Nederlanders zijn in de afgelopen weken meer met de auto gaan rijden, ondanks de flink gestegen brandstofprijzen. Wel hebben automobilisten hun tankgedrag aangepast, want er wordt meer over de grens getankt. Dat meldt mobiliteitsadviesbureau Goudappel op basis van data van het Nederlands Verplaatsingspanel.
Onderzoekers keken naar ruim 276.000 ritregistraties van 8160 automobilisten tussen 16 februari en 27 april. Voordat de prijzen aan de pomp hard stegen, reden automobilisten wekelijks gemiddeld 188 kilometer. In de weken erna liep dit op tot ruim 210 kilometer. Ook bleek dat mensen hun auto meer dagen per week gingen gebruiken. Dit was eerst gemiddeld 4,6 dagen en dat werden er vijf.
Deskundige Peter van der Mede van Goudappel noemt de cijfers "opvallend". De ervaring leert volgens hem dat automobilisten prijsbewust zijn en hun gedrag aanpassen aan de hoogte van de prijzen. "Prijselasticiteit is normaal in de verkeerswereld."
Goudappel ontdekte dat het aandeel tankbeurten over de grens in België wel met bijna 40 procent opliep. Ook in Duitsland gingen Nederlanders vaker tanken, al was die toename minder groot. "We zijn dus anders gaan rijden, niet minder", concludeert Van der Mede.
Tanken aan de pomp is door de oorlog in het Midden-Oosten aanzienlijk duurder geworden in Nederland. In Duitsland en België liggen de prijzen echter lager. Daar wordt minder belasting geheven. De Nederlandse tankstationbranche klaagt al langer dat Nederlandse pomphouders in de grensstreek klanten verliezen, omdat veel Nederlanders goedkoper over de grens gaan tanken.
