Het hof oordeelde over een klacht van een Belgische vrouw die in Nederland een woning huurt en in België een huis bezit. Ze gebruikt in beide landen een auto die in België is geregistreerd.
De Nederlandse fiscus legde haar een naheffing van 17.315 euro op omdat ze de BPM niet had betaald, maar wel gebruikmaakte van het wegennet in Nederland. De vrouw betwistte dit omdat zij in België al een soortgelijke heffing voor haar auto had betaald: een 'belasting op inverkeerstelling' van 4.957 euro.
Het hof geeft Nederland gelijk en stelt dat EU-lidstaten in dit geval geen maatregelen hoeven te nemen om dubbele belasting te vermijden. Dat komt omdat de belasting op personenauto's binnen de Europese Unie niet is geharmoniseerd.
Volgens de rechters in Luxemburg is de Nederlandse BPM-heffing geen beperking op de vrijheid van vestiging als het gaat om een een auto die in een andere lidstaat is geregistreerd en in beide lidstaten daadwerkelijk en duurzaam wordt gebruikt.
