Dat de youngtimerregeling toch niet in één klap tot op het bot wordt uitgekleed, is inmiddels wel duidelijk. Ondertussen kijkt het kabinet naar betere opties, waarbij ook de zogenoemde greentimerregeling voor oudere elektrische auto’s wordt meegenomen.
De youngtimerregeling betekent dat bij zakelijk gebruik voor auto’s van 15 jaar oud niet de nieuwwaarde, maar de dagwaarde als grondslag geldt voor de bijtelling. Dit is enerzijds logisch, omdat een auto van 15 jaar oud niets meer met zijn nieuwwaarde te maken heeft, maar stuit ook op toenemende kritiek omdat het ondernemers en gelukkige werknemers in staat stelt om voor relatief weinig geld zakelijk in een oudere, vervuilende auto te rijden.
Daarom zou de youngtimergrens vanaf volgend jaar in één klap verschuiven naar 25 jaar, daarbij geen rekening houdend met bestaande gevallen of mensen die net in een youngtimer hebben geïnvesteerd. Dat schoot bij zoveel mensen in het verkeerde keelgat, dat het kabinet al snel terugkrabbelde. Sindsdien weten we dat het al te bruuske plan van de baan is, maar niemand weet nog wat er dan wel gaat veranderen.
Vandaag zetten we op dat vlak de eerste stappen, al zijn er nog steeds geen concrete plannen. In een brief aan de Tweede Kamer (die ook nieuws bracht voor de pseudo-eindheffing) legt staatssecretaris van Financiën Eelco Eerenberg vier opties voor:
- Auto’s die uiterlijk op 31 december 2010 (op 1-1-27 ten minste 16 jaar) voor het eerst in gebruik zijn genomen, blijven voor altijd in de youngtimerregeling. Voor auto’s met een later bouwjaar geldt de nieuwe leeftijdsgrens van 25 jaar.
- Auto’s die uiterlijk op 31 december 2010 (op 1-1-2027 ten minste 16 jaar) voor het eerst in gebruik zijn genomen, mogen tot 31 december 2031 gebruik blijven maken van de youngtimerregeling. Daarna gaan ze onder de nieuwe leeftijdsgrens van 25 jaar vallen. Voor auto’s met een later bouwjaar geldt de nieuwe leeftijdsgrens van 25 jaar.
- Leeftijdsgrens op 16 jaar houden
- Leeftijdsgrens per 2027 naar 17 jaar, per 2028 naar 20 jaar en per 2032 naar 25 jaar.
Optie 3 is uiteraard veruit de duurste voor de regering, waarbij die 16 jaar trouwens de leeftijdsgrens is die voor dit jaar was voorgesteld en kennelijk toch niet is afgeschoten. Of wel, maar dan weet de staatssecretaris het net als wij soms ook even niet meer. Deze optie kost structureel 36 miljoen per jaar ten opzichte van het oorspronkelijke plan en lijkt dus niet de meest voor de hand liggende optie, hoezeer liefhebbers dat wellicht ook hopen. De andere opties kosten in vergelijking hiermee een schijntje, maar een besluit is nog niet genomen.
Greentimerregeling
Kijk, greentimers!
Wel geeft de staatssecretaris aan dat ook een zogenaamde ‘greentimerregeling’ wordt meegenomen bij het bedenken van een nieuw voorstel. Deze regeling houdt in dat er een verlaagd bijtellingspercentage komt voor oudere (vanaf 5 jaar) elektrische auto’s, die nu niet zelden worden geëxporteerd. Het idee lijkt nu te zijn om voor deze categorie niet over de dagwaarde te gaan bijtellen, maar het bijtellingspercentage te verlagen naar bijvoorbeeld 14 of 15 procent. Dat zou van deze EV’s een aantrekkelijk alternatief kunnen maken voor de huidige youngtimerrijders, voorkomt dat de auto’s onaantrekkelijk worden voor Nederland en compenseert voor zakelijke rijders bovendien het feit dat een oudere EV vaak een relatief hoge catalogusprijs heeft, omdat EV’s de laatste jaren in rap tempo goedkoper zijn geworden.
De eventuele greentimerregeling en de youngtimerregeling staan trouwens financieel in directe verbinding met elkaar. Hoe rianter de youngtimerregeling wordt, hoe kariger de greentimerregeling en andersom. De komende tijd worden onderzoeksresultaten over de greentimerregeling via een enquête getest onder werkgevers en werknemers. In augustus neemt het kabinet een besluit of en zo ja per wanneer de greentimerregeling wordt ingevoerd en of er een ander afbouwpad voor de youngtimerregeling komt.
