MINI uit Born

Van kolen houwen naar auto's bouwen

AutoWeek 37 2018
AutoWeek 37 2018
AutoWeek 37 2018

Je leest het in AutoWeek 37 2018

In 1967 opent DAF een nieuwe fabriek in het Limburgse Born. Een locatie met een missie, want in die jaren sluit de ene na de andere mijn, vele duizenden de werkloosheid in werpend. DAF is een van de medicijnen tegen ongewenst geraniumstaren. We blikken terug op vijf roerige decennia, vanuit onze duurtest Mini Countryman, een hedendaags Nedcar-product.

Met onze Mini Countryman duurtester is een cirkel rond. Althans, voor wie AutoWeek al vanaf het prille begin volgt. In 1991 stapten we in onze allereerste duurtestauto, een brandweerrode Volvo 440 die was gebouwd in Born. Precies datzelfde geldt voor de nieuwe Countryman, die nu, 27 jaar later, in onze duurteststal rijdt. De fabriek zelf bestaat bovendien een halve eeuw, wat een mooie gelegenheid is om per Mini door de geschiedenis van 50 jaar Limburgse autoproductie te rijden.

De jaren 60 vormen een turbulent decennium met vele hoogtepunten, waaronder de Beatles-gekte en de race naar de maan. Maar voor onze meest zuidelijke provincie was het in bepaalde opzichten een zwarte periode, juist omdat een letterlijk zwart tijdperk ten einde kwam. In 1965 kondigde Joop den Uyl, in zijn hoedanigheid van minister van Economische Zaken, aan dat de steenkoolmijnen binnen tien jaar allemaal zouden sluiten. Dit betekende een enorme aderlating voor de werkgelegenheid in het gebied, waar in die jaren de gang naar de mijn voor de mannelijke beroepsbevolking bijna net zo vanzelfsprekend was als in Urk een baan in de visserij. De mijnen waren ruim een halve eeuw het economische en maatschappelijke hart van de streek.

Den Uyl beloofde daarom dat alle boventallige mijnwerkers, zo’n 45 duizend man, elders te werk gesteld zouden worden. Een boude uitspraak, weten we nu, want vier jaar later waren er nog maar achtduizend mensen aan een nieuwe baan geholpen. In 1974, toen de mijnsluiting was voltooid, hadden slechts 14 duizend kompels een nieuwe baan. Toch kwam er wel degelijk vervangende industrie in de regio. Het bekende chemiebedrijf DSM komt voort uit de staatsmijnen (DSM staat voor Dutch State Mines), terwijl het daaraan gelieerde kunststofbedrijf Curver een fabriek opende in Brunssum. De nog jonge personenautofabrikant DAF groeide uit zijn Eindhovense jas en koos in 1967 voor Born als locatie voor uitbreiding van de productiecapaciteit.

DATINGCIRCUIT

Duizenden voormalige mijnwerkers begonnen aan een omscholingstraject: van kolen houwen naar auto’s bouwen. Het werk in de autofabriek was een stuk lichter dan het slopende bestaan onder de grond, maar het was ook strikter geregeld en het vereiste meer discipline. Daardoor miste menig arbeider het meer avontuurlijke bestaan in de mijnen en was er aanvankelijk vrij veel uitval onder de nieuwe werknemers. DAF startte in Born met de productie van de modellen 33 en 44. Een jaar later kwam daar de 55 bij. Begin jaren 70 bleek DAF te klein om als zelfstandig fabrikant te kunnen overleven en waagde het zich in het ‘datingcircuit’.

Dat avontuur resulteerde in een klik met Volvo, met als eerste zichtbare (maar nog voorzichtige) resultaat dat de Daf 66 medio 1975 als Volvo 66 verder mocht gaan. Een jaar later startte de productie van de Volvo 343, die DAF al op de tekentafel had liggen als de 77. Pas in 1986 volgde de 400-serie, met de prachtige 480 ES als eerste exponent. Omdat de schoorsteen eind jaren 90 niet meer van Volvo’s alleen kon roken, ging het merk een partnerschap aan met Mitsubishi, wat net voor de millenniumwissel resulteerde in de joint venture NedCar. De nadruk kwam in die tijd te liggen op de Mitsubishi Carisma en de Volvo’s S40 en V40, die een groot deel van de techniek op de productielijn delen. De tweede lijn werd gebruikt om de Mitsubishi Space Star te vervaardigen. Daarnaast was er Smart, dat de productie van de ForFour kortstondig uitbesteedde aan NedCar, aanvankelijk simultaan met de Mitsubishi Colt.

LELIJKE KOP

De dreiging van massawerkloosheid stak opnieuw zijn lelijke kop uit boven de Limburgse horizon toen Mitsubishi, dat Volvo bij NedCar inmiddels had uitgekocht, in 2012 te kennen gaf de productie in Nederland te gaan staken. Op dat moment werden de Colt en de Outlander er nog gebouwd; de opvolgers zouden uit andere fabrieken komen. Ironisch is dat de volgende generatie Outlander uitgerekend in ons land een enorm succes zou worden. Net als in 1967 kwam er redding uit Eindhoven. Metaalbedrijf en bussenfabrikant VDL zag brood in de door Mitsubishi afgedankte productiefaciliteit. We spraken kort na de overname met toenmalig VDL-directeur Wim van der Leegte over zijn beweegredenen: “In een televisie-uitzending zag ik dat eind 2012 de fabriek ging sluiten en dat de mensen weg moesten. Daar lag ik wakker van en dat wakker liggen heb ik beëindigd door de directeur een sms te sturen met wat ideeën. Hij belde me de volgende dag op en zei ‘ik ben met wat dingen bezig, daar kom ik volgende week op terug’.

Een week later zag ik hem weer. Hij had een gesprek met BMW gehad en daar gaven ze aan best met hem te willen praten. Maar dan moest hij wel een fatsoenlijke aandeelhouder hebben en dat mocht geen Aziaat of hedgefund zijn. En ook geen investeerder. Nou, daar pasten wij goed bij. Begin april stapten we samen naar BMW en tijdens de gesprekken klikte het uitstekend. Begin oktober was het contract met BMW rond en ongeveer tegelijkertijd waren de onderhandelingen met Mitsubishi afgerond. Dus hadden we een fabriek en een klant. En dan ben je een heel eind, hè?” De ruim tweeduizend medewerkers van NedCar krijgen wel collectief ontslag aangezegd, maar met de garantie op een baan zodra de productie van Mini zou beginnen.

Dat moment kwam anderhalf jaar later, toen Van der Leegte zijn nieuwe fabriek feestelijk opende met een rondrit door de hallen met koning Willem-Alexander. Het tijdperk BMW begint met de Mini hatchback, gevolgd door de Cabrio en de Countryman en sinds vorig jaar ook de BMW X1: een taak waar 7.200 Limburgers brood mee op de plank hebben. Dat is weliswaar een fractie van de 45 duizend mijnwerkers, maar dat laat onverlet dat het een mooi gegeven is dat Limburg zich al een halve eeuw autoprovincie mag noemen. En dat onze duurtester van deze trip, net als die van 27 jaar geleden, weer uit Born komt.

AMERSFOORT

De productie van Mini begon in ons land in de zomer van 2014. Vrij onbekend is dat er heel lang geleden ook al gloednieuwe Mini’s in Nederland zijn gebouwd. Wie nu aan de Zwaaikom in Amersfoort staat te tanken, kijkt uit over een wat troosteloos bedrijfsgebouw met onder meer een kringloopwinkel. Slenter je tussen de tweedehands meubels, oude fietsen en bakken elpees door, dan is één blik omhoog voldoende om te zien dat dit pand zijn leven begon met een heel ander doel. De zware dakspanten van het gebouw uit 1953 waren bestemd om een productielijn voor auto’s te dragen.

De firma Molenaar zat sinds de vroege jaren 20 in de automobielhandel en door zijn goede contacten met William Morris verwierf Johan Molenaar het importeurschap. Na de Tweede Wereldoorlog begon Molenaar met assemblage van CKD-kits, een soort bouwpakketten (CKD staat voor Completely Knocked Down), aanvankelijk in Utrecht en vanaf 1953 in het nieuwe fabriekspand aan de Nijverheidsweg in Amersfoort. In 1959 werd aan het assemblagegamma een revolutionair model toegevoegd: de Morris 850 Minor, die we tegenwoordig kennen onder zijn (aanvankelijke) koosnaam Mini. De assemblage in Amersfoort stopte toen het Verenigd Koninkrijk in 1966 zijn geplande toetreding tot de EEG bekendmaakte, waardoor productie in Nederland niet langer rendabel zou zijn. De tijden zijn veranderd; in het topjaar 1964 verlieten duizend Mini’s de hal aan de Nijverheidsweg, een aantal waar ze nu in Born slechts iets meer dan drie dagen over doen.

Verder lezen?

Dit artikel is gratis te downloaden in PDF-formaat. Hiervoor maak je eenmalig een AutoWeek account aan, waarna je onbeperkt uit het AutoWeek archief kunt downloaden.

Inloggen of Registreren