Test: Kia Rio - Volkswagen Polo - Mazda 2 - Nissan Micra
Van speels tot serieus
De compacte klasse is de laatste jaren stevig in beroering. Een jaar geleden maakten we kennis met een nieuwe Kia Rio en daarna verving Volkswagen de Polo. De twee zakelijk ogende auto's krijgen tegengas van een totaal getransformeerde en juist erg expressieve Nissan Micra, die ondertussen onderdeel uitmaakt van onze duurtestvloot. We zetten de drie verse producten tegenover een sterk aanbod uit Japan: de Mazda 2.
NISSAN MICRA
Dat ‘totaal getransformeerd’ is zeker niet overdreven bij de nieuwe Micra. Nissan gooit het aaibare, vriendelijke design van eerdere Micra’s overboord en trekt zijn compacte model een strak jasje vol scherpe lijnen aan. De familiebanden met de Clio zijn duidelijk aanwezig en dat is geen toeval, want onderhuids hebben de twee het nodige gemeen. Met deze Micra neemt Nissan ook afstand van zijn Japanse roots, want het model is – samen met Renault – nadrukkelijk met het oog op de Europese markt ontwikkeld. Het bij uitstek dynamische uiterlijk wordt bij onze duurtester onderstreept door het Exterieur Pack Plus, dat bestaat uit zilverkleurige accenten rondom en tweekleurig lichtmetaal.
Helaas lijkt de opvallende vorm van de Micra wat voor functie te zijn gegaan, want qua ruimte is het geen uitblinker. Met een kofferbakinhoud van 300 liter komt de Nissan op de derde plaats in dit gezelschap, maar op de achterbank is de auto ronduit krap. Zowel hoofd als knieën zitten al snel klem, zodat deze plek beter voor kinderen gereserveerd kan blijven. Voorin kijken inzittenden uit op een keurig vormgegeven dashboard met een opvallend, in ons geval in beige leer gehuld middendeel. Fraai, maar het slaagt er maar deels in om de aandacht af te leiden van goedkoper ogende onderdelen. De aansluiting van diverse onderdelen is niet altijd optimaal en dat geldt ook voor het materiaalgebruik. Het infotainmentscherm is wat klein en niet het mooiste in zijn soort, maar de bediening is mede dankzij de fysieke knoppen rondom het scherm prima voor elkaar. Dat geldt ook voor de zit achter het sportieve, aan de onderkant afgeplatte stuurwiel.
Samen met de hoog geplaatste pook nodigt de auto daardoor al meteen na het instappen uit tot een sportief blokje om en de Micra stelt daarbij niet teleur. De communicatieve besturing en het prettige, uitgebalanceerde onderstel worden aangevoerd door een 0,9-liter driecilinder met 90 pk die afkomstig is van Renault. Die fungeert in de Micra als krachtigste motoroptie en maakt de auto voldoende vlot, maar onder de 2.000 toeren gebeurt er niet zoveel. Daarboven begint de driepitter er ineens enthousiast aan te trekken, wat de Micra een wat explosief en weinig verfijnd karakter geeft. Het jankende geluid en het nadrukkelijk aanwezige windgeruis en afrolgeluid maken dat niet beter.
De Micra is afgeladen met alles wat Nissan in huis heeft en kost daarom dik € 24.000. Een realistischer uitgevoerde Acenta kost met deze motor € 18.390, navigatie vergt dan een bescheiden extra investering van € 400. De vele veiligheidsvoorzieningen verdienen een pluim: voor een bescheiden meerprijs monteert Nissan een hele batterij aan assistentie- en waarschuwingssystemen. Zelfs een 360-gradenparkeercamera, waarop de auto van bovenaf is te zien, behoort tot de mogelijkheden.
VOLKSWAGEN POLO
Volkswagen bewandelde bij de generatiewisseling van de Polo een weg die mijlenver verwijderd is van het revolutionaire Nissan-beleid. Zoals we van Volkswagen gewend zijn, is de huidige Polo een gemoderniseerde, maar herkenbare reïncarnatie van zijn voorganger. Wel valt op dat de auto een stuk groter oogt dan voorheen. De Polo rekt de grenzen van dit segment op het gebied van maatvoering dan ook telkens verder op en is na z’n laatste groeistuip in vrijwel elk opzicht even groot als een Golf van de derde generatie. Dat is goed nieuws voor de binnenruimte.
De kofferbak is met 350 liter de grootste van de vier testkandidaten en op de achterbank is het ook voor langere volwassenen prima toeven. Been- en hoofdruimte zijn in overvloed aanwezig, daarbij geholpen door een ietwat naar achter hellende achterbankzitting. De benen worden daardoor omhoog gedwongen, terwijl ze toch goed worden ondersteund. Het stevige formaat van de Polo helpt niet alleen op het gebied van harde centimeters, maar geeft de bestuurder ook het gevoel in een serieuze auto onderweg te zijn. Voorin gezeten doet de auto met name in de breedte ronduit fors aan. Het dashboard is zeer fraai afgewerkt, maar zonder de vrolijke kleurtjes van de Beats wel wat saai. De zitpositie is dik voor elkaar en dat geldt ook voor de plaatsing van de verschillende bedieningselementen en de menustructuur van het optionele Discover Media-multimediasysteem, al zijn er wel wat typische Volkswagen-missertjes.
Eenmaal onderweg toont de Volkswagen zich zo volwassen als zijn uiterlijk belooft. De 95 pk-versie is de lichtste TSI-motor – er zijn ook nog turboloze exemplaren – en biedt voldoende kracht voor dagelijks gebruik. Het blok pakt snel op en brengt daarbij bovendien een bescheiden en prettig in het gehoor liggend geluid voort. Dynamisch is de Polo niet, maar van dit viertal is het, dankzij zijn comfortabele onderstel, rustige besturing en de stilte aan boord wel de prettigste reisauto.
De opvallende Beats-uitvoering van de Polo kost met deze motor € 21.130 en biedt vooral veel uiterlijkheden en een fraai audiosysteem. Wie dat niet nodig heeft, stapt voor € 19.650 in een redelijk uitgeruste Comfortline met onder andere airco en adaptieve cruisecontrol. Navigatie zit in een pakket dat met € 1.218 niet goedkoop is.
KIA RIO
Direct na zijn introductie mocht de Kia Rio in AutoWeek aantreden tegen de Volkswagen Polo. In het voorjaar van 2017 was dat echter nog het ‘oude’ model, de generatie die in 2009 ten tonele verscheen. De merkbaar modernere Koreaan wist de Polo de loef af te steken, maar het werd wel duidelijk dat Kia en Volkswagen meer dan ooit in dezelfde vijver vissen. Niet alleen omdat Kia net als zijn Duitse rivaal kiest voor een voorzichtige evolutie van het bestaande design bij de laatste modelwisseling, maar ook omdat beide auto’s zich onderscheiden met een zakelijke uitstraling en een bovengemiddelde hoeveelheid ruimte. Kia ging op dat gebied aan kop in dit segment, maar is met 325 liter bagageruimte zojuist weer voorbijgestreefd door de Polo.
Net als zijn buitenzijde oogt het interieur van de Rio erg strak en rustig vormgegeven. Grappige designdetails zijn er in de vorm van het opvallend hoog geplaatste scherm en de met creativiteit vormgegeven klimaatbediening. Bovenal valt op dat alles volkomen logisch is ingedeeld. Kia schuwt het gebruik van losse knoppen nog altijd niet, maar denkt goed na over de plaatsing van die toetsen. Matzwarte kunststoffen zijn wellicht wat minder fraai dan de elders op grote schaal toegepaste pianolak, maar het dashboard is daardoor aanzienlijk minder besmettelijk dan dat van veel concurrenten. De afwerking is netjes, maar de Volkswagen en de Mazda opereren op dit gebied wel op een hoger niveau. Wat zitpositie betreft, is duidelijk dat Kia veel rekening heeft gehouden met lange Europese Rio-kopers. Het stuurwiel kan lekker ver het interieur in worden getrokken, de armsteun is verschuifbaar en de stoel uitgebreid verstelbaar, zodat iedereen hier een goede zithouding kan vinden.
Tijdens het rijden valt op dat sturen en schakelen weinig inspanning vergen. In een snellere bocht reageert de Kia bijzonder voorspelbaar, waardoor het eenvoudig is om de limiet op te zoeken, maar sportief is de auto niet. Een prettige metgezel tijdens de dagelijkse (lange) rit is het wel, mede dankzij de fijne en relatief stille 1.0 T-GDI. Kia doet niet aan ‘showroomlokkertjes’ in de vorm van turboloze driecilinders en hanteert deze 100 pk sterke krachtbron als basismotor. De motor past goed bij de Kia en laat eigenlijk weinig redenen over om voor de 120 pk-variant te kiezen.
‘Onze’ test-Rio is een Comfortplusline Navigator en daarmee van de auto’s in deze test het meest bescheiden uitgevoerd. Deze versie, onder meer voorzien van airco, navigatie en cruisecontrol, kost minimaal € 18.235. De topversie Executiveline kost € 22.235 en biedt zaken als bekleding in ‘lederlook’, stoelverwarming, een grote maat lichtmetaal, led-achterlichten en keyless entry annex go.
MAZDA 2
Waar de Polo voor dit segment erg groot oogt, lijkt de Mazda op het oog juist de kleinste van het stel. In centimeters valt het verschil mee, maar met name van achteren oogt deze Japanner wat smal. De wulpse voorschermen, fraaie verlichtingunits en typerende grille – met daarin de kentekenplaat – maken hem meteen herkenbaar als Mazda. Ook het interieur is typisch Mazda, en dat is goed nieuws. Het hoogwaardig afgewerkte geheel is origineel vormgegeven zonder dat dit ten koste gaat van de functionaliteit. Sterker nog: de draaiknopbediening van Mazda’s infotainmentsysteem bevalt zeer goed. Dat Mazda nog altijd het enige ‘mainstream’-merk is dat dit van premiummerken bekende systeem hanteert, is eigenlijk verbazingwekkend.
Waar de Mazda helaas niet in uitblinkt, is ruimte. Wie achter in deze auto gaat zitten, moet al snel in onderhandeling met de voorste inzittenden, waarmee de ruimte in de 2 overeenkomt met de verwachtingen die door het compact ogende koetswerk worden geschapen. Met een kofferbakinhoud van 280 liter is de Mazda ook op dit gebied de hekkensluiter. Dat gebrek is onder het rijden snel vergeten, want de besturing is lekker communicatief en de auto laat graag met zich spelen. Tegelijkertijd is er voldoende comfort en reageert het onderstel volwassen op oneffenheden.
Mazda vaart niet alleen op het gebied van motoren, maar ook als het gaat om transmissies zijn eigen koers. In de test-2 is de ongeblazen viercilinder 1.5 met 90 pk nu eens niet gekoppeld aan de fantastische handbak van het merk, maar aan een automatische zesbak. In plaats van een bak met dubbele koppeling hebben de Japanners de traditionele koppelomvormer-automaat fijngeslepen. De bak mag soms iets eerder opschakelen, maar de aandrijflijn als geheel heeft wel het ontspannen karakter waar de meeste automaatkopers naar op zoek zullen zijn. Het feit dat de motor in dit gezelschap relatief groot is en dat laat blijken met een fijne, volwassen brom, onderstreept dat.
Met 90 pk kan de Mazda goed uit de voeten. Wie meer wil, kan deze motor ook met 115 pk bestellen. ‘Onze’ 2 is door de GT-Luxury-uitvoering een ware luxe cocon met leer tot op het dashboard, stoelverwarming en zelfs een head-up display. Met de automaat drijft dat de prijs op naar zo’n € 24.000, zonder automaat kost de GT-Luxury € 22.190. Basisversie (bij deze motor) TS biedt voor € 17.890 ook al airco en cruisecontrol, maar wie meer wil, gaat al snel over de 20 mille heen. Overigens is concurrent Nissan Micra niet leverbaar met automaat. De Volkswagen (DSG) en de Kia wel, maar de automatische vierbak van de Rio is altijd gekoppeld aan een turboloze 1.4, die dankzij zijn hogere CO2-uitstoot de prijs stevig opdrijft.
Dit artikel is gratis te downloaden in PDF-formaat. Hiervoor maak je eenmalig een AutoWeek account aan, waarna je onbeperkt uit het AutoWeek archief kunt downloaden.
Oordeel
De Nissan Micra ziet er stoer uit, heeft een prettig onderstel en is voor een schappelijk bedrag leuk aan te kleden, maar de ruimte achterin valt erg tegen. Misschien nog wel belangrijker is dat de auto niet zo verfijnd en doortimmerd is en daarom goedkoper aanvoelt dan de andere drie kandidaten. De Mazda en de Kia eindigen in de middenmoot. De Rio is de allemansvriend van de twee en biedt een neutraal, toegankelijk rijgedrag, een volkomen doortimmerde ergonomie en veel ruimte. De 2 kent meer ups en downs en compenseert zijn gebrek aan binnenruimte met een prachtig interieur en een fijne aandrijflijn. De Polo combineert de pluspunten van beide auto’s en is een echte allemansvriend met nog meer ruimte, veel verfijning én een bijzonder mooi inter