Het derde remlicht is al jaren een verplicht onderdeel. Ooit waren er ook auto’s met een derde koplamp, waaronder deze zeven ‘triclopen’.
Cadillac Model B Runabout (1904)
De middelste koplamp op de Model B is een optie die je, net als bijna alles aan deze auto, los moet bijbestellen; zelfs de claxon is niet standaard.
Fiat 1100 (1953)
In eerste instantie is de mistlamp midden in de grille voorbehouden aan de potentere 1100 TV (Turismo Veloce). Later krijgen ook de bravere versies de derde koplamp, zelfs de praktische Familiare. Vanaf 1956 wordt de mistlamp rechthoekig.
Gatso 4000 Aero Coupe (1948)
Zeker voor rally’s en races in het donker is de derde koplamp op dit ontwerp van Maus Gatsonides geen overbodige luxe. Om hem heel te houden, gaat hij schuil achter stevig gaas.
Panhard Dyna Z (1954)
De auto’s voor de Europese markt hebben standaard de mistlamp in zijn verchroomde ornament boven de voorbumper. Als gevolg van andere regels ontbreekt de lamp op de exportmodellen naar de VS.
Rover P4 75 (1949)
De Rover P4 75 wordt dankzij zijn middelste koplamp ook wel aangeduid als de Rover 75 Cyclops, vernoemd naar de woeste eenogige reuzen uit de Griekse mythologie die rond de Etna op Sicilië zouden wonen.
Tatra T603 (1956)
Met zijn luchtgekoelde V8’s achterin is Tatra toch al een buitenbeetje; van een derde koplamp wordt het niet gewoner. Dat begint al in 1938 bij de T87.
Tucker 48 (1947)
De Tucker 48 is de eerste Amerikaanse productieauto met meedraaiende koplampen. De middelste koplamp doet als bochtverlichting mee wanneer de stuurhoek groter dan tien graden wordt. Overigens is een derde koplamp in die tijd in zeventien staten verboden; daar krijgt de auto een afdekplaatje voor de middelste lamp.
