Wat is er mis met de Fiat Panda?
Ik vertelde al eerder dat ik op zoek ben naar een 'rijdende paraplu', een simpel autootje voor boodschappen en woon-werk. De zoektocht heeft zich inmiddels geconcentreerd op de Fiat Panda. Het klassieke model natuurlijk, ofwel de Fiat 141, zoals hij in liefhebberskringen heet. Overigens zoek ik daarvan een zo recent mogelijk exemplaar. Er zijn geen plannen om mijn paraplu te bewaren voor het nageslacht.
Als je 't mij vraagt, is het er eentje in het rijtje 2CV, Renault 4, Volkswagen Kever en Fiat 500. Maar wat is er aan de hand met de Panda? Waar de auto's uit dit rijtje vaak als klassiekers worden gekoesterd, lijkt er bijna niemand een Panda uit de vroege jaren '80 te hebben bewaard. In verschillende landen bestaan bescheiden clubs voor de Panda. Daar houdt 't mee op, terwijl voor de andere auto's complete subculturen bestaan. Over de auto's uit het rijtje, zijn stuk voor stuk bibliotheken vol gepubliceerd. Maar niet over de Panda.
Het lijkt er op dat de Fiat Panda het vergeetboek in gaat. Zie ik het wellicht niet scherp en hoort de Panda helemaal niet in mijn rijtje thuis? Of is hij nog te nieuw en duurt het een tijdje voordat hij het etiket 'legendarisch' opgeplakt krijgt. Volgens mij is dat bij de andere auto's al tijdens of vlak na de productieperiode gebeurd. Wat is er toch mis met de Panda? Wellicht kom ik er volgende week achter, als ik er een paar ga bekijken.
Tijdens mijn zoekerij naar goedkoop vervoer ben ik trouwens zat leuke dingen tegengekomen. Wat denk je van deze? Een Honda Jazz die zowaar de klassiekerstatus heeft bereikt. Je kan 'm wegenbelastingvrij rijden. Scheelt je toch mooi veertig europiek per kwartaal. Deze Jazz is niks voor mij. Ik vind dat je verplicht bent zo'n zeldzaam autootje te koesteren en dat gaat met mijn paraplu niet lukken.
En deze dan: een zgan Citroën Visa. In het verleden heb ik er twee gehad en vond het geweldige auto's (als ze het deden...). Voor deze witte geldt het zelfde als voor de Jazz: ik laat 'm staan voor een liefhebber die zich er op de juiste manier over kan ontfermen. Zoiets kan ik straks niet met droge ogen door de pekel slepen. Zijn er hier misschien nog liefhebbers voor...?

Nic De Boer
Autojournalist
Al van jongs af aan ben ik autogek en verslind ik autoblaadjes. Ik wist dus ook al vroeg wat ik wilde worden: het werken bij een titel als AutoWeek lag voor de hand. Mijn eerste klus bij AutoWeek was het bemensen van de nieuwsdesk. Saillant detail: het allereerste bericht dat ik ooit schreef, was de aankondiging van de prijzen van de CityRover – een auto die achteraf nooit is gekomen. Toch was het helemaal in mijn straatje want ik heb een voorkeur voor auto’s die buiten het normale vallen en een bijzonder verhaal hebben. Sinds enige jaren ben ik occasionredacteur en werp ik mijn op als Beschermheer van de Roestplek. Moderne auto’s vind ik weldegelijk interessant maar een auto die al een tijdje ‘geleefd’ heeft, zegt me een stuk meer. Mijn eerste auto was een Citroën ID19B uit 1969. De nieuwste auto die ik ooit kocht, is uit 2002 en de kans is maar heel klein dat ik ooit een auto van later datum aanschaf.
Lees ook

Weblog Joas - Schuif nou eens op naar rechts!

Weblog Frank: Brandstofprijzen verlagen is als in je broek plassen

Weblog Jan: Stop de kitsch

Weblog Marc - Zijn achterlichten echt zinvol bij mist overdag?
