In de jaren 50 van de vorige eeuw ontstond er plotseling een nieuwe trend: auto’s die voor en door vrouwen waren gemaakt. Dodge bracht de eerste auto op de markt die specifiek was gericht op vrouwelijke kopers en GM nam een hele reeks vrouwelijke ontwerpers in dienst.
We achten de kans niet groot dat Harley J. Earl zich enorm inspande voor de gelijke rechten van vrouwen en hun participatie in de maatschappij wilde bevorderen. De bedenker van de ‘Art and Colour Section’ bij General Motors, die bijna twintig jaar lang de scepter zwaaide over de designafdeling van het concern, was er simpelweg erg goed in om manieren te verzinnen om meer geld te verdienen. Harley Earl was al behoorlijk op leeftijd toen hij zich bij General Motors hard maakte om jonge vrouwen in dienst te nemen. De Amerikaanse economie kwam in de jaren 50 flink op stoom, vrouwen hadden geld om te besteden en ze kregen steeds meer inspraak bij de aanschaf van nieuwe producten. Earl realiseerde zich dat het erg dom zou zijn om hun rol in de showroom van de autodealer te onderschatten. Vrouwen waren klanten, niet meer en zeker niet minder.
Zodoende geeft hij de opdracht om op zoek te gaan naar vrouwelijke ontwerpers, die vervolgens auto’s voor vrouwen kunnen ontwerpen. In de jaren 50 is dat een bijzonder gedurfde benaderingswijze die opzien baart in Detroit, van oudsher een mannenbolwerk. En ook al worden vier van de tien zorgvuldig geselecteerde jonge ontwerpsters direct aan het werk gezet in de studio van Frigidaire, de dochteronderneming van GM die huishoudelijke apparaten produceert, Earl heeft wel degelijk tijdig onderkend dat de tijden veranderen. Hij noemt de ontwerpsters de ‘Damsels in Design’, een knipoog naar damsel in distress, ofwel jonkvrouw in nood.
Rozenmotief
Bij Chrysler beseft men dat ook, maar daar gaat het roer niet zo radicaal om. Daar bedenken mannen op de ontwerp- en marketingafdeling een auto waarvan ze denken dat vrouwen die graag zouden willen hebben. Met veel roze details, een bekleding met rozenmotief, een bijpassende handtas van het gevestigde modehuis Evans en een bijpassende paraplu. Een auto ‘voor Hare Majesteit, de moderne Amerikaanse vrouw’, zo wordt er gesteld in de reclame. De Dodge La Femme uit 1955, een Royal Lancer Hardtop die voor de gelegenheid is uitgevoerd in pasteltinten, is de eerste auto uit de Amerikaanse auto-industrie die specifiek is gericht op vrouwelijke kopers. Het resultaat van alle inspanningen: een model dat ongekend flopt.
Waarschijnlijk ligt dat niet aan de bescheiden meerprijs van 143 dollar; de La Femme is geen afzonderlijk model, maar slechts een uitrustingsvariant. Het komt er veeleer op neer dat mevrouw Smith en mevrouw Jones simpelweg geen ‘meisjesauto’ willen. Samen met zijn opvolger, die in 1956 het levenslicht ziet, zijn er van deze Dodge voor vrouwen in zijn korte bestaan maar zo’n 2.500 exemplaren geproduceerd. Misschien zijn het er meer, maar het is aannemelijker dat het er minder zijn – de exacte aantallen hebben ze bij Chrysler nooit bijgehouden. Er zouden vandaag de dag nog maar ongeveer dertig exemplaren van deze damesauto’s zijn die de tand des tijds hebben doorstaan.
De enige La Femme op Europese bodem is te vinden in het Duitse Trebur, vlakbij Mainz, en maakt deel uit van de klassiekercollectie van Jürgen Reimer. Hij zoekt vier jaar lang naar een dergelijk model en koopt het ongezien als er eindelijk eentje te koop wordt aangeboden. Zelfs de bijbehorende handtas ontbreekt. Naast de Dodge uit 1955 omvat zijn verzameling ook een Corvette uit 1958 in de speciale kleur ‘Silver Olive’. Reimer legt het verband tussen beide auto’s: de ene auto was bestemd voor vrouwen, de andere was ook door vrouwen ontworpen. De ‘Fancy Free’ genaamde C1 is de enige nog bestaande showauto uit het korte ‘Damsels in Design’-tijdperk.
Girlpower
Er waren indertijd tien van dit soort dames werkzaam bij GM – creatieve girl power, een superlatief van historische waarde. Zes van de tien ontwerpsters, die aan de meest vooraanstaande universiteiten van de VS waren opgeleid, werden vanaf 1956 door designchef Harley Earl ter beschikking gesteld aan de studio’s van Chevrolet, Buick, Pontiac, Oldsmobile en Cadillac: Suzanne Vanderbilt, Ruth Glennie (later Petersen), Marjorie (Ford) Pohlmann, Jeanette Linder, Sandra Longyear (later Richardson) en Peggy Sauer (rechts op de achtergrond te zien, met Earl in het midden). De jongedames hebben het niet gemakkelijk in hun nieuwe rol. Van hun bijnaam ‘Damsels’ moeten ze niets hebben. Ze mogen ook geen complete auto’s vormgeven, maar alleen aan details werken. Ze houden zich vooral bezig met kleuren, stoffen en patronen.
Harley Earl hecht echter veel waarde aan deze ‘vrouwelijke touch’. Elk van de zes Damsels krijgt een auto als canvas voor hun ideeën. GM presenteert deze modellen in 1957 en 1958 tijdens de ‘Feminine Autoshows’. Een picknickbox in de middenconsole van de Pontiac Polaris of een kofferset voor de Chevrolet Martinique, die qua kleur is afgestemd op het interieur, dat soort zaken ligt in de lijn der verwachtingen. Een Chevrolet Corvette zoals de ‘Fancy Free’, ontworpen door Ruth Glennie, doet dat niet. Glennie richt zich op aspecten als vormgeving, functionaliteit en veiligheid.
De instrumenten zijn voorzien van wijzerplaten in de kleur van de auto en het kenteken is voor het eerst in een uitsparing in de achterbumper geplaatst: eindelijk blijven je jas en broek schoon bij het in- en uitladen van de kofferbak. In tegenstelling tot hun mannelijke collega’s letten de ontwerpsters op dat soort details. Voor de lente-/herfst- en de zomer-/wintercollecties ontwerpt Ruth Glennie stoelbekleding in verschillende structuren en kleuren. De knipperende waarschuwingslampjes die ze in de deurpanelen aanbrengen, zijn even later in tal van automodellen te vinden. Ook is zij de eerste die automatische veiligheidsgordels laat monteren in haar auto. Het duurt vervolgens nog een eeuwigheid voordat GM deze toepast in de serieproductie.
Macho
Voor Corvette-verzamelaar Reimer, die samen met een zakenpartner een machinebouwbedrijf runt, is de groene ‘Fancy Free’ een uiting van het toenmalige inzicht dat “er in de economie en de samenleving op het gebied van ontwikkeling en engineering al eeuwenlang onbenut potentieel schuilt”. De man die in 1958 als hoofdontwerper bij GM Harley Earl opvolgt, is daarvan een afschrikwekkend voorbeeld. Bill Mitchell, een whisky drinkende macho in maatpak, weigert categorisch om een vrouw op gelijke voet naast een van zijn ontwerpers aan te stellen.
Met zijn benoeming komt er in één klap een einde aan het korte tijdvak van de ‘Damsels in Design’ bij GM. Ruth Glennie vertrekt als interieurontwerpster naar Vauxhall in Groot-Brittannië, waar ze overigens niet heel lang werkt. Haar collega Jeanette Krebs trouwt met de jonge ontwerper Anatole Lapine, die eerst bij Opel en vervolgens als hoofdontwerper bij Porsche carrière maakt en evenzeer verantwoordelijk is voor het design van de G-generatie van de 911 als de transaxle-modellen 928, 924 en 944 en de lichtpsychedelische Pascha-stoelbekleding uit die tijd.
Alleen Suzannea Vanderbilt maakt ondanks de komst van Mitchell carrière bij GM. Ze is vanaf 1972 als hoofd interieurdesign verantwoordelijk voor de interieurs van de Chevrolets Nova, Camaro en Chevette. Binnenkort is de ‘Fancy Free’-Corvette eindelijk weer in Noord-Amerika te zien, en wel in het National Corvette Museum en in het Montreal Museum of Fine Arts. Als tentoonstellingsstuk op de afdeling ‘Design and Decorative Arts’ – goed design is eigenlijk noch mannelijk, noch vrouwelijk.
Dit hebben de powervrouwen bereikt:
Suzanne E. Vanderbilt
Vanderbilt, die uiteindelijk als leidinggevende veel invloed kreeg bij de Chevrolet Interior Studio, was de eerste vrouw die gedurende haar hele werkzame leven in dienst was van GM Design.
Marjorie S. Pohlmann
In 1957 trad Pohlmann (die werd geboren als Ford) in dienst bij Buick, waar ze zich bezighield met het vormgeven van interieurdetails en het bedenken van kleurencombinaties.
Ruth Petersen
Allroundtalent Petersen (familienaam Glennie) ontwikkelde styling- en veiligheidsvoorzieningen. Als eerste GM-ontwerpster werkte ze in het buitenland voor de Britse GM-dochter Vauxhall.
Sandra Richardson
Na een tijd bij Pontiac te hebben gewerkt, ging Richardson (die als familienaam Longyear had) lesgeven aan het Columbus College op het vlak van design, ook adviseerde ze bedrijven op dit gebied.
De Dodge La Femme (links) uit 1955 was de eerste Amerikaanse auto die specifiek op vrouwen was gericht; de ‘Fancy Free’ Corvette was een creatie van een GM-ontwerpster.Verzamelaar Jürgen Reimer, de huidige eigenaar van deze bijzondere creaties, presenteert zijn collectie historisch correct in de stijl van oude beursstands.
La Comtesse: dit was feitelijk een Chrysler New Yorker, voorzien van een plexiglazen dak en zowel vanbinnen als vanbuiten volledig in de kleur roze uitgevoerd. Dit was in 1954 de eerste conceptcar die speciaal op vrouwen was gericht.
Technische gegevens
Dodge La Femme
Motor V8, dubbele valstroomcarburateur (Stromberg WW3-131)
Cilinderinhoud 4.424 cc
Max. vermogen 175 pk bij 4.400 tpm*
Max. koppel 325 Nm*
Aandrijving achterwielen via 2-traps aut. (PowerFlite)
Afmetingen (l x b x h) 5,39 x 1,89 x 1,54 m
Leeggewicht 1.590 kg
0-100 km/h 16,2 s
Topsnelheid 165 km/h
Verbruik gem. 13,0 l/100 km (1:7,7)
Nieuwprijs (1955) $ 2.691
Alle gegevens volgens fabrieksopgave
* =gemeten volgens de Amerikaanse SAE-norm
Technische gegevens Chevrolet Corvette
Motor V8, viervoudige valstroomcarburateur (Carter 4BBL)
Cilinderinhoud 4.638 cc
Max. vermogen 230 pk bij 4.800 tpm*
Max. koppel 406 Nm bij 3.000 tpm*
Aandrijving achterwielen via 2-traps aut. (Powerglide)
Afmetingen (l x b x h) 4,47 x 1,85 x 1,30 m
Leeggewicht 1.261 kg
0-100 km/h 9,2 s
Topsnelheid 180 km/h
Verbruik gem. 14,0 l/100 km (1:7,1)
Nieuwprijs (1958) $ 3.591
Alle gegevens volgens fabrieksopgave
* =gemeten volgens de Amerikaanse SAE-norm
Foto's AutoBild






