Wie dezer dagen naar de Salon de l'Automobile in Parijs gaat, wordt verrast met een beurs die doet denken aan de gloriedagen van de autotentoonstellingen. Als je ook nog van retro houdt, ben je in Parijs helemaal in Walhalla. Dat heeft alles te maken met de Chinese invasie.
De ooit zo glorieuze autoshows waren de laatste jaren weinig meer dan stervende sterren. Wie zich de moeite getroostte om af te reizen naar de klassieker IAA Frankfurt, werd teleurgesteld met een slappe dosis bezigheidstherapie in de straten van München. Hipsterbaarden in fleurige pakken presenteerden daar hun gecrowdfunde startups in de vorm van mobiliteitsconcepten waarvan iedereen die de moeite nam zich erin te verdiepen (niemand) meteen inzag dat het de volgende editie van deze treurige manifestatie niet meer zou meemaken. Kortom: een hoop verborgen werkloosheid onder de exposanten tegenover nog meer teleurstelling onder de bezoekers.
Schreeuwen en brullen
Ten grondslag aan die zwanenzang ligt een beweging die ooit werd ingezet door Volvo, dat besloot dat de miljoenen die traditiegetrouw stuk werden geslagen op autoshows beter besteed konden worden. Aan eigen evenementen vooral. Want, zo was het idee, op de traditionele beurs sta je met al je geld in te schreeuwen tegen de concurrentie die aan de overkant van het gangpad nóg harder brult om de concurrent een stand verderop te overstemmen. Bovendien bepaalt de beursagenda wanneer je met je nieuwe modellen naar buiten dient te treden. Met eigen feestjes bepaal je zelf je agenda en ben je de enige ster van de show. Vele merken volgden Volvo’s voorbeeld en voilà de deconfiture van wat meer dan een eeuw de hoogtepunten van de automobielindustrie waren. Het enige dat nog ontbrak was een genadeschot, maar dat werd in 2020 uitgedeeld door de pandemie, waardoor de show der shows, Genève, op het laatste nippertje werd afgelast.
Grijze zetpillen
Maar nu is er redding uit onverwachte hoek: China. Niet dat al die steriele stands vol grijze zetpillen met onuitspreekbare merknamen en ondoorgrondelijke typenummering nou zo feestelijk zijn, maar de Chinezen hebben onbedoeld wel een paar konten geschopt. Hoewel niemand het met zoveel woorden zal zeggen, het kan haast niet anders dan dat de mate waarin veel westerse merken weer uitpakken, ingegeven moet zijn door de angst dat de Chinezen onze beursvloeren gaan domineren. Vooral Stellantis en Renault zijn terug met een glamour die terug doet dromen naar de gouden tijden van de beurzen. Pracht en praal, feest en vooral heel veel primeurs. Maar ook sommige merken die eigenlijk niets nieuws te melden hebben, hebben hun handdoekje weer gelegd. Toegegeven, een sleets lapje. De stand van Mercedes-Benz is weinig meer dan een pop-up showroom met courante modellen en Ford heeft een paar rally-iconen van zolder gehaald. Maar hé, ze zijn er wel mooi.
Concept cars
Nou moeten we de kwantitatieve golf aan primeurs wel even langs de kwalitatieve meetlat houden. Zo is het aantal serieuze productiemodellen beperkt. De meeste premières zijn concept cars. Daar is, vanuit de consument bezien in elk geval, weinig mis mee. Immers, in het Rijksmuseum hangen ook alleen maar one-offs, daar wil je geen Ikea-posters zien. Maar ook bij die vloed aan concepts heb ik bedenkingen. Ook hier kan ik mij niet baseren op concrete uitspraken, maar bij veel concepts krijg ik toch het idee dat ze wat geforceerd in elkaar zijn gezet. Zo van ‘in oktober staan we op Parijs, maak nog even een leuk studiemodel’.
Merkemotie
Wat veel van die studiemodellen gemeen hebben, is retro. Dat is niet nieuw; teruggrijpen naar sterren uit het verleden wordt al vele jaren gedaan, met wisselend succes. Maar op Parijs ’26 is het bijna alleen maar retro. Ook hier spreekt niemand het openlijk uit, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat retro het nieuwe wapen tegen de Chinese opkomst is. Slim. Immers: Chinezen kunnen inmiddels uitstekend auto’s bouwen, Chinezen staken niet en werken zich voor een habbekrats halfdood en Chinezen zitten bovenop de kritische grondstoffen die nodig zijn voor de transitie. Maar wat Chinezen niet hebben en wij wel, is merkemotie. Iets ongrijpbaars dat is gebaseerd op geschiedenis, het enige stukje merkwaarde dat je niet in een paar jaar uit de grond kunt stampen. Retro is hét unique selling point waarmee onze automobielfabrikanten de Chinezen het hoofd kunnen bieden. Toen ik afgelopen week een Zeekr 7GT voor mijn deur parkeerde, riep een voorbijganger: “Gave auto man, lijkt wel een Porsche!” Ik zie voorlopig nog niet gebeuren dat ik uit een Porsche stap en dat dan iemand opmerkt dat het wel een Zeekr lijkt.
Hartelijk dank!
Maar goed, we kunnen van alles vinden van de opkomst van Chinese automerken, maar we kunnen er niet omheen dat ze de autobeurs uit het slob trekken. En dat ze onze merken aansporen hun verleden wat meer te koesteren. Tài gǎnxiè le!

