat het indruiste tegen de gangbare stijl van die tijd, precies wat de directie van Renault beoogde.
Hoe werd hij onthaald door pers en publiek?
Op 25 mei 1976 werd de R14 aan de wereld getoond. Renault zette het enorme Place de la Concorde in Parijs helemaal vol met schier eindeloze rijen geel-oranje R14’s. De pers toonde zich overwegend enthousiast over de auto, voornamelijk vanwege het genereuze ruimteaanbod. Maar het was niet allemaal rozengeur en maneschijn. De bekende Duitse presentator en autoreviewer Rainer Günzler was een stuk kritischer: “Mooi is hij zeker niet, maar hij bevat veel slimmigheden voor het dagelijks gebruik”, opende hij zijn uitzending in 1977. Van de binnenruimte en stilte was hij onder de indruk, maar hij hekelde de wazige besturing en schakeling, matige prestaties en verbruik. “Het concept klopt, maar verbeteringen zijn noodzakelijk”, luidde zijn conclusie.
Opmerkelijk was dat veel dealers de R14 niet zagen zitten. Los van het sentiment hadden ze ook praktisch bezwaar tegen de afwijkende techniek van de Peugeotmotor.
Hoe revolutionair was hij eigenlijk?
Je kreeg er als koper weinig van mee, maar de R14 was wel mooi de eerste Renault die was ontworpen met hulp van CAD, ofwel computer aided design. Wat het publiek wél meekreeg, was het vooruitstrevende, ronde ontwerp in een tijd dat de meeste modellen nog hoekig en behoudend waren vormgegeven. De dwarsgeplaatste motor, die zijn carter deelde met de versnellingsbak en differentieel, was weliswaar niet echt revolutionair, maar zeker wel progressief in die tijd. Ook progressief was de productielijn in Douai, die grotendeels gerobotiseerd was. Dankzij een speciale lastechniek kon de 14 het stellen zonder goten aan weerszijden van het dak, wat zijn ronde, gladde vorm nog versterkte. Ook de achteruitkijkspiegels, die als het ware overgingen in de hoeken van de A-stijl, waren in die tijd nog iets zeldzaams, net als de van de R5 overgenomen kunststof schildbumpers.
Wat waren de keuzes bij de marktintroductie?
Motorisch viel er niets te kiezen. De 14 kreeg de 1.218 cc met enkele bovenliggende nokkenas (fabriekscode X), die 58 pk leverde bij 6.000 tpm en gekoppeld was aan een handgeschakelde vierbak. Daarmee haalde hij een topsnelheid van 145 km/h en ging hij in 16,1 seconden van 0 naar 100 km/h. Deze motor kwam van Peugeot en was het resultaat van de eerdere vrijage tussen beide merken, die snel voorbij was toen Peugeot Citroën overnam. Wel kon je kiezen uit twee uitvoeringen. Instapper L had driepuntsgordels voor, een verwarmde achterruit en ruitenwissers met twee snelheden. Een klein stapje hoger stond de TL met hoofdsteunen voor en wieldoppen. Verder kon je kiezen uit drie kleuren die helemaal ‘seventies’ waren: oranje, appeltjesgroen en hazelnootbruin.
Wat waren zijn concurrenten?
Op dit gebied had de R14 het zwaar. Volkswagen zette inmiddels de toon in dit segment met de Golf en ook de Ford Escort en Opel Kadett deden het uitstekend. Verder lokten de Fiat Ritmo en Talbot Horizon klanten weg bij de 14. Erger nog was dat Renault in die tijd zijn modellen vreemd positioneerde. Zo bleef de 6, wiens plaats de 14 moest innemen, nog lang in productie, waardoor de 14 als het ware zat ingekneld tussen de 6 en de 16. Een andere tik uit eigen stal kreeg de 14 toen de 5 er ook als vijfdeurs kwam. In 1978 kwam daar de Renault 18 bij, die in zijn kaalste versie ongeveer hetzelfde kostte dan een 14, maar veel meer auto leek met zijn sedan-koets.
Nog bijzonderheden tijdens zijn levensloop?
Het uiterlijk van de Renault 14 was baanbrekend, maar indirect werd het de achilleshiel van het model en het ironische is dat Renault daar zelf een onbedoeld voorzetje voor gaf. In een klassieke marketingmisser werd de auto in een grote reclamecampagne op allerlei manieren vergeleken met een peer, waarbij de neus het kleine deel van de peer, en het passagierscompartiment het dikke deel moesten voorstellen. ‘Minimale ruimte voor de motor, maximaal voor het comfort’, luidde de payoff van een televisiespot waarin op de achterbank tussen twee blije kinderen een hond ter grootte van een jonge mammoet zat hoofdruimte zit te hebben. Boven een doorsneetekening die de ruimte moest benadrukken stond ‘we snijden de peer doormidden’, onder de kop ‘vergelijk de R14 met zijn concurrenten zag je de R14 omgeven door allerlei ander fruit en boven een snel rijdende R14 kopte Renault ‘une poire qui a la pêche’: pêche betekent letterlijk perzik, maar ‘avoir la pêche’ is haast hebben. Dat zullen de reclamejongens vast een dijenkletser hebben gevonden, maar het woord poire stond destijds in straattaal voor sukkel. Het perenfiasco bleef de Renault 14 achtervolgen. Toen gedurende zijn levensloop bleek dat de auto wel erg roestgevoelig was, kreeg hij in de volksmond de bijnaam 'rotte peer'.
Dat alles weerhield de Franse politie niet de Renault 14 op grote schaal in te zetten als surveillanceauto. Zag je eind jaren 70, begin jaren 80 een zwart met witte R14 in je achteruitkijkspiegel naderen, dan kon je vast je rijbewijs en portefeuille uit je binnenzak vissen.
Welke uitvoering spreekt het meest tot de verbeelding?
Dat gaan we toch echt voor de Safrane. Jawel, de naam die later de topmodellen van Renault kregen opgeplakt, prijkte ooit op de meest luxueuze 14. Die uitvoering had chique velours bekleding, quartzklokje, striping, speciale lichtmetalen wielen in de kleur van de (altijd bruin metallic) lak en zwarte letters Safrane op de achterklep.
Wat is de impact van de R14 geweest?
Al was het niet onbesproken, het design van de Renault 14 betekende wel een ommekeer in de vormgeving bij Renault. Broyer tekent ook nog een coupé-versie, die in 1986 inspiratiebron is voor concept car W60, die op zijn beurt weer een voorbeeld is voor de eerste Twingo. Ook de Peugeot 306 en 205 hadden onmiskenbare trekjes van het design van de R14.
Hoeveel zijn er nog over?
Het is misschien niet de meest sexy oldtimer, maar als je een Renault 14 hebt, staat er in elk geval iets zeldzaams in je mancave Volgens data van Vinacles staan er nog welgeteld 24 op kenteken in ons land. Fruit blijft nu eenmaal niet lang goed. Maar hoewel elke peer vroeg of laat rot, wordt deze uiteindelijk weer tof. Koester hem.
