Tijdens Pebble Beach pakken veilinghuizen, zoals gebruikelijk op een concours d'élégance, groots uit. De ene na de andere peperdure klassieker wordt de bieders voorgezet en in een tijd waarin de prijzen van met name historische racers door het dak gaan, resulteert dat in bizarre resultaten. Hagerty heeft de topstukken van de verschillende veilingen op een rijtje gezet en daar maken wij natuurlijk graag gebruik van.
Het afgelopen weekend was het eens niet een Ferrari waarvoor het meest werd neergeteld, maar een Jaguar. En wat voor een: de D-Type die voor 21.780.000 dollar (19,2 miljoen euro) van de hand ging, is de auto die in 1956 de 24 uur van Le Mans op z'n naam schreef. Het is daarmee de duurste Britse auto ooit en neemt een aardig deel van het totaal verhandelde bedrag van bijna 345 miljoen dollar voor z'n rekening. Met 719 verkochte auto's betekent dat een gemiddelde verkoopprijs van 479.642 dollar, al trekt het onderstaande lijstje dat gemiddelde natuurlijk flink omhoog. De top 10 ziet er als volgt uit:
| Model | Bouwjaar | Verkoopprijs (dollar) | |
| 1. | Jaguar D-Type | 1955 | 21.780.000 |
| 2. | Alfa Romeo 8C 2900B Lungo Spider | 1939 | 19.800.000 |
| 3. | Ferrari 250 GT California LWB Spider | 1959 | 18.150.000 |
| 4. | Shelby Cobra 260 | 1962 | 13.750.000 |
| 5. | Ferrari 250 GT SWB Competizione | 1960 | 13.500.000 |
| 6. | Alfa Romeo 8C 2300 Monza | 1933 | 11.990.000 |
| 7. | Bugatti Type 55 | 1932 | 10.400.000 |
| 8. | Ferrari 250 GT TdF | 1956 | 5.720.000 |
| 9. | Ferrari 166 MM Berlinetta | 1950 | 5.445.000 |
| 10. | Ferrari 750 Monza | 1955 | 5.225.000 |






