Sommige auto’s hebben destijds zo’n indruk gemaakt dat je ze ruim twintig jaar na dato nog herinnert als de dag van gisteren. Zoals de Ford Focus RS, Nissan 350Z en Volvo V70 R. Drie verschillende carrosserievormen, drie verschillende motoren, drie verschillende belevenissen. We nemen afslag Memory Lane en halen mooie herinneringen op aan deze drie helden uit 2003.
Het gaat wat ver om te beweren dat er tegenwoordig geen leuke auto’s meer worden gemaakt, maar begin deze eeuw was de keuze in ieder geval veel groter en de bemoeienis van de elektronica aanzienlijk kleiner. Autofabrikanten hadden een veel gevarieerder modellengamma en van één model had je vaak ook nog een keur aan uitvoeringen en motoriseringen. Sowieso had bijna elk merk een hot hatch in de gelederen en als het geen hete hatchback was, dan was er altijd wel iets sportiefs in het hogere segment te vinden.
Omdat we er zulke goede herinneringen aan hebben, zetten we voor deze reportage drie helden uit de ‘zero’s’ opnieuw in het zonnetje. Drie unieke karakters uit de (bijna) grenzeloze jaren na de eeuwwisseling, toen alles mogelijk leek en kosten noch moeite werden gespaard om bijzondere modellen op de markt te brengen. Zo kwamen we uit bij de Nissan 350Z, Ford Focus RS en Volvo V70 R, die om verschillende redenen een prominente plaats op het ereschavot van ons collectieve AutoWeek-geheugen hebben verworven. Ze zijn allemaal van bouwjaar 2003 en allemaal in de zogenaamde ‘introductiekleur’, de kleur waarin destijds de testauto’s aan ons werden uitgeleend.
Als we het trio anno 2026 weer bij elkaar zien staan, draait de klok in ons hoofd spontaan 23 jaar terug. Het is exact zoals we ze herinneren: de 350Z Le Mans Sunset-oranje, de V70 R in Flash Green en de Focus RS in de enige kleur waarin je hem kon krijgen: Imperial Blue. Dit is geen middelbareschoolreünie waar je met frisse tegenzin naartoe gaat, dit is een herbeleving van het meest legendarische klassenfeest!
Ford Focus RS
De perfectionist
Het is nu nog steeds amper voor te stellen hoeveel moeite en geld fabrikanten van ‘bread and butter’-automerken destijds staken in de ontwikkeling van hun sportieve modellen. Renault bouwt in de jaren 00 een geweldige reputatie op met RS-uitvoeringen van de Twingo, Clio en Mégane. Opel heeft ongepolijste OPC-versies van Meriva tot Zafira en Alfa Romeo laat zijn V6-spierballen rollen met de 147 en 156 GTA. Volkswagen heeft niet alleen de Lupo, Polo en Golf als GTI, maar als overtreffende trap ook nog de Golf R en Passat R met dikke V6 en vierwielaandrijving. En dan had je ook nog Peugeot met zijn RC’s en GTI’s, Honda met de Type R’s, Mazda met de MPS’en, Mini met de JCW’s en Seat met de Cupra’s.
En Ford? Dat was destijds gefundeerd op uiterst prettig sturende Fiesta’s, Focussen en Mondeo’s. Wie meer wilde, ging voor de potentere ST-versies, maar voor de Focus trok Ford de registers nog verder open. We herinneren ons een trip naar Engeland, waar de Focus RS op het circuit meatballs draaide van de Mitsubishi Lancer Evo VII en Subaru Impreza WRX STi, twee gerenommeerde 4WD-kanonnen met aanzienlijk meer vermogen. Hoe was dat in vredesnaam mogelijk?
Sportieve partners
Voor de Focus RS wordt zeventig procent van de componenten nieuw ontwikkeld in samenwerking met M-Sport, het bedrijf dat voor Ford de WRC-rallywagens ontwikkelt. De lijst met sportieve partners is imposant: 18-inch wielen van OZ Racing, een turbo van Garrett, dempers van Sachs, remmen van Brembo, een koppeling van AP, een differentieel van Quaife en stoelen, pedalen, pookknop en handremgreep van Sparco. De Sparco-spullen geven het interieur een sportieve upgrade. Ook aan de buitenkant zijn de sportieve accenten subtiel; de RS heeft het niet nodig om van de daken te schreeuwen. Hij wéét wat hij kan.
Het mechanische Quaife-sperdifferentieel op de vooras verdient een dikke pluim; ongekend hoeveel grip de voorwielen van deze Focus hebben, zonder tussenkomst van tractiecontrole. Sowieso is het onderstel, mede dankzij de grotere spoorbreedte en een andere wielgeometrie, nóg veel beter dan dat van de normale Focus. Het blijft ongelooflijk hoe hard je met de RS de hoek om kunt, alsof de vooras onbeperkte tractie heeft. De 2-liter viercilinder turbomotor, speciaal voor de Focus RS ontwikkeld, is een fijne machine met een prachtige koppelopbouw. Het vermogen van 215 pk is ruim voldoende, maar zeker niet overdadig. Je voelt aan alles dat deze auto nog veel meer aankan. Aan de andere kant: dan was de RS misschien niet zo’n schitterend, uitgebalanceerd geheel van elementen geworden.
De eigenaar
André Dubois: “In de tijd van de eerste Focus werkte ik bij Ford, toen sprak de auto me al enorm aan. In 2017 kon ik mijn kans grijpen. Wat deze auto voor mij zo bijzonder maakt, is het ongefilterde karakter. Hoewel je er veel van een normale Focus in herkent, voel je echt de rally-roots naar boven komen. Hij staat zo’n drie centimeter lager, de draagarmen en bussen zijn verstevigd en de spoorbreedte is groter. De speciale stoelen en de unieke startknop op de middenconsole – in mijn geval bouwnummer 999 – maken het plaatje helemaal af. Het weggedrag is werkelijk fantastisch. Zodra je in een bocht het gas intrapt en de turbodruk wordt opgebouwd, luistert de auto perfect en trekt hij je de bocht door. Het voelt alsof je met een hand een lantaarnpaal vastgrijpt en er keihard omheen slingert! Het vermogen is niet indrukwekkend, maar je moet nog echt werken achter het stuur. Bij moderne auto’s draait het vooral om touchscreens, maar in deze RS geniet je nog volop van de pure, ouderwetse en mechanische rijbeleving.”
Technische gegevens
Ford Focus 2.0 16V Turbo RS (2003)
Motor 4-cil in lijn, turbo
Inhoud 1.998 cc
Max. vermogen 158 kW/215 pk bij 5.500 tpm
Max. koppel 310 Nm bij 3.500 tpm
Topsnelheid 232 km/h
0-100 km/h 6,7 s
Gewicht 1.255 kg
Verbruik gem. 10,1 l/100 km (1:9,9)
CO2-uitstoot 237 g/km
Nieuwprijs €42.000
Alle gegevens volgens fabrieksopgave (meer vind je hier)
Nissan 350Z
De goedmoedige bruut
Zomer 2003, als de dag van gisteren: collega Stéphan Vermeulen en ondergetekende rijden door Duitsland in een oranje 350Z. In een verlaten dorpje, naast een boerderij, zien we een grote, lege vlakte vol gravel. We kijken elkaar kortstondig aan en niet veel later draait de Nissan luid brullend donuts, totdat we letterlijk geen hand voor ogen meer zien. Wanneer het stof om onze hoofden is verdwenen, staan we oog in oog met een woedende boer die vervaarlijk met zijn riek staat te zwaaien. Het is tijd om te vertrekken. Aangekomen bovenaan de heuvel zien we boven het dorp een rookwolk opstijgen, alsof er zojuist een bominslag heeft plaatsgevonden. Gelukkig was het slechts een Nissan 350Z met twee jonge honden aan boord, die het simpelweg niet konden laten.
Het viel nog niet mee om 23 jaar later een origineel exemplaar in Le Mans Sunset te vinden. De meeste 350Z’s zijn zwart of grijs; de oranje introductiekleur is een zeldzaamheid. Als we op de fotografiedag de auto van Angel Lazarov aan zien komen rijden, komen er direct nog veel meer herinneringen aan de Japanse coupé bovendrijven; we maakten er honderden, misschien wel duizenden testkilometers mee, van Assen tot Monte Carlo. De 350Z was een graag geziene gast op de AutoWeek-redactie.
Pure sportcoupé
Wat maakt deze Nissan nu zo bijzonder? Allereerst zijn gedrongen postuur. Krachtige lijnen, geen overbodige poespas. Een pure sportcoupé, met bijpassende motor: een 3,5-liter V6 zonder turbo. Gewoon lekker atmosferisch, maar wel met 280 pk (het maximum in Japan) en 363 Nm, wat een 0-100-tijd in minder dan zes seconden mogelijk maakt. Tegenwoordig maak je daarmee geen indruk, maar toen wel. De V6 klimt mooi lineair door de toeren en het korte pookje laat zich lichter bedienen dan ik me herinnerde. Whaaaoooooaaaaa; het diepe, donkere, holle uitlaatgeluid bezorgt nog altijd kippenvel.
Knap dat Angel zijn 350Z als daily driver gebruikt. Het interieur is – nog steeds, en ondanks een extra schotje tussen de veerpootbrug achterin – een grote klankkast die de rijgeluiden versterkt. Achterwielaandrijving hoort bij een sportwagen, maar dat betekent niet dat de 350Z een lichtvoetig circuitbeest is; eigenlijk is het meer een GT. Maar wel eentje met een puur en bruut randje, voor destijds een scherpe prijs. Precies de reden waarom we deze Nissan voor altijd een warm hart toedragen.
De eigenaar
Angel Lazarov: “De 350Z is al sinds mijn jeugd mijn absolute droomauto, vooral dankzij Need for Speed: Underground 2. In 2024 stuurde een vriend mij een advertentie van een scherp geprijsde, oranje 350Z in Rotterdam. De auto bleek van een dame te zijn die hem al sinds 2005 in bezit had. Hij was niet perfect, maar ik wist dat ik enorm veel spijt zou krijgen als ik deze kans liet lopen. Inmiddels gebruik ik hem met veel plezier als daily driver. Er staat al 321.000 kilometer op de teller, maar omdat ik automotive engineer ben, doe ik bijna al het mechanische onderhoud zelf. Wat deze auto voor mij zo speciaal maakt, is het pure, analoge karakter. Dit is een van de laatste echte sportwagens zonder bemoeizuchtige moderne elektronica. Het is een geweldig concept: een tweezitter met een handbak, achterwielaandrijving, een sperdifferentieel en zo’n 300 pk. Bovendien is hij verrassend comfortabel op lange ritten en praktisch genoeg voor al mijn gereedschap. De prijzen van de 350Z zitten inmiddels weer in de lift, maar ik ben absoluut niet van plan de mijne ooit nog te verkopen. Dit is een project voor het leven.”
Technische gegevens
Nissan 350Z (2003)
Motor V6
Inhoud 3.498 cc
Max. vermogen 206 kW/280 pk bij 6.200 tpm
Max. koppel 363 Nm bij 4.800 tpm
Topsnelheid 250 km/h
0-100 km/h 5,9 s
Gewicht 1.545 kg
Verbruik gem. 11,4 l/100 km (1:8,8)
CO2-uitstoot 273 g/km
Nieuwprijs €48.695
Alle gegevens volgens fabrieksopgave (meer vind je hier)
Volvo V70 R
De alleskunner
Zo legendarisch als een 850 Estate T5-R in Cream Yellow zal hij nooit worden, maar als er één Volvo in zijn schaduw mag staan, dan is het een V70 R in Flash Green. Net zoals een Focus RS blauw hoort te zijn, een 350Z oranje, konden we deze potente Zweedse stationwagon alleen toelaten in die wonderlijke metallic mix van helder mintgroen, turquoise en blauw.
Dat de auto van Kees Nobel zijn leven antracietkleurig begon ), daar hebben we het maar niet over. In tegenstelling tot vandaag de dag hield Volvo zich in de jaren 00 nog bezig met het bouwen van snelle versies van degelijke burgermansauto’s. Behalve de sedanversie van de V70 R, de S60, lepelde Volvo zijn snelle vijfcilinders ook in de T5-versies van de V50, S40 en C30. Ultieme sleepers, net zoals de V70 R dat is.
Volvo V70
De kenner weet genoeg zodra hij de zwarte honingraatgrille en de grote vijfspaakswielen ziet, maar de leek zal ‘gewoon’ een V70 zien, tenzij het een Flashgroene is. Waar de Focus RS een ‘purpose built’ precisiewapen is en de 350Z een goedmoedige maar onpraktische bruut, is de Volvo V70 R een ware alleskunner waarmee het hele gezin plus bagage en labrador comfortabel mee op vakantie kan.
Ongegeneerd beuken
Op de dagen dat het geen vakantie is en het gezin niet aan boord zit, kan de man/vrouw op de linker voorstoel ongestoord en ongegeneerd beuken. Dan gaan de adaptieve dempers van Comfort naar standje Advanced en verandert die ogenschijnlijk brave stationwagon in een razendsnelle bochtenridder. Eentje die je dankzij de vierwielaandrijving niet snel over de kling jaagt en die met zijn 300 pk en 400 Nm sterke turbo-vijfpitter maar blijft doorsleuren en -roffelen.
Die sensaties herinneren we ons nog wel, maar beleven we vandaag helaas niet opnieuw aan boord van de V70 R van Kees. Daar kan de eigenaar niets aan doen, maar de versnellingsbak wel. Dat is een lome Geartronic-automaat en die heeft - om de bak te sparen - niet alleen 50 Nm minder koppel dan de versie met handbak, hij filtert ook veel van de rijbeleving weg. Dat hij er bijna twee seconden langer over doet om van nul naar honderd te sprinten (7,7 seconden in plaats van 5,9) helpt ook niet mee. Kees, jouw auto heeft toch al een andere kleur en een ander interieur; is het misschien een idee om ook de bak te vervangen?
De eigenaar
Kees Nobel: “Ik heb deze V70 R sinds 2018 in bezit. Ik had al eerder een V70 2.4T en daarna een T5, maar wilde nog een stapje hoger. Vanuit zakelijk oogpunt moest het een youngtimer zijn – minstens vijftien jaar oud – dus kocht ik hem nog nét voordat hij die leeftijd had bereikt en zette ik hem zo lang in een stalling. Wat deze auto voor mij bijzonder maakt, is zijn zeldzaamheid. Hij is ooit in de kleur antraciet geleverd met een oranje interieur, maar een vorige eigenaar heeft veel geld geïnvesteerd om hem in Flash Green te laten overspuiten. Ik wilde hem absoluut in die kleur. Het oranje interieur is toen vervangen door donker meubilair. Heel apart, want een Flash Green V70 R mét een oranje interieur is zo’n beetje de heilige graal. De betrouwbaarheid en praktische bruikbaarheid zijn top; het is gewoon een heel solide auto. Het onderhoud vraagt af en toe wel wat aandacht, maar de auto zit relatief simpel in elkaar en ik kan het nodige zelf. Het rijdt geweldig: met zijn 300 pk en vierwielaandrijving kun je er echt sportief mee rijden. Bovendien is hij comfortabel en praktisch, ideaal voor lange ritten.”
Technische gegevens
Volvo V70 R aut. (2003)
Motor 5-cil. in lijn, turbo
Inhoud 2.521 cc
Max. vermogen 220 kW/300 pk bij 5.500 tpm
Max. koppel 350 Nm bij 1.850 tpm
Topsnelheid 250 km/h
0-100 km/h 7,7 s
Gewicht 1.697 kg
Verbruik gem. 11,3 l/100 km (1:8,8)
CO2-uitstoot 270 g/km
Nieuwprijs (2003) €76.700
Alle gegevens volgens fabrieksopgave
Foto's Willem Verstraten






