Facelift Friday: Jaguar XJS

Blijven rekken

Facelift Friday: Jaguar XJS
Facelift Friday: Jaguar XJSFacelift Friday: Jaguar XJSFacelift Friday: Jaguar XJSFacelift Friday: Jaguar XJSFacelift Friday: Jaguar XJSFacelift Friday: Jaguar XJSFacelift Friday: Jaguar XJSFacelift Friday: Jaguar XJSFacelift Friday: Jaguar XJSFacelift Friday: Jaguar XJSFacelift Friday: Jaguar XJSFacelift Friday: Jaguar XJSFacelift Friday: Jaguar XJS
Momenteel is Jaguar helemaal bij de tijd en troeft het merk zijn directe concurrenten zelfs af met de volledig elektrische I-Pace, maar in het verleden heeft het merk soms wel erg lang gewacht met het presenteren van een nieuw model. Een bijzonder uitgebreide facelift moest het leven van de XJ-S, vanaf dat moment XJS geheten, nog een paar jaar oprekken.

Dat uitgerekend Jaguar er als eerste van de bekende premiummerken in is geslaagd om een waardig Tesla-alternatief te presenteren, is het ultieme voorbeeld van wat er allemaal onder de regie van het Indiase Tata is veranderd bij de Britten. Tot de komst van de eerste XF zijn er namelijk talloze voorbeelden te vinden waarbij het merk juist achter de muziek aanliep en het vaak moest stellen met modellen die allang niet meer onder de noemer 'modern' konden worden geschaard. De unieke Britse uitstraling hielp het merk ook tijdens die lastige tijden aan een trouwe klantenkring, maar feit is dat sommige modellen het wel érg lang moesten uitzingen.

Neem de XJ-S. Die auto kreeg in 1975 de loodzware taak om de legendarische E-Type op te volgen. Daarvoor bracht Jaguar een op de XJ gebaseerde coupé mee met een prachtig, uniek lijnenspel, dat voor die tijd bovendien behoorlijk modern was. Wie nog twijfelde aan het verheven karakter van deze aristocraat kon dat verhelpen met een blik onder de motorkap, waar een 5,3-liter V12 te vinden is. Indrukwekkend, maar toch was de XJ-S veel meer een GT dan de E-Type, een echte sportieve legende.

Aan het begin van de jaren 80 vond Jaguar het voor een eerst tijd voor een update. De V12 werd zuiniger gemaakt en een 3,6-liter zes-in-lijn verscheen als economischer alternatief. Bovendien kwam er een tweede carrosserievariant in de vorm van de XJ-SC, een wat vreemde, Baur-achtige bijna-cabriolet waarvan de raamstijlen en een rolbeugel overeind bleven staan als het dak werd geopend. Dat model was verkrijgbaar tussen 1983 en 1988, waarna een volledig open 'convertible' het stokje overnam. Meer varianten van de XJ-S volgden, maar waar het vandaag om gaat, is de overgang naar de 'XJS', dus zonder streepje. Die auto diende zich tien jaar na de eerste updateronde, in 1991, aan. Inmiddels was de grote coupé eigenlijk al stokoud, dus werd het model rondom tegen het licht gehouden. Aan de buitenkant valt als eerste de nieuwe kont met zijn opvallende, platte zwarte lichtunits op, maar ook de voorzijde werd gemoderniseerd. Nog ingrijpender is de verandering aan de achterste raamstijl van de coupé, waar de vorm van de raampartij werd afgerond en als zodanig het hele achterscherm moest worden strakgetrokken. Een moderner interieur met meer veiligheidsvoorzieningen en een stel nieuwe motoren zorgden ervoor dat de XJS het nog tot 1996 kon volhouden. Opvolger XK8/XKR hoefde het slechts tien jaar uit te zingen en werd in vergelijking met zijn illustere voorgangers dus niet oud.

Voor de bekende schuifplaat hebben we gekozen voor XJ(-)S'en die zover mogelijk van elkaar verwijderd zijn. Links een Europees uitgevoerde, bijzonder zeldzame XJR-S coupé, rechts een late Amerikaanse XJS Convertible. Het verschil is enorm.

Video

Lezersreacties (49) (gesloten)

Maak melding van misbruik

Let op! Deze functie is niet bedoeld om zelf een commentaar toe te voegen. Optioneel kunt u er een opmerking bij plaatsen.

Er is iets mis gegaan. Probeer het later nog eens of e-mail ons.

Reactie verwijderen

Weet je het zeker dat je dit bericht wilt verwijderen?

Er is iets mis gegaan. Probeer het later nog eens

De discussie is gesloten.
Reageren is niet meer mogelijk.