Uiterlijk lijkt de nieuwe auto enorm op zijn voorganger, zelfs na twee dagen hebben we nog moeite om de twee uit elkaar te houden. Maar schijnt bedriegt, want de auto is vanwege de Amerikaanse veiligheidseisen maar liefst twintig centimeter gegroeid. Dit heeft ook aangename gevolgen voor de beenruimte van de passagier. Bovendien is negentig procent van de onderdelen nieuw.
Het grootste verschil ontdekken we als we gaan rijden met de nieuwe kleine. De oude voelde echt als een kort, hoog voertuigje met een bijbehorende wegligging, maar de nieuwe doet vrijwel volwaardig aan.
We rijden met de 71 en 84 pk benzinemotoren, de CDI-diesel en de 61 pk benzinemotor zijn nog niet beschikbaar bij de introductie. Ook maken we kennis met de cabrio. Laatstgenoemde is volledig elektrisch te openen, waar voorheen het achterste deel handmatig moest worden weggeklapt.
Er zijn drie uitrustingsniveaus: de Pure, de Pulse (met panoramadak, 15 inch lichtmetalen wielen en elektrische ramen) en als topversie de Passion. Die kost 600 euro meer dan de Pulse en biedt voor dat geld airconditioning en wat uiterlijke zaken. Helemaal onderaan het gamma is er bovendien de Smart Fortwo Base, die met een prijs van 8.995 euro als drempelverlager functioneert.
Video
Helaas kunnen wij deze video niet weergeven, omdat je niet akkoord bent gegaan met de
cookie voorwaarden.
Onze video speler heeft rechten nodig voor de "Social Media".
Wijzig je cookie instellingen






