De hoogte van de verkeersboetes in Nederland dreigt niet in verhouding te staan tot boetes voor misdrijven zoals (winkel)diefstal, bedreiging en belediging. Dat zegt hoogleraar strafrecht Pieter Verrest van de Erasmus Universiteit in Rotterdam. "Bovendien kan de officier van justitie of de rechter bij bijvoorbeeld een bedreiging de hoogte aanpassen aan de omstandigheden. Als je door rood licht rijdt, betaal je hoe dan ook 328 euro."
Justitieminister David van Weel (VVD) zegt dat er geen geld is om de verkeersboetes op het huidige niveau te houden. De boetes stijgen net zo snel als de inflatie en anders komt er een tekort op de begroting. Vooral dat laatste argument hoort volgens Verrest niet bij straffen: die moeten in verhouding staan tot de ernst van het feit en de verwijtbaarheid daarvan.
Volgens Verrest wakkert de verhoging opnieuw de discussie aan of de bedragen terecht zijn. Door rood rijden wordt nu bijvoorbeeld hoger beboet dan winkeldiefstal (280 euro) of belediging (210 euro). Dit zijn bovendien richtlijnen, geen vaststaande bedragen. "De officier van justitie of de rechter kan het bedrag aanpassen: verhogen, maar ook verlagen of een voorwaardelijke boete opleggen bij bijvoorbeeld spijt of bijzondere omstandigheden. Voor verkeersboetes geldt dat niet."
Verschillende instanties waarschuwden al voor de gevolgen als mensen niet direct hun boete kunnen betalen, bijvoorbeeld omdat zij daar geen geld voor hebben. Zij kunnen bij het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) een betalingsregeling treffen om verhogingen te voorkomen, maar volgens de jurist weet niet iedereen hoe ze daar gebruik van kunnen maken.
