Sommige modellen hebben het imago van een automerk meer kwaad dan goed gedaan. Zoals deze zeven hoofdpijndossiers.
Mercedes A-klasse (1997)
De A-klasse was best een succes maar de aanloop, we kennen allemaal de uitslag van de Zweedse elandproef, was op zijn zachtst gezegd stroef en leverde fikse imagoschade op. Mercedes moest de productie tijdelijk staken om alle auto’s standaard met ESP uit te kunnen rusten.
Cadillac Cimarron (1981)
De periode 1973-1983 wordt niet voor niets samengevat als ‘the malaise era’ voor Amerikaanse auto’s. Alsof suffe designs, matige kwaliteit en lusteloze motoren nog niet genoeg waren, presteerde GM het om een ordinaire Chevrolet Cavalier om te labelen tot ‘chique’ Cadillac Cimarron en er bijna het dubbele voor te vragen.
Austin Allegro (1973)
Gedurende het ontwikkelingsproces van de Allegro werden dusdanig veel concessies gedaan aan de oorspronkelijke ideeën dat het eindresultaat een groot compromis werd. Desondanks verkocht de Allegro niet slecht, het ‘bashen’ begon toen na verloop van tijd steeds meer missers aan het licht kwamen.
Edsel (1958)
Klassiek voorbeeld van hoe de beste bedoelingen en de meeste poen geen garantie zijn voor succes. Het nieuwe merk Edsel moest modern en onderscheidend zijn maar was een commerciële flop vanwege te veel gebakken lucht, ongelukkige vormgeving en een lastige economische tijd.
Alfa Romeo Arna (1983)
Net als de Allegro en de Edsel vaste klant op dit soort lijstjes. Het toch al broze imago van Alfa Romeo kreeg bepaald geen boost van deze samenwerking met Nissan. De Japanners verzorgden de saaie, roestgevoelige koets, de Italianen de onbetrouwbare techniek en belabberde bouwkwaliteit.
Ford Mustang II (1973)
De tweede generatie Mustang had niet de X-factor van zijn voorganger en ook nog eens de pech om midden in de eerste oliecrisis op de markt te komen. Mede dankzij de ‘zuinige’ 2,3-liter viercilinder verkocht de Mustang II best goed, maar wordt deze modelreeks nog steeds beschouwd als de minst aansprekende ooit.
Jaguar X-type (2001)
We zien parallellen met de Cadillac Cimarron, al was Ford – destijds eigenaar van Jaguar – wel zo slim om de X-type een heel eigen design mee te geven. Dat het onderhuids grotendeels ‘gewoon’ een Ford Mondeo (met voorwielaandrijving) was, bleek voor de puristen lastig te verteren.
