Dat hij 75 jaar geleden werd geboren vindt Harry Vermeulen niet belangrijk: hij combineert een fascinatie voor techniek met de ambitie om jong te zijn en te blijven. Oud en nieuw vieren, dat doet Harry dus met groot enthousiasme. Niet met siervuurwerk, maar met een BMW, een Ford, een Renault, een Alfa Romeo en twee Lancia’s.
Die ambitie van Harry Vermeulen om jong te blijven is goed te begrijpen. Hij had een jeugd vol Alfa Romeo’s, Lamborghini’s en Ferrari’s. De verhalen die hij erover vertelt klinken bijna als een filmscript: “Met mijn ouders bracht ik elk jaar een aantal maanden in Italië door. Dat was een hele reis voor onze Alfa Romeo Giulia mét caravan erachter. Eén keer had hij het bijzonder zwaar op de Brennerpas, en verderop, in Vicenza zijn we uiteindelijk gestrand met een doorgebrande koppeling. Ik was een jaar of twaalf en vergeet het nooit, we stonden bij een Fina-pomp met een wasplaats en wasserij. We moesten er een paar dagen blijven, en zijn er ook na de reparatie van de Alfa blijven hangen en we raakten bevriend met de eigenaar van het station. Piero heette hij, hij had een Riva-boot, maar ook een Lancia Fulvia van de eerste serie. Er was een Amerikaanse basis tegenover het station, en ik vergeet nooit hoe mijn broer Alfons en ik mochten meerijden in de Lamborghini’s en Ferrari’s van klanten, en dan raceten we tegen die Amerikanen. Die momenten hebben mijn interesse voor mooie auto’s en indrukwekkende techniek op scherp gezet.”
Twijfels over bouwkwaliteit Alfa Romeo GTV
In de jaren die volgden zou het vlammetje dat Piero’s Lancia aanstak blijven smeulen. Na verschillende Fiats en Alfa Romeo’s wilde hij in 1983 een nieuwe auto kopen. “Grote aankopen, zoals een nieuwe auto, doe ik alleen als ik er geld voor heb, maar als dat zo is dan heb ik er ook geen moeite mee. In 1983 was ik 33 jaar en werkte ik als planner bij een woninginrichter. Ik had een leuk salaris”, zegt hij. “Ik keek naar een Alfa Romeo GTV, met 2.5 zescilinder, maar ik wist ook dat de bouwkwaliteit van de Alfasud niet zo geweldig was. Dus ik twijfelde.”
BMW 323i met sportbak
Daarom besloot Harry eens langs te gaan bij de BMW-dealer. Want hoewel hij nog nooit in een auto van het Beierse merk had gereden, hoorde hij er goede verhalen over, vooral over de techniek: “Als ik een auto koop, dan koop ik hem om de techniek.” Met de BMW-dealer was er in elk geval meteen een klik: “Dat bleek een oud-studiegenoot van me te zijn”, zegt Harry. “Hij raadde me een 323i aan, met sportversnellingsbak; een dogleg, met een verkorte vijfde versnelling. Ondanks mijn voorliefde voor Alfa Romeo’s was ik meteen diep onder de indruk van die fantastische zescilinder. Ik besloot de sprong te wagen en bestelde mijn BMW zonder spoiler, zonder typeaanduiding en met sportbak, als eerste en enige in Nederland. Het was wel even een dingetje om het koopcontract te tekenen, want daarmee zette ik me af tegen mijn vader, die nog steeds Alfa’s reed. Ik had hem dus wat te bewijzen, dat ik de goede keuze had gemaakt.”
BMW nog altijd in bezit!
Snel door naar 2026. De teller van de BMW staat inmiddels – slechts – op 107.000 en hij is nog altijd in Harry’s bezit: “Hij was bijzonder toen ik hem kocht en dat is hij nog steeds. Dat vond ook mijn vader, want in de laatste jaren van zijn leven maakte zelfs hij de overstap naar BMW.” Harry is zuinig op wat hij heeft: de 42 winters die hij meemaakte bracht hij binnen door. Bij regen, vorst en sneeuw gaat Harry standaard de weg op met een ‘pekelbak’.
Collectie valt op door diversiteit
De liefde voor de BMW gaat dus ver, maar de liefde voor techniek gaat verder. De BMW zou de basis vormen voor een collectie die opvalt door zijn diversiteit. Zeker, naast zijn BMW heeft Harry drie klassieke Italianen, dat spreekt voor zich. Maar een Renault? En een Ford? Met honderden pk’s per stuk, vette spoilers en in een knalkleur? Dat zou je niet verwachten bij een 75-jarige. Bij elke auto heeft Harry echter een prachtig verhaal, waardoor je zijn onverwachte keuzes veel beter begrijpt. “Weet je, ik heb de ambitie om jong te zijn. En ik ben een kwajongen.”
Ford Focus RS is een soort drugs
Die kwajongen zat in 2013 rustig tv te kijken toen een aflevering van Top Gear begon. Door dat programma maakte Harry kennis met de Ford Focus RS: “Jeremy Clarkson was verbijsterd over wat die gifgroene Ford in zijn mars had. Een overtreffende trap van een auto!” Niet veel later zag Harry precies zo’n gifgroene Focus RS te koop staan. Hij besloot een proefrit te maken en had slechts luttele meters nodig om tot een conclusie te komen: “Ik zou mezelf minachten als ik die auto niet zou kopen.” Als hij vertelt over wat inmiddels zijn Focus is – want natúúrlijk kocht hij hem – komt Harry haast superlatieven tekort: “Deze auto is een soort drugs. Zijn vermogen is onuitputtelijk, en de hele vermogensontwikkeling is één groot feest met die prachtig roffelende vijfcilinder. Al die pk’s op de voorwielen, en dan nog zo lichtvoetig zijn. Ik blijf het geweldig vinden om een Ford te hebben met een snelheidsmeter die tot 280 gaat, en ik geef toe dat ik er wel eens 230 mee rijd op de autobahn. Nog steeds. De snelheid waarmee die auto zich kan verplaatsen is echt fenomenaal.”
Renault Clio RS is een soort maatpak
Heel anders, maar toch een beetje hetzelfde is Harry’s Renault Clio RS. Een beetje hetzelfde, want ook RS, ook voorzien van uitzinnige spoilers en ook razendsnel. Maar toch heel anders, want een cilindertje minder, veel minder pk’s, turboloos en een stuk compacter. “Deze Clio kwam ik onderweg tegen en ik dacht meteen ‘man, dát is een mooie auto!’ Ik had al veel over die Clio gelezen en begrepen dat het een enorm ruige auto was. Later kwam ik in contact met de eigenaar van de Clio die ik had zien rijden. Hij vertelde dat er enkele cupraces met de auto zijn gereden, en dat hij altijd is gekoesterd. Ik mocht een stukje rijden, en dat was enorm overweldigend. Deze auto is zo lichtvoetig, je kunt ermee lezen en schrijven, hij voelt als een soort maatpak dat je aantrekt. De eigenaar overwoog hem te verkopen, omdat hij bang was dat er ongelukken zouden gebeuren met zo’n snelle auto. En ik? Ik moest ‘m gewoon hebben!”
Aldus geschiedde, en de afgelopen tien jaar verbaast Harry zich bij elke rit over de kleine Renault: “De vermogensopbouw is heel lineair, en hij heeft heel veel koppel. Het leukste is het rode gebied van de toerenteller, dat begint pas bij 8.000.” Met twee recente krachtpatsers en een oude, statige wolf in schaapskleren was Harry een gelukkig mens. Door zijn auto’s voelde hij zich jong, maar: “Naarmate je ouder wordt, groeit je hang naar vroeger.” Met andere woorden, je kunt je altijd nóg jonger voelen.
Giulia is eerbetoon aan techniek
Die jeugd speelde zich in Harry’s geval voor een groot deel af op de achterbank van de Alfa Romeo Giulia van zijn vader. De Italiaanse sedan maakte diepe indruk op de jonge Harry, en dat werd niet minder toen zijn broer later zo’n zelfde Giulia kocht: “Ik kan uren naar de Giulia kijken. Hoe dat allemaal gemaakt is, en hoe ze dat al konden in die tijd. De eenvoud waarmee het allemaal gemaakt is, maar toch al een vijfbak en zoutgevulde kleppen. Voor mij is die hele auto een eerbetoon aan techniek.”
Harry kwam in 2023 in contact met een Duitse liefhebber die door een broze gezondheid werd gedwongen om zijn geliefde Giulia te verkopen. Wat heet geliefd: de man kocht de Alfa Romeo in 2006 van de eerste eigenaar op Sicilië en besteedde de volgende zeven jaar aan een totale revisie en restauratie: “Zonder te lassen, en met louter originele onderdelen, alles is in nieuwstaat. Ik geloofde mijn ogen niet toen ik hem zag; hij heeft in 42 jaar slechts 112.000 kilometer gereden. Heel bijzonder om de kans te krijgen om zo’n auto over te nemen. Mensen hebben geen idee hoe fijn zo’n Giulia rijdt, alles klopt aan die auto. De nieuwe motor heeft pas 7.000 kilometer gedraaid, die heb ik zelf mogen inrijden. Hij ronkt net zo mooi als de Giulia van mijn vader.”
Lancia Fulvia Coupé is echte jeugdliefde
Die hang naar vroeger is iets moois, dat werd voor Harry nog duidelijker toen hij een Giulia kon toevoegen aan zijn collectie. Maar er ontbrak nog iets: “Mijn echte jeugdliefde, dat is Lancia.” Het mooie van liefde is: als je die deelt, dan vermenigvuldigt het zich. In een magazine over klassieke auto’s en techniek las Harry het verhaal van een Lancia Fulvia Coupé die met heel veel liefde en een dosis engelengeduld door een liefhebbende eigenaar werd opgeknapt en omgevormd tot HF Coupé, met alle rallytoebehoren die zo’n auto op z’n mooist maken. Helaas kreeg de eigenaar maar nauwelijks de kans van zijn werk te genieten, en overleed hij kort nadat het werk aan de Lancia was voltooid.
Het verhaal van de Fulvia en zijn eigenaar greep Harry enorm aan, vertelt hij: “Ik besefte ineens: het leven is eindig. Het kan in één keer ophouden. In het artikel las ik dat de Lancia te koop stond, maar dat de weduwe en twee vrienden van de eigenaar hem alleen wilden verkopen aan een echte liefhebber, die de auto respecteert en hem wil koesteren. Ik zocht contact, en vertelde hen over mijn BMW en hoe lang ik die al koester. Dat vonden zij op hun beurt weer aangrijpend. Niet alleen besloten ze mij de Lancia te gunnen, er ontstond ook een vriendschap. Dat is wat auto’s kunnen doen. Natuurlijk koester ik deze prachtige Lancia, want ik besef maar al te goed hoe bijzonder hij is. Hij is ruig, hij is bruut, hij is fantastisch. Elke rit is een voorrecht.”
Fulvia sedan is Italiaanse Mercedes
Hoe verknocht Harry is aan Lancia zou begin 2025 eens te meer blijken toen een vriend van hem – handelaar van beroep – hem vertelde over een zeldzame vangst: een Lancia Fulvia sedan uit 1972, met nog maar 34.000 kilometer op teller, afkomstig van een verzamelaar die hem op zijn beurt kocht van de eerste eigenaar. “Erwin is een goede handelaar, dus hij vertelde me dit niet voor niets. Hij wist hoe geïnteresseerd ik zou zijn in zo’n auto. In mijn jonge jaren heb ik er twee gehad, dus het is nogal wat om een halve eeuw later opnieuw de kans te krijgen zo’n auto te bemachtigen. En zeker een auto als deze, hij verkeert in absolute showroomstaat. En dan die kleurencombinatie! Wat mij betreft kan een klassieke auto niet beter zijn dan dit. Ik blijf me vergapen aan de constructie, de klepopstelling, hoe het allemaal bedacht is. De techniek is zo anders dan in de Alfa Romeo, die ook een stuk lichter is. Je voelt de kwaliteit van de Lancia, dit is een Italiaanse Mercedes.”
Je hoeft je best niet te doen om te ontdekken hoe trots Harry Vermeulen is op zijn collectie. Dat die nogal divers – om niet te zeggen ‘onverwacht’ – is, maakt het voor hem alleen maar mooier. “Dit is gewoon wat ik mooi vind”, zegt hij schouderophalend. “Ik ben er trots op om zo’n collectie te hebben. Ik heb mezelf altijd doelen gesteld en hard gewerkt om die doelen te kunnen bereiken. Rijden met mijn auto’s is telkens weer genieten. Welke auto ik ook pak, ik voel me altijd weer jong. In de Lancia’s en de Alfa’s denk ik aan de mooie momenten in mijn jeugd en geniet ik van hoe auto’s in die tijd waren, terwijl ik in de Ford en de Renault het beste van deze tijd meemaak. Het mooiste is: ik vind het heel lastig om afstand van dingen te doen. Dat zit in mijn dna, dus deze auto’s blijven nog lang bij me. Dan blijf ik dus nog lang een jonge kwajongen. Dat vind ik een mooie manier om het leven te vieren.”
Foto's Dennis van Loenhout



