Renault Scénic

Blijvertje

Renault Scénic
AutoWeek 2003 nummer 28

Je leest het in AutoWeek 2003 nummer 28

Na zeven jaar haast onafgebroken de dienst te hebben uitgemaakt in het land der midi-MPV's, moet de Renault Scénic I plaats maken voor numéro II. In en rond een overdadig zonnig Stockholm maakten we kennis en konden eigenlijk geen reden bedenken waarom 'ie die koppositie kwijt zou raken.

De top bereiken is één, er blijven vereist wellicht nog meer talent. Het klinkt zo afgezaagd als wat, maar wat de Scénic de afgelopen zeven jaar gepresteerd heeft, is niet niks. Renault creëerde met deze auto in 1996 namelijk een compleet nieuw marktsegment, dat werd aangeduid als compacte monospace, M1 of in begrijpelijker Nederlands: de midi-MPV. In datzelfde segment bivakkeerde de Scénic in de Europese verkooplijstjes onafgebroken op de eerste plaats. In Nederland moest de auto af en toe de Opel Zafira voor zich dulden, maar veel scheelde het nooit. Zelfs de 'uitloop-Scénic', die nu in de Renault-showrooms staat, loopt qua verkopen slechts zo'n honderd stuks achter op de Zafira, als we de meest recente cijfers erbij pakken. We kunnen dus gerust concluderen dat Renault zeven jaar geleden een gouden greep deed met de Scénic; meer dan twee miljoen stuks werden er in de fabriek in het Noord-Franse Diou in elkaar gezet. Met de komst van de nieuwe Mégane was ook voor de Scénic de tijd rijp om zich te laten vervangen. Want hoe succesvol het model ook is, er is een tijd van komen en een tijd van gaan en dat laatste kun je nog altijd het beste op je hoogtepunt doen. Dus tot ziens Scénic I, welkom Scénic II.

Langer, breder, hoger
We hoeven u niet meer te vertellen dat de Scénic de multifunctionele broer is binnen de Mégane-familie. De 3- en 5-deurshatchbacks rijden inmiddels al weer even rond, de sedan en de Break zagen we laatst op de show van Barcelona staan en de coupé-cabrio laat ook niet lang meer op zich wachten. In 2004 komt er ook nog eens een zevenzits-Scénic – die 23 centimeter langer is - bij. Zeven modellen op basis van één platform, da's nog eens efficiënt te werk gaan! Voor het onderstel van de Scénic werden stabilisatorstangen met een grotere diameter gebruikt en de spoorbreedte ten opzichte van de Mégane nam ook iets toe. De wielbasis is 6 centimeter groter dan die van de hatchback. Met z'n totale lengte van 4,25 meter is de nieuwe Scénic 8 centimeter langer dan z'n voorganger, terwijl de wielbasis met ruim 10 centimeter toenam. Om nog even bij de getallen te blijven: de spoorbreedte groeide met 7 centimeter vóór, terwijl 'ie achter 6 centimeter breder werd. Dat scheelt natuurlijk ook binnenin: de afstand tussen de voorportieren nam 2,2 centimeter toe, de hoofdruimte vóór 2,6 en de hoofdruimte achter 2,2 centimeter. Hoewel dus bijna alles in en aan de nieuwe Scénic langer, breder of hoger is, kunnen we ons er hooglijk over verbazen dat ze daarbij 'vergeten' zijn om de achterklep wat verder omhoog te laten scharnieren. Nu moeten langere mensen echt oppassen om hun hoofd niet te stoten. Schoonheidsfoutje.

Kritiek ter harte genomen
Van de vorige Scénic kunnen we ons nog maar al te goed herinneren hoe droevig we werden van de zitpositie achter het stuur; stoel te hoog, stuur te vlak en niet genoeg verstelbaar. Alsof je op de vrachtwagen zat. Die kritiek heeft Renault ter harte genomen want behalve dat je de stoel nu een flink stuk naar beneden kunt krikken, staat ook het stuur (8 graden) verticaler. En bovendien is het in zowel hoogte als diepte verstelbaar. De zithoogte ten opzichte van de vloer nam af van 39 naar 35,5 centimeter en dat scheelt aanmerkelijk. Renault plaatst deze verbeteringen onder het kopje 'Rijden als in een hatchback', waarmee bedoeld wordt dat je eigenlijk niet in de gaten zou moeten hebben dat je met aanzienlijk meer koets en massa op pad bent dan in de gewone Mégane. We moeten zeggen dat die lagere zitpositie absoluut bijdraagt aan dat gevoel, maar een midi-MPV is nou eenmaal wat anders in de omgang dan een lichtvoetigere hatch. Goed, we zitten dus prettig in de Scénic, maar hoe rijdt 'ie nou? Om dat uit te vinden, starten we de auto met de inmiddels welbekende ronde knop, nadat we eerst de 'bankpas' in de gleuf hebben gestoken. Die kun je trouwens bij de duurdere modellen gewoon in je zak houden. We moeten even de tot 6.000 tpm reikende digitale toerenteller checken om er zeker van te zijn dat we in een diesel hebben plaatsgenomen, zo lekker stil is het binnenin, ook op snelheid en tijdens accelereren. Renault claimt een geluidsreductie van 3 decibel (een afname van 50 procent) in vergelijking met de vorige Scénic. Voor de goede orde: we bevinden ons in de 120 pk en 300 newtonmeter sterke 1.9 dCi, die meer dan voldoende in huis heeft om vanaf een laag (2.000) toerental lekker op te schieten. De andere diesel is de 1.5 dCi met 80 pk, waar later ook nog een 100 pk-versie met automaat van zal komen. Met die 1.5 moet je zeker geen haast hebben, maar de motor voldoet verder prima. Op benzinegebeid is er keus uit drie krachtbronnen: een 2.0 (van 136 pk), 1.6 (115 pk) en een 1.4 (98 pk), waarvan die laatste tegen het einde van het jaar beschikbaar is. We hebben alleen met de tweeliter gereden en op die motor hebben we weinig aan te merken. Echt leuk wordt het pas over enige tijd, wanneer de tweeliterturbomotor uit Espace en Vel Satis ook in de Scénic geleverd gaat worden. Omdat de auto door (onder meer) betere veiligheidsvoorzieningen zo'n 90 kilo zwaarder werd, vrezen we dat de 1.4 er 'n erg zware kluif aan zal krijgen – in het vorige model schoot het daarmee ook niet erg op…
Elke Scénic is voorzien van snelheidsafhankelijke elektrische stuurbekrachtiging. Daar zijn we niet dolenthousiast van geworden, we hadden soms het gevoel aan een stuurtje op een kast in een speelhal te draaien. Vooral de manier waarop het stuur in de rechtuitstand terugkeert, deed daaraan denken. Bovendien misten we voldoende communicatie met de voorwielen.

Hoog kwaliteitsgevoel
Het lichte, opgeruimde interieur kenmerkt zich door de centraal gesitueerde, digitale meters, de hooggeplaatste pook en het goede afwerkingsniveau. Alle materialen voelen prettig en kwalitatief hoogwaardig aan – een enorme vooruitgang ten opzichte van z'n voorganger, waarbij het harde plastic afbreuk deed aan het kwaliteitsgevoel. Je krijgt in de nieuwe Scénic echt het gevoel met een solide auto onderweg te zijn, een gevoel dat de oude niet opriep. En op dat gebied heeft Renault een enorme vooruitgang geboekt. Zoals het hoort bij een MPV, zit ook de Scénic vol met slimmigheden zoals de totaal 91 liter aan opbergruimte in vakjes, bakjes en luikjes. Vooral het naar 17 liter gegroeide (gekoelde) dashboardkastje is erg prettig; het vorige stelde weinig voor. Tussen de voorstoelen staat een over 30 centimeter verschuifbare opbergbak met twee armsteunen, bekerhouders en een 12 V-aansluiting. Handig. Ook nieuw voor de Scénic II is de omklapbare rugleuning van de passagiersstoel, waardoor er een tafeltje ontstaat en je meer ruimte hebt om lange objecten te vervoeren. De drie verschuifbare stoelen op de tweede zitrij kunnen nu behalve opgeklapt, ook in die stand vergrendeld worden. Als je ze verwijdert, ontstaat een laadvloerlengte van 1,45 m. Met de stoelen aan boord varieert de laadruimte van 430 (was 410) liter met de stoelen in de achterste stand tot 480 liter als je ze de volle 22 centimeter naar voren schuift.

Onbedreigd?
Renault zet met de tweede generatie Scénic een auto neer die er niet alleen erg goed en onderscheidend uitziet, maar bovendien een solide en kwalitatief prima indruk achterlaat. Het multifunctionele aspect werd verder uitgediept en het comfort aan boord nam, mede door betere geluidsisolatie, flink toe. We vermoeden dan ook dat de Scénic z'n koppositie bij de midi-MPV dan voorlopig niet af zal staan. Voorlopig? Ja, want Ford komt binnenkort met de C-Max, waar we op dit moment nog weinig van kunnen zeggen, behalve dan dat 'ie qua rijeigenschappen wel eens hoge ogen zou kunnen gooien. En Citroën heeft voor de Picasso begin 2004 een vervanger klaarstaan. Maar of die de Scénic qua verkoopaantallen kunnen bedreigen? Het zal moeten blijken. Tot die tijd is de Zafira de enige echte opponent, vooral omdat de VW Touran simpelweg te duur is. Met een prijs van € 20.795 voor de 1.4 benzine en € 24.295 voor de 1.5 dCi doet Renault gewoon een scherpe aanbieding. Wij voorzien een vrolijke toekomst voor de Scénic, die in september bij de vaderlandse dealers staat.

Gerelateerde forumtopics