Ayvens, de grootste leasemaatschappij van Nederland, is niet blij met het feit dat de zogenaamde greentimerregeling pas in 2029 komt. Dat moet eerder, vindt men, terwijl ook particulieren niet mogen worden vergeten.
"Het uitstellen van de Greentimerregeling is wat ons betreft een teleurstelling. Juist deze maatregel kan de betaalbaarheid van elektrisch rijden vergroten. Door het uitstellen ervan krijgen de komende jaren minder EV’s een tweede kans in de lease, terwijl daar juist groeikansen liggen voor verdere elektrificatie”, meldt Ayvens aan AutoWeek. Ook pleit de leasemaatschappij voor een herboren SEPP-subsidie die de aanschaf van een tweedehands EV ook voor particulieren interessant moet maken. Dat is voor Ayvens uiteraard goed voor de restwaarde van de nieuwe vloot, maar zou inderdaad ook een goede tegenhanger zijn van de Greentimerregeling die gebruikte EV’s mogelijk tijdelijk juist minder bereikbaar maakt voor de particuliere koper.
Die Greentimerregeling is aangekondigd, maar komt pas in 2029 en zal in 2032 weer verdwijnen. De regeling brengt 14 procent bijtelling voor EV’s van 5 tot 8 jaar oud, maar is in alles dus wel erg beperkt en tijdelijk.
Een soort nieuwe SEPP-subsidie is trouwens ook al aangekondigd, in de vorm van een sloopregeling voor wie een oudere brandstofauto inruilt op een EV. Hoeveel geld dat per geval oplevert, is nog niet bekend.
We kunnen Ayvens overigens nog altijd niet betrappen op veel positiviteit over de pseudo-eindheffing. Die nieuwe heffing, die werkgevers dwingt tot het jaarlijks afdragen van 12 procent van de nieuwwaarde van aan werknemers ter beschikking gestelde brandstofauto’s, gaat vanaf volgend jaar in.
“Met de introductie van de pseudo-eindheffing gaat de verduurzaming van zakelijk rijden een nieuwe fase in: van het stimuleren van elektrisch rijden naar het actief ontmoedigen van het gebruik van auto's met een verbrandingsmotor. Dat is een fundamentele verschuiving”, zegt Ayvens-directeur Sander Pleij. "De nieuwe regeling vraagt veel van werkgevers en leaserijders. Organisaties zullen hun mobiliteits- en wagenparkbeleid versneld moeten aanpassen." Pleij is wel blij met de aangekondigde aanpassingen van de Pseudo-eindheffing: "Een klein lichtpunt is dat signalen uit de markt ertoe hebben geleid dat de uitvoerbaarheid op enkele punten is verbeterd, bijvoorbeeld op het vlak van vervangend vervoer. Tegelijkertijd blijft het essentieel om ook na de invoering van de regeling oog te houden voor de praktische gevolgen en waar nodig bij te sturen."
